Nare jeugd was basis voor schrijverschap

27-december-2014 | Categorie: Interview

Lydia Albadoro en Kees RutgersLydia Albadoro (1972) is schrijver en illustrator. Ze publiceert onder het pseudoniem L.A. Dawn. Ze studeerde middenmanagement en aansluitend een niet afgemaakte opleiding psychologie. Eigenlijk wilde ze naar de kunstacademie maar dat vonden haar ouders geen goed idee. Vandaar de vreemde combinatie. Omdat ze niet wist wat ze na haar studie wilde doen, is ze aan de slag gegaan als secretaresse. Vooral omdat talen en communicatie haar heel goed lagen. Zo is ze uiteindelijk directiesecretaresse geworden. Helaas merkte ze al snel dat dit toch niet was wat ze echt wilde. Ze gooide haar leven om en nam de grote stap om een nieuwe carrière te beginnen. Ze ging doen wat ze in haar jeugd al ambieerde, namelijk schrijven, illustreren en vormgeven.

Op je website zeg je dat je jeugd moeilijk was. Een moeilijke jeugd is toch een bron voor veel schrijvers waar ze uit putten. Hoe is dat met jou?

Het heeft voor een groot deel geholpen. Laat ik het zo zeggen, als mijn jeugd makkelijker was geweest dan betwijfel ik of ik schrijfster was geworden. Toch ben ik gaan schrijven, omdat ik mij iets belangrijks herinner uit mijn jeugd. Het was namelijk zo dat ik al kind niets naar buiten mocht brengen. Wat thuis gebeurde bleef thuis, de boze buitenwereld zat vol met vreselijke mensen en als ik iets zou vertellen dan kwamen ‘ze’ mij halen. Wie dat waren weet ik eigenlijk nog steeds niet. Hoe klein ik ook was ik wist dat het ooit mijn tijd zou worden, dat ik dan alles mocht vertellen zonder bang te hoeven zijn. Het was dus zo, dat ik als kind absoluut mijn stem niet mocht gebruiken. Om mij te uitten leerde ik mezelf tekenen en schrijven, mijn opa leerde mij te ontsnappen. Als ik daar logeerde wilde hij steeds verhalen van mij horen, uren en uren lang. Dat waren fijne herinneringen en dat was eigenlijk de prille basis van mijn latere baan.

Je ging al snel zelf verhaaltjes en sprookjes verzinnen. Heb je nog wat bewaard of herinner je je waar de eerste verhalen over gingen?

De eerste verhalen vertelde ik al toen ik vier of vijf jaar oud was. Het was een spelletje wat mijn opa en ik speelde tijdens het uitlaten van de hond in het bos. Dan begon hij: ‘er was eens…’ en dan moest ik het afmaken. Hij vroeg steeds ‘en toen, wie was daarbij, waarom, hoezo…’ en zo leerde hij mij na te denken over iets wat voor mij een spel was. Toen ik ouder werd, schreef ik schriften vol met verhalen en plaatjes, vooral op school. Het eerste echte verhaal is nooit uitgekomen. Ik was misschien een jaar of veertien toen ik aan dat script begon. Tijdsflarden, heette het. Pas veel later, met een jaar of vijfentwintig ben ik verdergegaan waar ik ooit stopte. Het allereerste boekje kwam uit mede en vooral dankzij José Vriens: ‘Kom jij ook op bezoek.’ Daarna vroeg ze mij illustraties te maken voor haar twee boeken en zo is het eigenlijk gekomen.

Je hebt een Italiaanse vader. Ik neem aan dat je tweetalig bent opgevoed. Is dat een voordeel geweest voor je taalontwikkeling of juist niet?

Ja en nee. Dat had het kunnen zijn. De methodes die mijn vader hanteerde waren niet prettig. Elke zaterdag moest ik verplicht naar de Italiaanse school, terwijl ik andere kinderen zag spelen, moest ik studeren. Als ik iets niet goed uitsprak dan sloeg hij mij met een houten stok, trok mij aan mijn haren omhoog of in het beste geval draaide hij mijn oor om. Het was alsof het iets slechts was om iets nieuws te leren, zeker als ik faalde. Daardoor is het zo, dat ik een gruwelijke hekel kreeg aan Italiaans, ook al spreek en versta ik het.

Hoe stond het met de leescultuur in jullie gezin? Werd er voorgelezen? Las je zelf veel? Wat waren je favoriete jeugd – of kinderboeken?

Helaas niet. Niemand las mij voor. Gelukkig ontdekte ik toen ik wat ouder werd dat mijn opa en oma – waar ik vaak logeerde – een gigantische bibliotheek hadden in huis. Daar leende ik wel eens boeken. Het waren geen jeugdboeken. Dus las ik Hemmingway, D.H. Lawrence, Reeve, en vooral de zwarte beertjes. Pas later ontdekte ik de jeugdliteratuur, vooral Roald Dahl was voor mij een openbaring.

Van het schrijven kunnen maar weinig mensen leven. Hoe is dat met jou?

Om heel eerlijk te zijn heb ik wel eens periodes gehad waarbij ik dacht te stoppen. Zeker toen groente en fruit voor de kinderen kopen een probleem werd. Er zijn tijden geweest dat we echt aan de grond zaten. Toch heb ik één belangrijk ding geleerd uit mijn jeugd: vechten! Dus leerde ik steeds beter te worden als er een tegenslag kwam. Elke tegenslag probeerde ik om te buigen. Er was altijd iets van te leren. Het werd een keiharde leerschool, maar met elke recensie die ik terugkreeg, deed ik ook iets. En elke afwijzing gaf mij alleen maar meer wilskracht en vechtlust. Nu pas na jaren van vechten lijkt de wind eindelijk te draaien en kunnen we ondertussen weer groente en fruit kopen.

Je hebt nu de trilogie De Bron van III af. Heb je alweer plannen voor nog een serie of een losstaand YA boek? Is dat ook weer Fantasy?

Klopt! Er komt een vervolgserie. Eigenlijk was De Bron van III in eerste instantie een trilogie. Toch kreeg ik een paar maanden geleden een ingeving. Waardoor er nu een vervolg gaat komen. Weliswaar onder een andere naam, omdat het anders is qua opzet. Toch zullen lezers de stijl herkennen, de hoofdpersonages blijven deelnemen, maar er zal een duidelijk verschil zijn met de vorige delen. Wat dat is mag ik helaas nog niet verklappen.

Je maakt ook hele leuke illustraties en prentenboeken. Bij welke uitgever verschijnen die en zijn er ook een paar vertaald?

O, dank je wel! Ik ben inderdaad gestart met prentenboeken. Omdat ik erg onzeker was en eigenlijk alleen wist dat ik aardig kon tekenen. Illustraties maken was een stuk veiliger want als illustrator mag je vaker een muurbloempje zijn. Sommige prentenboeken, uitgegeven door Yoyo books zijn ondertussen verschenen in het buitenland en zijn inderdaad vertaald. Scandinavië, Engeland, Australië, Ierland, Spanje, Frankrijk, Amerika en noem maar op.

Het is nogal een verschil Fantasy en prentenboeken. Wat doe je liever of vind je de combinatie juist zo leuk?

Op dit moment schrijf ik liever Fantasy. Omdat ik nooit kon kiezen tussen tekenen en schrijven heb ik twee jaar terug bewust een keus gemaakt. Tekenen en schilderen werd zo een hobby en schrijven een professie. Maar wie weet…

Welke schrijvers en/of illustratoren zijn je grote voorbeelden?

George Orwell, J.R.R. Tolkien, Roald Dahl, Quentin Blake.

Je man is ernstig ziek geweest. Heeft dat zijn weerslag gehad op je schrijven en illustreren?

Absoluut! Het was lange tijd onmogelijk om maar een letter op papier te krijgen. In de weken voordat mijn mans aorta scheurde, werkte ik enthousiast aan mijn thrillerdebuut. Het begin schreef ik op vrolijke muziek – want ik schrijf nu eenmaal graag met muziek. Nadat ik hem bewusteloos op de grond vond, veranderde werkelijk alles. De onbezorgdheid verdween en er kwam veel onzekerheid. Zeker toen hij ook nog een darmbloeding erbij kreeg en drie liter bloed verloor. Om heel eerlijk te zijn was het een vreselijke periode. Ik werd meegetrokken in een enorme depressie, ook al kon ik mij voor de buitenwereld redelijk goed houden. Gelukkig kwam mijn man er weer redelijk uit, en het revalidatietraject ging ook goed. Omdat ik een depressie ondertussen herken, kon ik hem bijsturen en overwinnen. Daarna vond ik ook dat het weer tijd werd om weer te schrijven. En dat viel heel erg tegen!

Wil je vijf boeken noemen die je heel mooi vindt en een korte uitleg waarom?

Dan ga ik niet per se leuke of mooie boeken kiezen maar boeken die ik graag lees of heb gelezen. Zoals bijvoorbeeld Animal Farm (George Orwell). Omdat de auteur ons hiermee op een bijzondere manier het gevaar van machten wil meegeven. Dit probeer ik ook te verwerken in mijn boeken. Verder 1984 omdat het een boek is wat heel erg actueel aan het worden is, en ons waarschuwt hoe makkelijk manipulatie kan plaatsvinden. Van een heel ander kaliber zijn alle boeken van Roald Dahl. Toch weet hij altijd iets in zijn verhalen te weven die meer zeggend zijn dan ze in eerste instantie overkomen. Verder las/lees ik Michael Tsarion, Albert Pike, Walter Veith, en nog heel veel meer.

Hier mag je nog iets zeggen dat je kwijt wilt.

Nou, als ik dan toch die kans krijg dan wil ik inderdaad iets kwijt. Namelijk dat ik mij in wil gaan zetten als ambassadeur voor het lezen. Zonder belerend over te komen – maar het lijkt tegenwoordig wel alsof de maatschappij ons de tijd niet meer gunt om verstandelijk bezig te zijn. Dat laatste is juist zo ontzettend belangrijk. Door gebrek aan kennis zijn culturen verdwenen, worden oorlogen gevoerd en mensen afgeslacht allemaal om ze keer op keer opnieuw te kunnen onderdrukken. Dat kan alleen als mensen dom gehouden worden. Helaas lijkt het erop dat onze huidige maatschappij mee dendert en afstevent naar zo’n verval. Bibliotheken verdwijnen en met haar de kennis voor onze toekomstige generaties. Bibliotheken zouden als standvastige zuilen in onze beschaving moeten staan! Lezen zou opnieuw een absolute prioriteit moeten worden. Ik zou willen stellen dat de beschaving van een samenleving af te meten valt aan de wijze hoe ze omgaat met haar bibliotheken, en hoe ze haar burgers leert leren lezen en denken.

Foto: Kees Rutgers

Vragen: Pieter Feller

Pin It

3 Reacties

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!