Nieuwste boek van Wilma Geldof heel goed ontvangen

22-november-2014 | Categorie: Interview

Wilma Geldof1Wilma Geldof(Alphen aan de Rijn 1962) begon al heel jong met schrijven, maar dat was iets wat ze ‘ernaast’ deed. Haar ouders vonden dat ze wel een echte baan moest hebben en geld verdienen. Vijftien jaar lang werkte ze als sociaal psychiatrisch verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. Ze vond het boeiend en aangrijpend werk. Daarna werkte ze twaalf jaar voor de Raad van de Kinderbescherming.

In 2001 verscheen haar eerste kinderboek Kiki, op zoek naar Tom. Vervolgens legde ze zich toe op het schrijven van jeugdboeken en nu is dus haar eerste boek voor Young Adults verschenen: Elke dag een druppel gif, wat ook heel goed door volwassenen kan worden gelezen.
Sinds 2010 houdt Wilma zich fulltime bezig met schrijven en lesgeven in schrijven als docent creatief schrijven aan de Hogeschool van Amsterdam, bij schrijfschool ScriptPlus, bij enkele Volksuniversiteiten en online bij Editio. Ook geeft ze workshops proza en/of poëzie aan volwassenen en kinderen.

Je hebt een kinderboek geschreven en zeven jeugdromans. Met Elke dag een druppel gif heb je je aan een volwassenenroman gewaagd, die ook heel goed leesbaar is voor YA. In welke hoek vind jij dit boek het beste tot zijn recht komen?

Ik heb Elke dag een druppel gif voor jongeren geschreven, maar de uitgever vond het verhaal ook geschikt voor volwassenen. Je kunt zeggen dat de uitgever gelijk heeft gekregen want de eerste reacties zijn heel positief: zowel van jongeren, die weinig over de oorlog weten, als van volwassenen, waarvan sommige ouderen de oorlog zelf hebben meegemaakt.

Hoe kwam je op het idee voor dit boek en hoe lang heb je erover gedaan?

Mijn vader was lid van de NSB, maar ik wilde geen boek over hem schrijven omdat ik daar weinig positiefs uit kon halen. Via mijn man kwam ik in contact met Dick Woudenberg, een nu 85-jarige man wiens vader voor de NSB in de Tweede Kamer zat. Een man die open over zijn verleden sprak, met inzicht en mededogen. Behalve met hem heb ik met nog enkele oudere heren gesproken die NSB-kind waren of op de Reichsschule (een ‘Hitlerschool’ in Valkenburg) hadden gezeten. Zo, met een grote omweg, kon ik een beladen stukje verleden onderzoeken: door een verhaal te schrijven dat losjes gebaseerd was op waargebeurde levensgeschiedenissen, maar níet het verhaal van mijn vader.
Omdat het een historische roman is, moest ik veel (veld)onderzoek doen. Alle feiten en details moeten kloppen. Ik heb lang aan dit boek gewerkt: ongeveer drieënhalf jaar (maar niet aan één stuk door).

Dit boek gaat over een NSB-kind. Welke emoties of vragen heeft het schrijven ervan in jou zelf opgeroepen?

Ik ben ver na de oorlog geboren. Ik wil mijzelf niet als NSB-kind beschouwen: ik wil het niet als deel van mijn identiteit zien. Door het schrijven van dit boek heb ik bepaalde thema’s kunnen onderzoeken: schaamte en schuldgevoelens bijvoorbeeld. Gevoelens van schaamte en schuld zijn inperkend en staan tussen Maarten en Hanne in.
Wat mij verder raakt is dat de beïnvloeding uit Elke dag een druppel gif, in een andere context, ook nu nog aan de orde is. Jonge Jihadstrijders vertrekken naar oorlogsgebieden in de heilige overtuiging dat zij een goede zaak gaan dienen. Wie terugkeert komt voor de rechter, maar hoe is het zo ver gekomen? In het proces van beïnvloeding zie ik veel overeenkomsten met het proces dat jongens op de Reichsschule ondergingen.

Wat vind jij het verschil tussen schrijven voor kinderen en schrijven voor volwassenen?

Mijn redacteur schreef geregeld in de kantlijn van mijn manuscript: ‘Begrijpt de doelgroep dit?’ De doelgroep: dat waren jongeren.
Er zijn veel verschillen in schrijven voor kinderen en schrijven voor volwassenen: zowel schrijftechnisch – taalgebruik, zinslengte, actie, dialogen – als in uitwerking van het onderwerp. Toch vind ik het ambacht van schrijven niet wezenlijk anders voor kinderen dan voor volwassenen. Ook wie voor kinderen schrijft moet bijvoorbeeld technieken als ‘show, don’t tell’ (vertonen in plaats van vertellen) beheersen, al mag je voor kinderen natuurlijk wel minder suggestief schrijven dan voor volwassenen, en concreter.
In een kinderboek zijn dialogen belangrijk, maar toevallig hou ik daar ook erg van. Of je nu voor kinderen of voor volwassenen schrijft: het gaat erom in het hoofd van je hoofdpersoon te kruipen, opdat de lezer dat ook kan.

Wat bevalt jou aan het schrijverschap en wat niet?

Dat vraag ik mij ook vaak af: waarom wil ik dit? Ik vind schrijven een enorm geploeter. Maar toch… als ik niet schrijf word ik onrustig. En als het schrijven lukt is het heel bevredigend.
De concentratie, op momenten dat het goed gaat: daar geniet ik van. En in het hoofd van iemand kruipen, dat ook. Ik ben iemand die nadenkt door dingen op te schrijven: zonder computer of pen en papier lukt dat minder goed.

Je geeft ook les op een schrijfacademie. Helpt het lesgeven je binnen je eigen schrijfactiviteiten?

Dat denk ik wel. Al was het alleen maar omdat ik er geregeld theorie op nasla om die zo goed mogelijk over te kunnen brengen in de les. Maar ook het bespreken van werk van cursisten – het kijken naar wat werkt in een tekst en waarom – kan voor mijzelf leerzaam zijn. Ik heb scherper door waar een verhaal aan moet voldoen wil het de lezer verrassen, en ben meer gericht op wat iemand wil zeggen met een verhaal.

Zijn er al mensen gedebuteerd die les van jou hebben gehad?

Ja zeker! Ik tel er zo tien!

Nederland is een klein taalgebied en toch zijn er heel veel schrijvers en daarnaast een miljoen mensen met schrijfambities. Hoe kijk jij aan tegen deze ontwikkeling?

Het lijkt wel alsof er meer mensen zijn die een boek willen schrijven dan dat er mensen zijn die een boek willen lézen. De wens is een boek gepubliceerd te krijgen. Ik begrijp die wens wel: die had ik ooit ook. Maar inmiddels weet ik al heel lang dat schrijven een vak is, een verdomd moeilijk vak. Met elk boek moet je weer opnieuw beginnen. Om het vak onder de knie te krijgen moet je werken – terwijl de wens een boek gepubliceerd te krijgen vaak meer te maken heeft met andere behoeftes.

Geef je ook wel eens les aan mensen tegen wie je eigenlijk zou willen zeggen dat ze maar beter iets anders kunnen gaan doen? Zeg je dat dan ook?

Ik geef les in Creatief schrijven aan Hart in Haarlem en aan de Volksuniversiteit van Amstelveen. Het doel daarbij is niet dat cursisten een boek schrijven, maar dat ze plezier beleven aan schrijven en dat ze tot schrijven komen zonder gehinderd te worden door techniek. Iedereen kan door stapsgewijze opdrachten tot schrijven komen en zichzelf verrassen. Dus hier zal ik zoiets nooit zeggen!
Daarnaast geef ik les bij schrijfschool ScriptPlus waar publiceren wel het uiteindelijke doel is. Iedereen kan de techniek van schrijven leren, maar de een leert het vak sneller of makkelijker dan de ander. Maar nee, ik heb gelukkig nog nooit tegen iemand hoeven zeggen dat-ie beter iets ander kan gaan doen.

Wat vind je zelf jouw sterkste schrijfkwaliteiten?

In Elke dag een druppel gif kon ik gebruik maken van emoties uit mijn eigen leven omdat ik in staat was deze als ‘materiaal’ te kunnen zien. Mijn kracht in schrijven vind ik om emoties onderhuids te laten broeien.
Ik schrijf vrij sober, zonder veel tierelantijnen en krullen. Dat is mijn stijl. Mijn proza is helder. Bij mij hoef je geen zinnen drie keer te lezen om te begrijpen wat er staat.
Een ogenschijnlijk oppervlakkig gesprek tussen Maarten, Eva en Moshe is pijnlijk, omdat je als lezer meer weet dan de personages. (Maarten troost Eva en Moshe als zij vertellen dat ze wachten op een oproep om naar een kamp te vertrekken.) Als lezer voel je de wrangheid. De ellendige oorlogssfeer wil ik niet letterlijk benoemen, maar uit de gebeurtenissen laten blijken. Vertonen in plaats van vertellen vind ik belangrijk. En dingen laten terugkeren: als jong kind kietelt Maarten zijn vriendje vaak net te lang. Als hij later zelf gepakt wordt, overkomt hém dit, waaruit je al af kunt leiden dat Arthur een rol moet hebben gespeeld in deze wraakneming. Iets neerleggen dat later terugkomt in het verhaal: dat vind ik fijn.

Heb je een volgend boek op stapel staan?

Toen het boek bij de uitgever op stapel lag, ben ik begonnen aan een licht verhaal – vergeleken bij ‘Elke dag een druppel gif’ – voor kinderen vanaf acht jaar. Hierna wil ik weer een groter project oppakken.

Wil je hier vijf boeken noemen die veel indruk op je gemaakt hebben?

Esther Gerritsen: Dorst
Ian Mc. Ewan: De cementen tuin
Arnon Grunberg: Tirza
Nathan Filer: De schok van de val
Mariët Meester: De eerste zonde
Els Beerten: Allemaal willen we de hemel
Peter van Gestel: Die dag aan zee
Jan Simoen: Slecht
Guus Kuijer: Polleke
Ted van Lieshout: Ik ben een held
Tiny Fisscher: Dat stomme boek
Paul van der Steen: Keurkinderen, Hitlers elitescholen in Nederland (non-fictie)

O, ik dacht dat ik er vijftig mocht noemen. 😉

Vragen: Tiny Fisscher Redactie: Pieter Feller

Hier kun je de recensie lezen van Elke dag een druppel gif

Pin It

2 Reacties

  • […] Boekenbijlage.nl staat een interview met mij naar aanleiding van Elke dag een druppel […]

  • […] 22 november 2014 – Interview in Boekenbijlage.nl […]

Boek van de Week

Succes en sappelen in de middenstand

Categorie: Boek van de week, Familiegeschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie

Hoeden en petten en dameskorsetten – Frank Bokern – Van Oorschot – 257 blz. De wortels van Frank Bokern en zijn familie liggen in Westfalen. Beroemde namen als Dreesman, Peek, Cloppenburg, Voss en Kreijmborg stammen…

Boek van de week archief

18-juli-2019 | Lees verder | Reageer!