Op reis door een huis

3-oktober-2016 | Categorie: Boek van de week, Geschiedenis

De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis – Geert Mak – Atlas Contact – 446 blz.

de-levens-van-jan-sixIk weet nog wanneer ik voor het eerst Rembrandts Portret van Jan Six zag. Dat was tijdens een bezoek dat we met een groep studenten kunstgeschiedenis brachten aan de collectie Six, aan de Amstel in Amsterdam. Ik zag het schilderij al toen we verzamelden op de stoep voor het gebouw. Door de ramen van de bel-etage, links van de voordeur, schemerden de contouren me tegemoet: de rode mantel, de onderzoekende blik. Eenmaal binnen zag ik het schilderij in al zijn glorie – de verfbehandeling, de prachtige ‘vondst’ van het aantrekken van de handschoen – maar die allereerste blik vanaf de stoep blijft me altijd bij. Nog lang heb ik, wanneer ik in Amsterdam moest zijn, op weg naar mijn afspraak een omweg over de Amstel gemaakt. En even stilgestaan op de stoep. Een blik geworpen op het portret. Het mooiste schilderij van Nederland. In ‘mijn’ Michelin van Amsterdam stond deze omweg bovenaan.

De Jan Six wiens portret Rembrandt in 1654 schilderde is niet de stamvader van de familie. Geert Mak beschrijft in De levens van Jan Six hoe diens voorouders aan het einde van de zestiende eeuw vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden emigreerden om daar in vrijheid van politiek en geloof en met veel ondernemingszin een nieuw bestaan op te bouwen. Rembrandts Jan is de eerste ‘Jan’ Six. Hij werd geboren in 1618, overleed in 1700. Hij was het die, door wie hij was en wat hij deed, de familie op de kaart zette.

De Gouden Eeuw van Amsterdam was in zekere zin ook de Gouden Eeuw van de familie Six. Dat is wellicht de reden dat Mak aan de eerste Jan relatief veel aandacht besteed, ofschoon hij voor flinke delen van diens leven in het duister tast. Zo maakte Jan I de voor die tijd gebruikelijke Grand Tour. Maar wanneer precies dat was, en met wie hij reisde, en welke route hij volgde is niet bekend. Het zal omstreeks 1641-1643 zijn geweest, hij was toen begin twintig. In een van de voorkamers van het huis hangen twee kleine portretjes, van Jan en van een jonge vrouw. Het verhaal dat in de familie rondgaat is dat Jan op reis ging met liefdesverdriet, een portretje van zijn aanbedene meenam en in Rome door de schilder Gerard ter Borch, die daar toen verbleef, een pendantportretje van zichzelf liet schilderen.

Dat is een mooi verhaal. Maar het toont ook de bijzondere situatie waarin Mak zich bevond. Hij verbleef voor zijn onderzoek enkele jaren in het huis aan de Amstel. Een huis waarvan vrijwel alle veertig kamers zijn volgestouwd met de mooiste objecten. Een huis dat tevens een omvangrijk en goed toegankelijk familiearchief herbergt waaruit Mak een schat aan informatie wist te halen. Maar hij heeft in die jaren ook dagelijks aan de koffietafel gezeten met de familie. En heeft vermoedelijk zo ongeveer alle verhalen aangehoord die al tien generaties in de familie de ronde doen maar die nooit zijn vastgelegd. En dat zijn vaak de mooiste verhalen. Zelf huldig ik het uitgangspunt dat een mooi verhaal niet helemaal waar hoeft te zijn om door mij te worden doorverteld. Mak zal, als degelijke historicus en met het oog op de publicatie, kritischer zijn geweest. Gelukkig bevat het boek toch ettelijke van deze overleveringen.

Het is fascinerend om te zien hoe snel je in het Amsterdam van de zeventiende eeuw rijk kon worden. Zeker wanneer je een beginkapitaal had, slim was en over een netwerk beschikte. Dat netwerk bestond vrijwel geheel uit de aanzienlijke families die hun huizen op de zojuist aangelegde grachten lieten bouwen. Men speelde elkaar jaarlijks de vele gemeentelijke bestuursfuncties en andere lucratieve baantjes toe. Ook Mak lijkt verrast door de hechtheid van dat netwerk, de feilloze manier waarop het functioneerde om de bestuurlijke macht binnen een kleine groep families te houden. Hij is een ervaren historicus, maar lijkt toch gevoelsmatig bijna verontwaardigd over de ongelijkheid die daar uit spreekt. Zijn boek is, met betrekking tot de zeventiende eeuw, naast een biografie van Jan Six ook een kleine cultuurgeschiedenis van de upper class van Amsterdam.

Het kapitaal van de familie Six werd al in de eerste decennia van de zeventiende eeuw opgebouwd, vooral door het handelen van Anna Wijmer, de moeder van Jan I. Zij kocht met haar geld ook land in de streek rond Hillegom en westelijk van Utrecht. Het zijn de plekken waar latere generaties Six imposante landgoederen zullen stichten. Jan I trouwde met Margaretha Tulp, dochter van de bekende arts die door Rembrandt is vereeuwigd in de anatomische les die nu in het Mauritshuis hangt. Hun zoon Jan II bestuurde tegen het einde van de eeuw gedurende dertig jaar Amsterdam, vaak als burgemeester.

Niet iedere Jan blijkt even interessant te zijn. Gaandeweg vervulden ze ook geen bestuursfuncties meer. De tijden veranderden, de familie paste zich aan. De mannen zochten in toenemende mate hun eigen weg in de maatschappij. Het ging in de achttiende eeuw niet meer om geld verdienen, behoud van het familiekapitaal was al lastig genoeg. Door met de juiste partners te trouwen lukte het in de negentiende eeuw om het kapitaal weer voor lange tijd veilig te stellen én de kunstcollectie uit te breiden. In het begin van de twintigste eeuw werden noodgedwongen delen van de kunstverzameling verkocht, waaronder Vermeers Straatje en De Melkmeid. Beide schilderijen kwamen in het Rijksmuseum terecht.

Sinds 1922 zijn het huis en de collectie ondergebracht in een Stichting. Vanwege het unieke karakter van de verzameling draagt de Nederlandse staat bij aan het onderhoud, zoals onlangs aan de renovatie van het huis. Er is een beperkte openstelling, het huis is op afspraak te bezoeken. Mogelijk ervaar, je eenmaal binnen, hetzelfde wat Geert Mak zo bijzonder vond aan zijn verblijf in het huis: de ‘historische sensatie’, door de historicus Johan Huizinga omschreven als ‘een onmiddellijk contact met het verleden, een sensatie even diep als het zuiverste kunstgenot’. Mak besluit zijn aanwezigheid in het huis dan ook met een bezoekje aan het object dat hem dat gevoel het sterkst geeft, het portret van Jan Six: ‘Ik wandel nog maar eens naar boven, de klok tikt door alle gangen, maar bij de eerste Jan Six is het stil. Het licht kaatst over het water van de Amstel, de kamer kleurt op, zelfs de donkere hoed die Jan draagt is zichtbaar tegen het zwart. Het wordt tijd. Jan kijkt me aandachtig aan, een tikje weemoedig, alsof hij een beeld wil vasthouden in zijn herinnering. Zelf zal hij blijven wie hij was: altijd in zijn rode cape, altijd met die handschoenen, altijd op de rand van het afscheid.’

Geert Mak twijfelde lang voordat hij besloot dit onderzoek te doen en het boek te schrijven. Nieuwsgierigheid, trok hem over de streep, en de wetenschap dat hij voor dit boek nu eens niet hoefde te reizen. Het werd een reis door zijn eigen stad, door een familiegeschiedenis, door een huis.

Peter van der Ploeg

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!