“Opeens had ik een luxeprobleem”

21-maart-2015 | Categorie: Interview

Ineke KraijoIneke Kraijo(1974) is getrouwd met Roland en samen hebben ze twee kinderen. Voordat ze ging schrijven was ze advocaat. Ze deed veel strafrecht en personen- en familierecht. Dat wil zeggen dat ze mensen hielp die wilden scheiden of die verdacht werden van strafbare feiten, zoals diefstal, drugshandel, mishandeling en moord. Ze vond het geweldig interessant werk, maar helaas moest ze door een chronische ziekte stoppen met de advocatuur.
Thuis zitten en niets doen is niets voor haar, dus is ze cursussen gaan volgen. Eerst psychologie, toen kinderverhalen schrijven. Dat laatste vond ze het leukst. Naast het schrijven van boeken werkt ze voor educatieve uitgevers. Zo schrijft ze onder andere mee aan een nieuwe taalmethode. Inmiddels is ze schrijfdocent bij de cursus die ze zelf jaren geleden heeft gevolgd. Het zal je niet verbazen dat ze graag leest, maar er zijn heel veel dingen die ze leuk vindt om te doen, zoals zwemmen, knutselen, wandelen, turnles geven, op vakantie gaan en met haar kinderen spelen.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik kom uit een heel gewoon gezin. Vader, moeder, twee kinderen. Mijn vader zat in de directie van een vleeswarenbedrijf, mijn moeder stond voor de klas (meer dan vijftig jaar!) en ik heb een zus die twee jaar ouder is. Mijn ouders hadden een zeilboot en vooral tijdens de vakanties werd er veel gelezen.
Ik was als kind echt een leesmonster, net zoals mijn kinderen nu zijn. Iedere avond in bed lag ik te lezen, vaak stiekem. Zodra ik de kamerdeur open hoorde gaan, deed ik vlug het licht uit. Op mijn negende kreeg ik de ziekte van Pfeiffer en lag ik een half jaar op de bank en op bed. In die tijd heb ik de hele schoolbibliotheek uitgelezen, behalve de paardenboeken.

Welke boeken las je als kind?

Ik las alles wat los en vast zat (behalve dus de paardenboeken), maar het liefste las ik historische romans, bijvoorbeeld van Thea Beckmann of spannende avonturenverhalen van Enid Blyton. Ik fantaseerde dan altijd dat ik een van de hoofdpersonen was.

Je moest je baan als advocaat opgeven omdat je ziek werd. Uiteindelijk ben je kinderboeken gaan schrijven. Schreef je als kind ook al en herinner je je eerste verhaaltje/gedichtje nog?

Ik schreef niet echt verhaaltjes als kind. Alleen toen ik in groep acht zat ben ik begonnen aan een verhaal, maar dat heb ik nooit afgemaakt. Wel had ik penvriendinnen naar wie ik ellenlange brieven schreef, schreef ik gedichtjes en korte stukjes voor de clubkrant van turnen en basketball.
Ik kan me herinneren dat ik een keer bij Nederlands zat en een invuloefening over spreekwoorden moest maken. Als kind werd ik doodgegooid met spreekwoorden, dus ik had het in een paar minuten af en ik zat me grenzeloos te vervelen. Een van de spreekwoorden was: ‘eerst Napels zien en dan sterven’. Toen, ik was dertien, schreef ik het volgende gedichtje:
De achterbuurten van Napels,

Daar staat ze,
De hand geheven,
Bedelend,
Te mogen leven.

In haar oog,
een stille traan.
Toch, ze zwijgt,
Staart me aan,

Klein en kwetsbaar,
In lompen gekleed,
Haar leven,
Onrechtvaardig wreed.

‘k Heb napels gezien,
zal spoedig sterven,
Mijn God, laat dit kind,
Mijn leven erven!

Opeens stond de leraar naast me (ik had hem niet aan zien komen). Hij pakte mijn gedichtje af en na de les mocht ik het terug komen halen. Ik dacht dat ik enorm op mijn kop zou krijgen, maar tot mijn verbazing vroeg hij of ik er wel eens over had gedacht om Nederlands te gaan studeren en schrijver te worden. Dat was ik helemaal niet van plan.

Raakte je je eerste boek makkelijk kwijt aan een uitgeverij?

Nee, ik kreeg eerst van drie uitgevers een afwijzing van De verdwenen soapster. Maar de vierde uitgever, De Eenhoorn, was wel enthousiast. Gelukkig ging dat bij met mijn tweede boek Kate makkelijker. Daar kreeg ik eerst ook een afwijzing. Toen heb ik het boek naar vier uitgevers tegelijk gestuurd en die wilden het alle vier uitgeven. Opeens had ik een luxeprobleem!

Je hebt twee historische jeugdromans geschreven over de hongersnood in de negentiende eeuw in Ierland. Is dat het genre dat je het liefst schrijft?

Mijn derde historische (jeugd)roman komt in april 2015 uit en ik heb serieuze plannen voor een historisch 10+boek. Ik vind het een heel leuk genre, maar toch kan ik niet zeggen dat dat het genre is dat ik het liefste schrijf. Na een historisch verhaal, waar ik altijd heel veel research voor doe, vind ik het prettig om iets eigentijds te schrijven. Juist de afwisseling tussen de verschillende genres en de verschillende doelgroepen vind ik leuk.

Je bent gelovig. In hoeverre speelt het geloof een rol in je boeken? Of speelt het in sommige boeken geen rol?

Als mijn hoofdpersoon gelovig is, zoals in Kate en Rose of gelovig wordt opgevoed, zoals in de boekjes over Lukas, dan speelt het geloof een rol. In Kate en Rose is dat het katholieke geloof, in Lukas gaat naar de kerk en Eet smakelijk, Lukas is dat het protestantse geloof. In andere boeken, zoals bijvoorbeeld Vlucht en Verdacht, speelt het geloof helemaal geen rol.

Hoe ga je te werk als schrijver? Heb je alle verhaallijnen al op papier voor je begint of is er ook ruimte voor spontane invallen? Werk je op vaste tijden en op een vaste plek?

Als ik begin met schrijven, ken ik mijn hoofdpersoon redelijk goed en heb ik een plot in mijn hoofd. Maar al schrijvende loopt het vaak heel anders dan ik in eerste instantie had gedacht. Personages blijken een ander karakter te hebben en mede daardoor gebeuren er dingen die ik niet had voorzien. Ik schrijf mijn eerste versie altijd heel snel. Ik typ maar door zonder me om zinsbouw of woordkeuze te bekommeren. Het verhaal moet uit mijn hoofd en op mijn computer. Pas daarna ga ik echt schrijven. Vaak heb ik nog wel vier of vijf herschrijfrondes nodig voordat ik het naar mijn uitgever durf te sturen.
Ik heb twee jonge kinderen (Jelle is acht en Femke is vijf) en door een chronische ziekte heb ik niet zoveel energie. Ik schrijf daarom vooral in de ochtenden als de kinderen naar school zijn. Ik sta ook regelmatig om een uur of zes op om te gaan schrijven. In de woonkamer heb ik een eigen hoek met een bureau met laptop en drie boekenkasten (met op grijphoogte woordenboeken, het groene boekje, het handboek voor schrijvers, voornamenboeken enzovoort). Dat is mijn werkplek.

Je hebt bij nogal wat uitgevers gepubliceerd. Is het niet fijner om één vaste uitgever te hebben en ook een vaste goede redacteur die je werk door en door kent?

Mijn twaalfde boek komt binnenkort uit (en dan tel ik de kerstverhalenbundel mee) en momenteel heb ik vier uitgevers en bij alle vier heb ik een vaste redacteur. Ik vind dat eigenlijk wel prettig. Het was niet echt een bewuste keuze, maar het hangt vooral samen met het feit dat ik voor verschillende doelgroepen en in verschillende genres schrijf. Alle redacteurs zijn er ook van op de hoogte wat ik doe bij andere uitgevers en die openheid werkt prima voor mij.

In je boek Vlucht, is drankgebruik het onderwerp. Het is nogal zwaar voor jonge kinderen. Hoe ben je ertoe gekomen juist hierover te schrijven? 

Een tijdje geleden gaf ik op een school een lezing over Verdacht. Ook een boek met een zwaar onderwerp (een meisje dat onverwachts en zonder voor haar bekende reden in een pleeggezin wordt geplaatst). Na afloop kwam er een leerling van een jaar of twaalf naar me toe. Ze bladerde door Verdacht en zuchtte. ‘Het lijkt me een prachtig boek, maar ik heb dyslexie en het is te dik voor mij,’ zei ze. ‘Ik wou dat er dunnere boekjes waren met dit soort verhalen.’ Daarom besloot ik om een verhaal over een heftig onderwerp te schrijven voor oudere kinderen, maar dan op een laag AVI-niveau.

Als advocaat heb je misschien zulke vaders meegemaakt. Is de vader van Anna in Vlucht een soort standaard type drankverslaafde?

Als advocaat heb ik inderdaad veel (drank- en/of drugs)verslaafde cliënten gehad. Ik denk niet dat er een ‘standaard type’ verslaafde is, maar ik denk wel dat de vader van Anna veel kenmerken heeft die de meeste verslaafden hebben. Ik vond het belangrijk om de vader van Anna niet alleen maar als een vreselijke man neer te zetten, een verslaafde die geen andere interesse had dan de drank. Tijdens mijn werk als advocaat is me ook weer heel duidelijk geworden dat mensen altijd mensen zijn met goede en slechte kanten. Zo had ik eens een heel sympathieke man als cliënt. Hij was een lieve, betrokken vader, een harde werker en hij ging trouw naar de kerk. Maar hij had wel zijn vrouw doodgeslagen. En toch was hij echt aardig.

Vlucht is heel gevoelig beschreven, heb je zelf een dergelijk geval in je omgeving meegemaakt?

Nee, gelukkig niet. Maar dat hoeft ook niet. Op het moment dat ik schrijf over Anna, probeer ik te voelen wat zij voelt, te zien wat zij ziet en te horen wat zij hoort.

Vlucht is je eerste Avi boek (volgens je website). Was het lastig om te schrijven?

Nee, helemaal niet. Vlucht is weliswaar mijn eerste Avi-boek, maar niet mijn eerste Avi-verhaal. Vorig jaar heb ik voor een educatieve uitgever acht Avi-verhalen geschreven (van Avi M3 tot E6) en dit jaar heb ik ook drie Avi verhalen (M4) geschreven voor een educatieve uitgever. Ik vind dat heel erg leuk om te doen. Zekere bij de lagere avi-niveaus is soms wat puzzelen, maar gelukkig houd ik van puzzelen.

Wil je vijf boeken noemen die indruk op je gemaakt hebben, met een korte toelichting?

Oei, vijf boeken maar, dat is moeilijk kiezen. Het waargebeurde Kampioen van Corien Oranje haalde mijn selectie net niet, maar moet eigenlijk wel genoemd worden. Dus bij deze. Ik houd veel van historische jeugdromans, van bijvoorbeeld Thea Beckman , Rob Ruggenberg en Simone van der Vlugt. Maar omdat ik geen twintig boeken mocht noemen, volgt hieronder mijn uiteindelijke selectie.

Vlinder voor Marianne van Virginia Lee. Als kind vond ik dat een prachtig boek en ik heb het denk ik wel tien keer gelezen. Volgens mij was het ook het eerst boek dat ik las, waarbij een belangrijk personage dood gaat.
Belledonne kamer 16 van Anke de Vries. Geweldig boek, heel spannend. Ik kan me herinneren dat ik in groep 7 daar een stuk uit voorgelezen heb in de klas voor een voorleeswedstrijd. De hele klas heeft doodstil zitten luisteren.

Geef me de ruimte van Thea Beckman. Op mijn vijftiende heb ik een tijdje in het ziekenhuis gelegen en daar herlas ik alle historische romans van Thea Beckman, ook de trilogie over de Honderdjarige Oorlog. Dankzij haar boeken duurde de dagen in het ziekenhuis een stuk minder lang. Geweldig hoe zij geschiedenis invoelbaar maakt en een andere tijd dichtbij haalt. Zij is echt een voorbeeld voor mij.

Overstroomd van Eva Moraal. Dit jeugdboek las ik vorig jaar. Ik dacht dat ik niet van dystopische romans hield en het omslag vond ik eerlijk gezegd ook heel lelijk en toch ben ik het gaan lezen. Ik had het in één avond uit en door het boek is mijn mening over dystopische romans veranderd.

IJsbarbaar van Rob Ruggenberg. Een paar jaar geleden ontdekte ik de boeken van Rob Ruggenberg, voor mij de Thea Beckman van nu. Van de drie historische jeugdromans die ik van hem heb gelezen, vond ik deze de mooiste. Goed, spannend en het gaf een heel mooi tijdsbeeld.

Hier kun je nog iets zeggen dat je graag kwijt wilt.

Wat een leuke vragen. Het zijn weer eens anders dan anders vragen. Fijn!

Vragen: Pieter Feller en Kirstin Rozema

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!