Opzienbarend boek over de zeearend

17-april-2020 | Categorie: Dieren & Natuur, Non-fictie

De zeearend in Nederland, in 15 jaar naar 15 paar – Martijn de Jonge – KNNV uitgeverij – 160 blz.

Wonderen zijn de wereld nog niet uit. Veel deskundigen meenden dat de komst van het eerste succesvolle broedpaar zeearenden (Haliaeetus albicilla) in 2006 niets minder dan een wonder was. Martijn de Jonge wenst dat te bestrijden. Hij meent dat de belangrijkste reden voor de komst van ‘de vliegende deur’ het goede beheer in de Oostzeelanden is. Het wachten op de natuurlijke weg naar Nederland is dus toch beloond en de plannen voor herintroductie van o.a. het Wereld Natuurfonds konden de prullenbak in. Liefhebbers – en wie zouden dat niet zijn – kunnen nu op verscheidene plaatsten in ons land deze uiterst imposante vogel spotten.

De Jonge heeft nog meer positiefs te melden. Nederland kende vanaf de tachtiger jaren van de vorige eeuw een opleving van het besef dat we beter met ons milieu moeten omgaan. Er ontstond ‘nieuwe natuur’ met biotopen die uitermate geschikt zijn voor de zeearend, zoals de wetlands. Er kwam ruim voldoende voedsel en er waren veel bomen die stevig genoeg zijn voor de nestbouw. “Watersnoodrampen (ondanks de ellende die ze veroorzaakten) in de vorige eeuw leidden tot het perfecte zeearendlandschap”.

Voor lezers die (nog) niet bekend zijn met deze grootste roofvogel van ons land, even een paar cijfers uit de gegevens van de auteur. Volwassen exemplaren worden tot ca. 90 cm lang en hebben een vleugelspanwijdte tot ca 250 cm die tot de bijnaam ‘vliegende deur’ heeft geleid. Hun gewicht kan oplopen tot een ruime 7 kilo. Opvallend is de witte staart (waardoor ze ook wel witstaartzeearend worden genoemd.) een kleur die echter bij de onvolwassen exemplaren afwezig is. Verder is kenmerkend de grote gele roofvogelsnavel. De vogel is toppredator, wat wil zeggen: de hoogste in rangorde. Dus heeft de zeearend geen natuurlijke vijanden – behalve misschien de mens! Mede daardoor bereiken ze vaak de hoge leeftijd van wel 20 jaar.

Elke rechtgeaarde vogelaar wil de zeearend ooit gezien hebben. Ouderen onder hen zullen hun eerste exemplaar wel in het buitenland hebben gezien of als een stipje in de lucht tijdens de vogeltrek, alleen te herkennen door zeer deskundige ornithologen. Ook De Jonge zag zijn eerste exemplaar in de Oderdelta, een omgeving waar hij veel over zijn favoriet heeft geleerd.
Nu hoeven we niet meer in een (schuil)hutje te kruipen en urenlang te kleumen van de kou voordat we een exemplaar zien. De auteur deelt zijn ervaring over waar in Nederland je het best een poging kunt wagen, zoals de Oostvaarders Plassen en de IJsseldelta.

Behalve de positieve situatie van nu schetst De Jonge ook wat wij deze prachtige vogel in het verleden hebben aangedaan. De auteur stelt dat de zeearend, evenals andere predatoren, werd gezien als geduchte concurrent bij de jacht, Ook werd hij beticht van het zich vergrijpen aan vee op het land en aan pluimvee. Frappant is daarbij de vermelding: “Al in 1548 vermeldde de Nassause Domeinraad dat de arenden zich weinig populair hadden gemaakt door te jagen op de zwanen van prins Willem van Oranje”. Er werden daarom hoge bedragen uitgeloofd voor afgeschoten arenden, zodat “in de periode 1854-1858 gemiddeld eenenveertig arenden per jaar werden ingeleverd voor een premie. Het betrof vogels die hier overwinterden.

Een andere bedreiging in de vorige eeuw was de milieuvervuiling, waardoor giftige stoffen in de voedselkringloop terecht kwamen. De bosbouwers rond de Oostzee zorgden door het gebruik van zwaar gif tegen parasieten voor een aanzienlijke daling van de populatie.
Gelukkig dat die bedreiging in het laatste kwart van de vorige eeuw dusdanig verminderde dat de populaties weer konden groeien.

De aantallen zeearenden in ons land vormen slechts een zeer klein deel van de totale populatie in Europa. De Jonge laat zien dat het bestuderen van ‘onze’ zeearend slechts mogelijk is in Europees perspectief. Dat de vogel naar Nederland is gekomen danken we aan de groei elders. De Jonge neemt ons daarom mee naar andere landen in Europa en zelf daarbuiten. Daarbij stelt hij ons ook de diverse ondersoorten voor, zodat we een compleet beeld van de majestueuze vogel te zien krijgen.

Met dit werk levert De Jonge de eerste Nederlandse monografie over deze koning – er bestaat ook nog een miniem kleinere keizerarend – in de vogelwereld. Het is meteen een standaardwerk geworden! Hieruit zullen niet alleen vogelaars, maar ook onderzoekers de nodige gegevens gaan ontlenen. Misschien zou het opnemen van een register het zoeken vergemakkelijken en zou er wat meer kaartmateriaal opgenomen kunnen worden. Ideetje voor een volgende druk die er zeker zal komen!

Op een aantal manieren is dit boek uniek te noemen. De schrijver heeft het niet nodig foto’s van anderen te gebruiken. Als fotograaf is hij op zijn gebied de beste in Nederland. Dat bewijzen wel de prachtige afbeeldingen die hij in het boek heeft opgenomen. De lezer krijgt dus niet alleen een complete beschrijving, maar ook een compleet beeld van de zeearend. Die laatste neemt ook een enkele keer het perspectief over, wat de leesbaarheid aanzienlijk bevordert. Daarbij gebruikt de Jonge ook nog vaak de tegenwoordige tijd, zodat je de indruk gaat krijgen er als lezer persoonlijk bij betrokken te zijn. De Jonge vergeet niets: zelfs komt hij met een hoofdstuk “Trivia” waarin hij o.a. laat zien dat er zeearendbier, zeearend-wc-papier en zelf een benzinemerk met het zeearendlogo bestaat.

Ook de bijlagen leveren interessant materiaal: nuttige sites, waar de lezer vanachter de pc eens heerlijk kan surfen; een verklaring van afkortingen en termen met o.a. de namen van de zeearend in andere landen; cijfers en ringgegevens voor de ‘echte’ vogelaar en natuurlijk een literatuurlijst, waaruit o.a. blijkt hoe goed de auteur zich heeft gedocumenteerd.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Een menselijke mol

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Reisverhalen

Ondergronds – Will Hunt – Vertaling Roelof Posthuma – Ambo-Anthos – 276 blz. “Al vanaf zijn jongensjaren koestert de Amerikaans journalist en fotograaf Will Hunt een mateloze fascinatie voor de werelden die onder het aardoppervlak…

Boek van de week archief

28-mei-2020 | Lees verder | Reageer!