Oude meester in modern jasje

Rembrandt. Biografie van een rebel – Jonathan Bikker – Rijksmuseum – 220 blz.

Rembrandtjaar 2019! Het is driehonderdvijftig jaar geleden dat de wereldberoemde schilder overleed, niet als een rijk man, maar met financiële problemen en erg verdrietig. Zijn geliefde zoon Titus was het jaar daarvoor overleden. Wel heeft hij nog de geboorte van zijn kleindochter Titia mogen beleven, die ruim zeven maanden na de dood van haar vader het levenslicht zag. Wat voor mens Rembrandt was en met welke intenties hij schilderde, etste en tekende, legt Jonathan Bikker, conservator onderzoek bij het Rijksmuseum, haarfijn, in voor iedereen begrijpelijke taal, uit in zijn sublieme biografie.

Hoe verdeeld kunnen meningen zijn! Dat begint al bij Rembrandts geboortedatum. De burgemeester van Leiden, Jan Jansz Orler, geeft 15 juli 1606 aan in zijn Beschrijvinge der Stadt Leyden. Maar dat is pas in 1641 uitgegeven. Uit leeftijdsvermeldingen in andere documenten zou blijken dat het jaartal ook wel een 1607 zou kunnen zijn.
Rembrandt bezocht de Latijnse school en deed het daar waarschijnlijk goed, want zijn ouders hebben hem ingeschreven aan de Leidse Academie. Zelf had hij echter een andere mening: schilder en tekenaar worden. Het is goed mogelijk dat de liefde voor de schilderkunst hem is bijgebracht door een leraar aan de Latijnse school, Hendrick Rijverding.

Hij kwam in de leer bij de historieschilder Jacob Isaacsz van Swanenburg. Bikker vermeldt daarbij het onjuiste jaartal 1612. Het moet zijn 1621. Volgens Christiaan Huygens (Mijn jeugd – Querido, 1987) zou Rembrandt echter weinig anders van hem geleerd hebben dan voluit van zijn talent gebruik te maken. Wat niet wil zeggen dat hij het geijkte leerproces doorlopen moet hebben. Van de drie jaar dat hij in de leer was, zijn geen tekeningen of schilderwerken bewaard gebleven. Vermoedelijk in 1624 kreeg Rembrandt zijn tweede leermeester, Pieter Lastman. Hiervoor verbleef hij ongeveer een half jaar in Amsterdam, waarna hij terug in Leiden zijn eigen werkplaats inrichtte. Al direct week hij af van het normale patroon, het volgen van de stijl van zijn leermeester. Wel voldeed hij aan de “belangrijkste vuistregel” van Lastman: “dat alles wat je maakt nieuw en anders moet zijn”.
Een bekend werk uit deze tijd in zijn ‘Leidse historiestuk’, waarin hij ook de aanbevelingen over compositie uit het Schilder-Boeck van Karel van Mander (1604) opvolgde.

Een van de redenen dat Bikker Rembrandt een rebel noemt is het gebruik van soms wat controversiële onderwerpen. Hij schilderde oude vrouwen (Oude lezende vrouw, 1631), waarvan men zich heeft afgevraagd of zijn moeder daarvoor model heeft gestaan. Maar ook de etsen van een waterende man en een waterende zich ontlastende vrouw (1631) liegen er niet om. De Fransen en Italianen schilderden en tekenden “geïdealiseerde naakten met strakke lichamen. Rembrandt personages daarentegen hadden “slappe borsten, dikke buiken en vette huidplooien” om beter zijn spel van licht en schaduw te kunnen spelen. “Lelijke onderwerpen waren soms het beste middel om mooie kunst te maken”.

In 1631 vertrekt Rembrandt naar Amsterdam. Hij investeert in de zaak van kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh (met wiens nicht Saskia hij later zal trouwen) en krijgt zodoende de beschikking over een atelier en profiteert van de klantenkring van Uylenburgh. Hij houdt zich veelvuldig bezig met portretschilderingen, waarvan Bikker zegt: “Het nieuwe en vernieuwende waren niet zozeer de compositie of de houdingen van de figuren, maar Rembrandts opvallend originele contrasten van licht en schaduw, zijn meesterlijke beheersing van de weergave van verschillende texturen en zijn vermogen om zijn geportretteerden een buitengewone levendigheid en psychologische verfijning mee te geven”. Hij heeft zijn naam gevestigd en signeert voortaan alleen met zijn voornaam, iets wat uitsluitend de beroemdste Italianen zich konden permitteren. Niet alleen de portretten van anderen, maar ook van zichzelf, zijn uitzonderlijk te noemen.

Gelukkig verzandt hij niet in dit genre, maar hij toont zich meester in het vertellen van verhalen met net even andere accenten op de onderwerpen dan zijn tijdgenoten. En dat is wat hij volgens Bikker wil zijn: verhalenverteller. Veelal werd hij geïnspireerd door de oudheid en de Bijbel, maar ook landschappen horen tot zijn onderwerpen. In 1639 koopt hij het pand aan de Sint Anthonisbreestraat (toen de Breestraat), het huidige Rembrandthuis.

Het zou jammer zijn hier nog meer te vertellen. Zelf lezen is veel interessanter. Om met Bikker te spreken: de mens Rembrandt wordt steeds duidelijker naar mate men zich in zijn werken verdiept. Hij kende in zijn leven hoge bergen en diepe dalen. Iets van egocentrisme kan hem niet ontzegd worden, maar ook blijft hij zich verdiepen in mensen zowel wel de figuren die op zijn doeken verschijnen als in het echte leven. Of het waar is wat een hoofdstuktitel zegt: “Hij was een zeer opvliegend man en had een hekel aan iedereen”, zal het boek duidelijk maken. Wie daaraan niet genoeg heeft, kan t/m 10 juni ook nog de tentoonstelling “Alle Rembrandts” (uit de collectie) in het Rijksmuseum bezoeken.

Het boek is geen gids voor de tentoonstelling, want chronologisch op het leven van Rembrandt ingedeeld. De ‘selfie’ van Rembrandt op de voorzijde is ook in groot formaat gebruikt boven een toegangspoort van het Rijksmuseum.
De uitgever heeft voor een bijzondere vormgeving gekozen, net zo provocerend als Rembrandt was. Ingenaaid, niet in hardcover gebonden; op eco-papier in verschillende bruin/grijs tinten, waarvan de donkerste het lezen iets moeilijker maakt. De schilderijen, etsen en tekeningen in vier katernen zijn op glanzend papier gedrukt en hebben een sublieme kwaliteit. In de tekst wordt er telkens naar verwezen. Compliment voor de vormgever, Irma Boom. In het “Nawerk” zijn de schilderijen in thumbnail op tijdstip van acquisitie opgenomen. Ook een stamboom van zijn familie is er te vinden. Het geheel wordt afgerond met een literatuurlijst en namenregister.

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Lexicon over licht en donker

Categorie: Boek van de week, Familiegeschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie

Blijf hun namen noemen – Simon Stranger – vertaling Neeltje Wiersma – HarperCollins – 366 blz. Simon Stranger (1976) schreef al meerdere succesvolle (kinder)boeken. Blijf hun namen noemen is een op waarheid gebaseerd verhaal over…

Boek van de week archief

10-mei-2019 | Lees verder | Reageer!