Overal storm

25-april-2019 | Categorie: Literatuur, Roman

Ontij – Tomás González – Vertaling: Jos den Bekker – Atlas Contact – 190 blz.

De eerste roman van Tomás González (1950, Medellín, Columbia) droeg de titel Eerst was er de zee (1983, Nederlandse vertaling 2016). Na Duivelspaardjes (2017) geschreven te hebben keert hij nu met Ontij terug naar de zee en wel naar de Caraïbische kust, het plaatsje Santiago de Tolú. Daar bezit de (naamloze) vader, ‘self made’ ondernemer, een aantal onaanzienlijke vakantiehuisjes die moeilijk als een resort zijn te betitelen, maar de locatie is prima. Met zijn volwassen tweelingzonen Mario (twee uur ouder) en Javier runnen ze ook nog een restaurant en levensmiddelenwinkel. Dat alles brengt aardig wat geld op.

De familieverhoudingen zijn behoorlijk getroebleerd. Vader heeft zijn vrouw doña Nora in de steek gelaten voor een jongere vrouw, bij wie hij een baby heeft. Nora wisselt normaal zijn en perioden van krankzinnigheid af; volgens de zoons mede veroorzaakt door de relatiebreuk. Mario en Javier haten hun vader, omdat die vindt dat ze geen knip voor de neus waard zijn: ‘ellendige nietsnutten”, die ook nog een blowen. Als ze het over hun vader hebben, gebruiken ze woorden als “ouwe zak” en later ook “dat ouwe lijk”. Ze zien hem liever dood dan levend! De jongens houden wel veel van hun moeder, “ons gekkie”. Een situatie die sterk doet denken aan een oedipuscomplex. Onderling zijn Mario (introvert en gevoelig) en Javier (openlijke strijder tegen zijn vader en verwoed lezer) ook niet de beste vrienden. Hun onderlinge strijd is een verwijzing naar het Bijbelse Kaïn en Abel verhaal, ook al door de verwijzing naar het leeftijdsverschil.

Er moet verse vis gevangen worden voor op het menu van het restaurant. Ondanks dreigende onweerswolken vaart vader met zijn boot uit, met als bemanning zijn tweelingzoons. Hij lijkt het succes te voelen aankomen. De andere vissers halen het niet in hun hoofd om nu de zee op te gaan. Je voelt het onheil al komen! De vangst is inderdaad overweldigend, ze kunnen nauwelijks nog in de boot lopen zoveel vis en zelfs haaien liggen er. Dan glijdt vader uit en raakt gewond aan zijn enkel. Hij ligt nu in de boot, terwijl het noodweer echt losbarst. “De boot, verlicht door zijn eigen lantaarn en die van Javier, en door de opeenvolgende bliksemstralen, koerste door deinende watermassa’s, nu eens aangetrokken door de zwartste duisternis van het hemelgewelf, dan weer door de zeebodem.” Een extra grote golf is er de oorzaak van dat de vader “met kop en kont in de zee werd geworpen”. Nu staat de tweeling voor een duivels dilemma…

Tussen de fragmenten op zee laat de auteur ‘getuigen’ op het strand en Nora aan het woord. Nora hoort steeds een koor van stemmen in haar hoofd (de rijen uit de Griekse tragedies). De ‘getuigen’ zijn de bewoners van de huisjes, die zich allemaal voorstellen. “Ik heet Ligia Maria Zuluaga, ik zit in de vierde van de basisschool…”. González gebruikt daarbij de ik-vorm (en soms ‘wij’ om een gemeenschap te benadrukken). Als de familie ter sprake komt, is hij de alwetende verteller.

Overal ‘stormt’ het. Natuurlijk letterlijk op zee, maar ook in het hoofd van Nora én in de broederstrijd én tussen de vader en zijn zonen én in de onderlinge relaties van de huisjesbewoners. Opmerkelijk dat de auteur de zee zo goed als personifieert, wat doet denken aan het boek De oude man en de zee van Ernest Hemingway. (Vergelijk de titelheld, Santiago, en de plaats waar dit boek zich afspeelt.) Wie goed leest zal zeker ook invloeden van William Faulkner herkennen. González kent de wereldliteratuur. Hij hanteert eenheid van plaats, tijd en handeling. Het verhaal speelt zich af in zevenentwintig uur. Strand en zee zijn zodanig verbonden dat er van één plaats gesproken mag worden. De handeling mag als een strijd tegen de dood en voor het leven genoemd worden.

De stijl van de auteur is volledig in overeenstemming met de handeling. Hij ‘graaft’ diep in de personen en laat ze realistische taal gebruiken in hun dialogen, zeker met een emotionele lading. Compliment aan de vertaler die in het Nederlands de sfeer van het origineel heeft weten te behouden, volgens mijn dochter die ook de Spaanse editie heeft gelezen.

Een advies is voor nieuwe lezers zeker op zijn plaats: lees zorgvuldig en niet oppervlakkig alleen om het verhaal. Er valt nog geweldig veel meer te ontdekken. Oppervlakkig lijkt het einde van het boek op een anticlimax, maar met enig doordenken…

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

De beer is los!

Categorie: Boek van de week, Jeugdboeken, Klassieker

De beroemde bereninvasie van Sicilië – Dino Buzatti – vertaling Renata Vos – Karaat – 132 blz. Voorafgaande aan de bespreking eerst iets over Dino Buzatti (1906-1972). Nog voor hij zijn studie had afgerond…

Boek van de week archief

11-augustus-2019 | Lees verder | Reageer!