Paulien Cornelisse: ‘Ik blijf altijd schrijven.’

30-april-2016 | Categorie: Interview

Paulien Cornelisse(Amsterdam, 1976) is cabaretière en schrijfster. Na het gymnasium studeerde ze achtereenvolgens in Amerika, Nederland(psychologie) en Japan. Samen met Irene van der Aart vormde ze van 1999 tot 2003 het cabaretduo Rots en van 2001 tot 2004 speelde ze bij Comedytrain. Ze begon toen te werken als schrijvend journalist en vanaf 2007 ook als columnist. In 2005 trad ze voor het eerst solo op als cabaretière. Intussen heeft ze drie solovoorstellingen gespeeld. Ook als schrijver is ze succesvol. In 2009 publiceerde ze het boek Taal is zeg maar echt mijn ding. Het werd een bestseller. Wekelijks schrijft ze een taalrubriek in nrc.next en in NRC Handelsblad. Haar tweede boek En dan nog iets, was een vervolg op Taal is zeg maar echt mijn ding. Haar nieuwste boek De verwarde cavia, haar fictiedebuut, is een verhaal dat zich afspeelt op een kantoor.

Waarom heb je dit boek geschreven?

Een heel simpel antwoord: omdat ik er zin in had. Op een dag kreeg ik in mijn hoofd: ‘Volgens mij moet ik schrijven over een cavia die op kantoor werkt.’ Ik vond dat een raar idee, maar aangezien het niet meer verdween uit mijn hoofd, heb ik het maar gedaan. En het was een groot plezier.

Waar heb je de inspiratie vandaan gehaald? Uit eigen kantoorervaringen?

Ik heb wel enige kantoorervaring, maar in het boek gebeurt niets wat ik zelf precies zo heb meegemaakt. Dat was voor mij het leuke aan fictie schrijven: dat je dingen mag bedenken. Overigens is de setting wel een kantoor, maar gaat het toch vooral om hoe mensen (en cavia’s, haha) met elkaar omgaan, en hoe ongemakkelijk en onhandig dat soms gaat. Een kantoor is daar een ideaal ‘decor’ voor.

Waarom is het hoofdpersonage een cavia?

Ik vond het leuk om iets te schrijven dat weliswaar herkenbaar was, maar toch ook heel erg vreemd. Ik had het zelf denk ik een beetje saai gevonden als het een boek over een vrouw op kantoor was geweest. Dat het een cavia is, werkt bevreemdend, juist omdat wat zij meemaakt zo normaal is. Cavia staat een beetje buiten de groep, omdat de rest allemaal mens is, en dat is een uitvergroting van een gevoel dat veel mensen weleens hebben. Dat je de enige bent die zich op een bepaalde manier voelt of die op een bepaalde manier reageert. Alsof je een andere diersoort bent.

Dit is je eerste boek dat je in eigen beheer hebt uitgegeven. Waarom heb je dat gedaan?

Omdat ik het leuk vind, en omdat het ook kán, tegenwoordig. Ik heb een redacteur ingehuurd, een pr-vrouw en een klein bedrijfje dat de verkoop aan de boekhandels regelt. Aan mij de taak het boek te schrijven en verder tot in detail alles te bepalen over hoe het boek eruitziet, hoeveel exemplaren ik laat drukken, hoe er met het boek geadverteerd wordt. Heerlijk is dat. Het boek en zijn hoofdpersoon zijn mij ontzettend dierbaar, dus vind ik het fijn om er ook helemaal zelf voor te zorgen.

Hoe is het je bevallen?

Wat er leuk aan is beschreef ik hierboven al. Minder leuk is dat je zelf, bijvoorbeeld bij een verkoopgesprek aan een grote keten, moet zeggen hoe goed dat boek wel niet is. Op dat moment bestaat het boek nog niet, en ben je als auteur natuurlijk nog zenuwachtig en onzeker. Maar als uitgever van dat boek kun je dat niet laten zien. Dus dat was een beetje een rare manier van ‘twee petten op hebben’. Verder totaal geen klachten!

Was het voor herhaling vatbaar? Geef je je volgende boek ook weer zelf uit?

Zeker. En: ja!

Komt er meer fictie van jouw hand, bijvoorbeeld een tweede verwarde cavia?

Ik vind fictie schrijven heel leuk, dus ik sluit het niet uit. Of er een deel twee van de cavia komt, dat weet ik nog niet. Bij mij dienen de ideeën zich aan, ik heb daar niet zo veel controle over. De tijd zal het leren.

Hoe beviel het om fictie te schrijven? Is het vergelijkbaar met het schrijven van een theatershow?

Ik vind het schrijven van fictie niet echt vergelijkbaar met het schrijven van een theatershow. Mijn theaterprogramma’s zijn eigenlijk heel erg non-fictie, heel erg beschouwend. Bij het schrijven van de cavia had ik vaak dat ik verrast werd door wat er nu weer gebeurde. Ik had voor mijn gevoel geen volledige controle over het verhaal. Dat was een heerlijk gevoel, en dat lijkt wel weer op de try-outfase van een voorstelling. Als je staat te improviseren voor een publiek, weet je ook niet altijd wat eruit komt, maar weet iets diepers en instinctmatigers wel wat je moet zeggen. Je laat in beide gevallen de teugels vieren, en dat is heel erg fijn.

Wat zijn je woeste plannen op schrijf- en theatergebied voor de toekomst? Komt er een boek over je fascinatie voor verkeersborden?

Ik ben van plan om aan het einde van seizoen 2016-2017 weer voorzichtig te gaan try-outen met een nieuwe voorstelling. Ik weet nog niet hoe die gaat heten of waar die over gaat.
En ik blijf altijd doorschrijven, ik weet alleen niet wat mijn volgende boek wordt. De kans dat ik over verkeersborden ga schrijven lijkt mij echter zeer klein!

Vragen: Joke Reijnders

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Monument voor een tante

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Non-fictie

Tante Jo – Sander Donkers – Lebowski – 160 blz. Sander Donkers (1967) is journalist, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Hij schreef eerder een biografie over de zanger van The Golden Earring, Barry Hay,…

Boek van de week archief

13-november-2020 | Lees verder | Reageer!