Prachtig beschreven ondergang

6-november-2019 | Categorie: Fantasy & Science Fiction, Literatuur

Volt – Roderik Six – Prometheus – 240 blz.

Soms is er een speciale aanleiding om een boek voor bespreking in aanmerking te laten komen. Dat was nu het geval. Naast auteur is Six ook recensent van boeken, of is het omgekeerd?
Dit keer schreef hij een artikel over zaken die hem bezighouden in HP De Tijd (29-7-2019), waaruit het volgende citaat afkomstig is. “Tussen al dat leeswerk door moet ik dan ook zelf nog een roman schrijven die met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Gelukkig ben ik daar ook deze keer wonderwel in geslaagd: mijn nieuwe roman Volt verschijnt eind september en wordt nu al de literaire bom van het najaar genoemd.” De vraag is nu of, na het verschijnen ruim een maand geleden, die literaire bom is ingeslagen.

Eerst maar eens naar de inhoud gekeken. De locatie van de roman is niet beschreven. Wel dat het zich op een eiland afspeelt, waarbij gesuggereerd wordt dat dit zich buiten de kust van mogelijk Zuid-Afrika bevindt. Daar zijn echter geen eilanden groot genoeg om met de beschreven locatie overeen te komen. Of is het Kaapse Schiereiland van het vaste land gescheiden door een (natuur)ramp? We hebben namelijk te maken met een apocalyptisch verhaal. Heeft de zon te veel kracht gekregen? Het is er namelijk bloedheet. Six laat dat verder in het midden.

De locatie wordt bevolkt door diverse wezens. Daar is eerst de bevolking van de glazen toren met een onyx op de spits, waarin zich het bevoorrechte deel van de mensheid heeft verschanst. Deze gemeenschap beschikt over een serum, dat de vloek van de onsterfelijkheid over hen heeft gebracht. De hoofdpersoon, Duvall, laat zich in het bijzijn van inlanders bijten door een zeer giftige slag, zonder dat hem dat iets doet.

De tweede groep betreft de inlanders. De auteur maakt niet duidelijk of het om de oorspronkelijke bevolking van het eiland gaat, of dat het ook migranten zijn, gevlucht voor de “wereldbrand”. Deze negroïde inlanders zijn volledig geknecht door de blanke torenbewoners. Ze worden op gruwelijke wijze behandeld. Treffend is Six’ gebruik van de nazi-spreuk ‘Arbeit macht frei’. Tijdens een opstootje op de raffinaderij schiet Duvall zonder enig pardon een van de leiders dood en laat anderen elkaar met scalpels bewerken. In tegenstelling daartoe is zijn behandeling van zijn eigen inlandse factotum, Benji. Die is veel meer steun en toeverlaat: “hij vervult mijn wensen nog voor ze tastbaar worden”. Benji’s blinde moeder is de waarzegster van “Het Kamp” waar de inlanders wonen. Duvall twijfelt of hij Benji’s moeder het onsterfelijkheidsserum zal toedienen. Benji had hem erom gesmeekt.  Duvall’s bezoek aan haar brengt niets goeds en luidt, ultima maxima, het einde in.

Duvall draagt altijd een Glock pistool bij zich, onder meer om onderweg vanuit de auto te schieten op wilde honden. Die zijn oorspronkelijk afkomstig, maar ontsnapt, uit het laboratorium in de toren, beheerd door Victor, een naam die ook de protagonist van een van zijn vorige boeken heeft (toeval?). Dan zijn er nog de zeewezens, zoals octopussen, in het aquarium in de toren, allemaal onder beheer van Victor. Als klap op de vuurpijl verschijnen er dan opeens miljoenen mieren, waar komen ze vandaan, kunnen deze minieme beestjes bijdragen aan een onafwendbare ondergang?

Hoewel de hier beschreven plot nogal dun is, zijn er diverse lagen te onderscheiden, die niet direct uiterlijke gebeurtenissen beschrijven, maar diep in het innerlijk van, voornamelijk, Duvall duiken. Hij heeft waandenkbeelden en dat is vervelend, omdat hij de verteller is en je dus in hij hoofd zit, terwijl je hem wil doorgronden. Dat is onbegonnen werk, zoals dat voor meer personages geldt. Duvall zit aardig hoog in de toren, maatstaf hoe belangrijk iemand is. Toch daalt hij vaak ondergronds af om de geheimzinnige omslagen met briefjes te bekijken of er iets bijzit dat als subversief aangeduid kan worden. Hij neemt steekproeven en verbrand de rest. Op deze manier speelt hij eigenlijk in zijn eentje voor geheime dienst. Zijn handen trillen soms en dat is een teken van de druk waar hij uiteindelijk – op een enigszins poëtische manier – aan zijn einde komt in een letterlijke ondergang.

Toch is het niet alleen kommer en kwel. Subliem verwoord zijn bijvoorbeeld de natuur- en kleurbeschrijvingen: “In de verte zie ik hoe de golven onvermoeibaar inbeuken op de grillige rotskust. Huizenhoge explosies van schuim waar soms, als de zon goed zit, regenbogen in opgloeien”. De taal van Six is uniek, soms macaber en luguber, maar ook – verbonden met een afwijkende typografische opmaak – subliem poëtisch: “De blinden kieren op hun smalst en guillotines van zonlicht fileren mijn werkkamer. Opgewarreld door loom draaiende ventilatoren laveren stofdeeltjes langs de gulden sneden; waarneer je huid het licht dwarst, krast de hitte gloeiende kerfjes in je vel.” Hij staat niet voor niets bekend als een kunstenaar in taaluitingen. De auteur vertelt lang niet alles, maar wil je onderdompelen in zijn fantasiewereld en je zelf de rest laten invullen. Frappant is hoe hij steeds weer de zinderende hitte omschrijft. Dat deed hij ook al in zijn roman Vloed (2012) met het de regen.

Een sinistere, apocalyptische en tegelijkertijd dystopische (tegengestelde van utopische) roman, waarvan er in ons taalgebied maar weinig verschijnen. Six is een prefect voorbeeld van de romanschrijver opgegroeid in de negentiger jaren, met een duidelijke voorkeur voor het tentoonstellen van de geest van de post-apocalyps en tegelijkertijd verwant met de literaire science fiction uit de ‘gouden jaren’. Duidelijk zijn invloeden te herkennen van bijvoorbeeld Aan gene zijde van Alfred Kubin waarin een stad ten onder gaat en van A Clockwork Orange van Anthony Burgess, waarin Alex zich te buiten gaat aan extreme geweldshandelingen.

Op de omslag van het boek prijkt een stikker met een uitspraak van Ilja Leonard Pfeijffer: “Robert Six is een literaire duivelskunstenaar”. De roman is nog niet verschenen in de top-tien van NCR Handelsblad. De bom is, vooralsnog, niet meer dan een toegestane oudejaarsknal, maar wel een die gehoord mag worden. Het boek zal zeker geen publieksprijs winnen, maar literaire fijnproevers zullen de roman, die aan het experimentele genre raakt, zeker hogelijk weten te waarderen.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Sympathiek verhaal over een tragisch gezin

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Novelle

Lieve vogel, een kleine roman – Cilja Zuyderwyk – Brave New Books – 101 blz. Paul en Tosca hebben elkaar op het werk voor het eerst ontmoet. Daarvoor hadden ze vaak telefonisch contact – hij…

Boek van de week archief

17-november-2019 | Lees verder | Reageer!