Religie in de oudheid

27-juni-2018 | Categorie: Geschiedenis

Leven met de goden – Inger N.I. Kuin – Amsterdam University Press – 172 blz.

‘Godsdienstoorlogen’ zoals nu tussen christendom en islam; de oorlogen tussen de soennieten en de sjiieten in de 7e, 8e en 9e eeuw en ook nu nog, die kende men niet in de oudheid. Natuurlijk, er waren verschillen, in denkbeelden, in goden en zo meer. Er is best eens geruzied, gescholden, belachelijk gemaakt, maar toch was de tolerantie kennelijk zo groot dat alles naast elkaar kon bestaan. Dit is een belangrijke conclusie van Inger Kuin. Het toont een verschil aan tussen de religie van de oudheid en die van nu. Zij is in dit boek op zoek naar de verschillen, maar ook naar de overeenkomsten.

Kuin stelt in haar inleiding een vraag die, indien ontkennend beantwoord, haar boek overbodig zou maken. Die vraag is: “Bestond ‘religie’ wel in de oudheid?” Ze vertelt dan ook dat het er vanaf hangt wat je onder religie verstaat en geeft een wetenschappelijk-etymologische verklaring. Daarna volgt een bronnenverantwoording en zij geeft aan hoe de opzet en structuur van het boek in elkaar steken.

Er trekt een kleurrijk gezelschap van goden en godinnen uit de Griekse en Romeinse mythologie aan de lezer voorbij, waarvan de ontstaansgeschiedenis door Hesiodus in Theogonie wordt verteld. De goden waren overal in het dagelijks leven aanwezig, of het nu sport, een heerlijke maaltijd of echt religieus ‘festival’ was. In de stad en op het platteland verrezen grote hoeveelheden tempels en andere bouwwerken ter ere van de goden. Er waren acteurs die een god speelden op het toneel. In Athene was er zelfs een god voor de vreemdelingen (of van de vreemdelingen). En dan alle goden die acte de présence gaven in de literatuur. Leest u de verhalen van Homerus in de Ilias en de Odyssee er nog maar eens op na. U zult daarin ook andere goden vinden, want naast die van Hesiodes waren er nog vele, waarvan ook de afkomst soms onzeker is. Als voorbeeld geef ik Aphrodité. Volgens Homeros was ze de dochter van Zeus en de nimf Dione. Anderen noemen haar een dochter van Ouranos en de godin van de dag, Hemera. Volgens Hesiodus is Aphrodité uit het schuim (aphros) der zee ontstaan. Toen Ouranos (de hemel) Gaia (de aarde) wilde bevruchten, werd hij daarvan afgehouden door zijn zoon Kronos. Die ontmande hem met een diamanten sikkel. Vervolgens wierp hij de geslachtsdelen van Ouranos in zee. Daaruit rees Aphrodité op. Ze werd in een schelp door de wind meegevoerd naar Cyprus. Daar vinden we nu nog een Aphroditérots.

Uit diverse godenverhalen blijkt dat deze dames en heren niet zulke lieverdjes waren. Op de verering van dit soort goden ontstaat dan ook kritiek van o.a. Xenophanes, Plato en Socrates (wat hem het leven kostte). Het “…lijkt een probleem te zijn dat de goden van de dichters teveel op mensen lijken, voornamelijk in negatieve zin: ze zijn onderhevig aan emoties en wandaden net als wij.” Kuin beschrijft dit in het hoofdstuk over “Twijfelaars, critici en ongelovigen”.

“Religie in de Oudheid was niet gestoeld op een theorie die door alle deelnemers onderschreven diende te worden – er was in de plaats daarvan een levendige competitie tussen de verschillende ideeën en theorieën over de goden.” schrijft Kuin. De auteur stelt dan aan de orde hoe de mensen hun religie praktiseren. Als je wel gelooft, maar er niets mee doet, werd dat in de oudheid buitengewoon vreemd (zelfs verdacht) gevonden. Hier duikt één van de genoemde verschillen op: nu kun je bijvoorbeeld geloven zonder naar de kerk te gaan. In de oudheid bezocht men religieuze ‘festivals’ en voerde bepaalde handelingen (rituelen) uit. Dat gebeurde ook thuis, maar meestal in tempels en andere ‘heiligheden’ van de goden. Het meest bekend waren de dierenoffers. Er waren zelfs ‘lachrituelen’. “Misschien … wel een smeermiddel voor de relatie tussen mensen en goden én tussen mensen onderling…”. Het niet offeren door bijvoorbeeld joden en christenen (gelovers in één god) werk niet geaccepteerd!

Het laatste hoofdstuk van Inger Kuin heeft mij bijzonder verheugd. Meestal volgt aan het einde van een boek een literatuurlijst. Hier hebben we te maken met een geannoteerde bibliografie. De auteur verantwoordt haar primaire en secundaire literatuur en geeft tevens met een beschrijving aan wat belangstellenden kunnen lezen om zich verder in het onderwerp te verdiepen.
Ik wil deze uitgave van Amsterdam University Press van harte aanbevelen. Zowel voor historici, die dit onderwerp vaker niet dan wel in hun werken behandelen, als voor lezers die algemeen in de oudheid geïnteresseerd zijn. Enige kennis van de oudheid is een aanbeveling, maar niet beslist noodzakelijk.

Inger N.I. Kuin volgde het gymnasium aan het Bonaventuracollege in Leiden. Daarna koos ze voor de studie filosofie en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Ook behaalde zij het postbaccalaureaat in Classics aan de universiteit van Columbia (VS). Ze is tegenwoordig onderzoeker en docent Oude Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als waardering ontving zij de Zenobia Essayprijs 2016.

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Spitsvondige hervertelling van beroemde vossenverhalen

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken

De schelmenstreken van Reinaert de Vos – Koos Meinderts – illustraties van 18 verschillende illustratoren – Hoogland & van Klaveren – 38 blz. Ik heb het Middeleeuwse epos op school niet hoeven lezen, maar kende…

Boek van de week archief

5-december-2018 | Lees verder | Reageer!