Rob van Doorn schrijft politieke thrillers

31-december-2016 | Categorie: Interview

Rob van Doorn(Haarlem, 1954) groeide op in een klein gezin met vader, moeder en een halfbroer. Na de lagere en middelbare school ging hij werken bij een accountantskantoor. Na bijna vijf jaar werd hij administrateur bij een groothandel in Aalsmeer. De wereld van de bloemen en de bloempotten. Mede door de ervaringen van zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog en de vele geschiedenisboeken die hij had gelezen, weigerde hij de dienstplicht. Hij werd actief in de Vereniging Dienstweigeraars en in de PSP.
In 1981 werd hij gemeenteraadslid voor die partij. Later deed hij voor GroenLinks acht jaar lang zijn werk als volksvertegenwoordiger. In februari 2010 werd hij gevraagd zich kandidaat te stellen voor het wethouderschap in Haarlem. In 1994 was hij een eigen adviesbureau begonnen. Dat lag een tijdje stil, maar sinds enkele jaren heeft hij het bureau gereactiveerd en is aan het schrijven ben geslagen. Intussen heeft hij drie politieke thrillers op zijn naam.

Je groeide op in Haarlem-Oost. Wat was dat voor een wijk?

Haarlem is een prachtige stad ten westen van Amsterdam. De stad wordt gekenmerkt door uiteenlopende wijken als Zuiderhout, de Leidsebuurt en het Rozenprieel. Ik ben geboren in een echte arbeiderswijk, Haarlem Oost, vlak bij de Amsterdamse Vaart en de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen. Ik speelde vroeger altijd op straat. Voetballen, stoepranden, honkballen en ga zo maar door. Fijne vrienden, waarmee ik voor een deel nog steeds contact heb.

Waren er veel boeken thuis en lazen je vader en moeder? Las je zelf ook als jongen? Waren jullie bijvoorbeeld lid van een bibliotheek?

We hadden niet veel boeken in huis, maar ik was vanaf mijn tiende lid van de bieb. Zodra ik de wondere wereld van andermans fantasie had ontdekt ging ik steeds meer lezen. Eerst natuurlijk Arendsoog en Pietje Bell, maar later ook ‘boeken voor grote mensen’. De bibliotheek aan het Van Zeggelenplein bezocht ik regelmatig. Soms haalde ik ’s morgens boeken, die ik dan eind van de middag inruilde van andere. En daarmee maakte ik de bibliothecaresse gek, die dit administratief niet kon verwerken.

Welke boeken/schrijvers waren favoriet in je jeugd?

Zoals gezegd, Pietje Bell van Chris van Abkoude, Arendsoog van vader en zoon Nowee en later de Bob Evers boeken van Willy van der Heide. Ik lag daarbij in een deuk. Later las ik dat het vermoeden bestond dat hij in WO II fout was geweest. Daarna stapte ik over op oorlogsboeken en ontdekte ik literatuur, waarbij eerst Godfried Bomans en AM de Jong en later Jan Wolkers en Harry Mulish mijn favorieten waren. Ook was ik in geschiedenis geïnteresseerd, met name in de Tweede Wereldoorlog en het fascisme, en stapte over op biografieën van H.M van Randwijk en studies over de CIA en BVD. Als ik mijn jeugd mag doortrekken tot mijn dertigste had ik rondom die leeftijd veel gelezen wat de basis vormde voor mijn maatschappelijke en politieke opvattingen.

Had je in je jeugd het idee om later ooit een boek te gaan schrijven?

Dat kan ik me echt niet herinneren. Op enig moment las ik een thriller van Desmond Bagley en was ik verkocht. Een hele stoet thrillers volgde. Van Frederick Forsyth en Ludlum naar Tom Clancy, John Grisham, David Baldacci en Dan Brown. Pas op dat moment viel mij op dat de meeste internationaal bekende thrillerschrijvers rechts georiënteerd zijn. Het zijn altijd de Amerikanen die goed zijn en de Russen die niet deugen. Een nogal eenzijdig, vooral foutief wereldbeeld. In die tijd zal de gedachte weleens door mijn hoofd zijn getrokken, maar de waan van de dag heeft dat toen geen realiteit laten worden.

Je hebt in je politieke- en vakbondstijd heel veel meegemaakt en veel mensen ontmoet. Had je zonder die ervaringen ook deze boeken kunnen schrijven?

Nee, dat denk ik niet. In beide werelden word je indringend geconfronteerd met maatschappelijke vraagstukken. Je wordt er als het ware met je neus ingedrukt. Vraagstukken als armoe, huisvestingsproblemen, wel of niet bebouwen van groengebieden, autoverkeer door de stad, bevorderen van fietsverkeer, klimaatdiscussies, alles komt in de lokale politiek aan de orde en is belangrijk. Je loopt van de ene uitdaging naar het andere probleem. Altijd weer conflicteer je met andersdenkenden en probeer je het beste van jouw denkbeelden binnen te halen. En kom je erachter dat macht moet worden verdiend. Het komt je niet aanwaaien. En macht is vaak waar het geld zit. Dat geeft mogelijkheden dingen te realiseren waar je zonder geld alleen van kan dromen. Daarom gaan mijn boeken tot nu toe over maatschappelijke vraagstukken en altijd met een internationaal tintje. We wonen in Nederland en in Europa immers niet op een eiland.

Je vader vertelde veel over de Tweede Wereldoorlog en dat bracht je ertoe om dienst te weigeren. Heb je plannen om ooit iets over deze twee onderwerpen te gaan schrijven?

Dat weet ik nog niet. Ik schrijf nu een boek waarin onder meer het vluchtelingenvraagstuk aan de orde komt. De politieke meningsverschillen komen in afgeleide vorm terug, maar vooral hoe misstanden in Nederland en in landen hier ver vandaan in de aard niet zoveel van elkaar verschillen. Het verschil is dat ons land rijk is en die andere landen vaak niet. De ver-van-mijn-bed-show is van vroeger tijden. De wereld is klein geworden waarbij we ons moeten realiseren dat onze betrokkenheid bij de ellende van anderen altijd weer bij onszelf terugkomt. Wanneer je goed doet en helpt op te bouwen, trouwens ook.
Hedendaagse vraagstukken houden me dus bezig. Maar ik heb wel plannen een boek te schrijven over een vraagstuk dat zich sinds de Tweede Wereldoorlog aandient en in die oorlog geworteld is. Maar eens kijken of ik daar in een volgend boek aan toekom. Ook dat zal dan een thriller met een politiek randje worden.

Moet een Van Doorn thriller altijd een politieke thriller worden of zou je ook weleens een ‘gewone’ thriller kunnen gaan schrijven?

Wat een leuke vraag. Ik denk dat er ontzettend goede schrijvers van ‘gewone’ thrillers zijn. De schrijvers die ik in het thrillergenre bewonder zoeken altijd een politieke of maatschappelijke context. Ik voorzie dat ik dat de komende jaren ook zal doen, althans als mijn creativiteit, enthousiasme, werklust en vooral gezondheid me dat toestaan. Ik geniet ervan mijn ervaringen als politicus in mijn boeken te verwerken en mensen aan het denken te zetten over zaken die zo gewoon lijken. Zoals de westerse democratieën en het feit dat er zeventig jaar op het grondgebied van de EU geen oorlog heeft gewoed. Alsof het vanzelf komt. Er gebeurt veel op de achtergrond en als ik een tipje van die sluier mag oplichten ben ik in mijn ogen geslaagd. Dat is het plusje op de “gewone” thriller waarvan ik denk dat veel lezers het interessant en misschien ook wel beangstigend vinden.

Hoe is je hoofdpersoon Frits Halen ontstaan? Is hij gebaseerd op iemand?

Frits Halen is niet mijn alter ego, maar staat ook weer niet helemaal los van mij. Zijn persoon is ontstaan in het denkproces om een figuur te creëren die mij in de gelegenheid stelt veel ervaringen door die ene persoon te laten opdoen. Ook wilde ik nu eens niet de doorlopend dronken politie-inspecteur of de aan lagerwal geraakte journalist als hoofdpersoon, maar een onverdachte lokaal bestuurder. Iemand die het grootste deel van het werk in de anonimiteit verricht en soms in de openbaarheid verschijnt met maar een heel klein stukje van dat dagelijkse werk. Dat gaf me de kans iets meer over dat werk te vertellen, omdat ik het beeld wil bestrijden dat politici alleen maar bestaan om hun eigen zakken te vullen.

Sommige politici noem je bij naam, zoals Mark Rutte en Geert Wilders terwijl je anderen liever onder een pseudoniem laat opereren, zoals Olivier Kaviaar die duidelijk Ad van der Steur is. Waarom heb je daarvoor gekozen?

Karakters in mijn boeken die kenmerkende uitspraken doen of handelingen verrichten laat ik altijd onder een verzonnen naam en persoonlijkheid werken. Politici die echt bestaan en geen handelingen verrichten, die mogelijk als karaktervreemd kunnen worden betiteld, noem ik bij naam en toenaam in de Frits Halen-trilogie. Op die wijze blijf ik dichter bij de werkelijkheid van alle dag. Sommige van die mensen ken ik persoonlijk, zoals in Haarlem Centraal majoor Pieter Liter en in Onmenselijke mensen zijn dochter Marjan Liter, die in werkelijkheid natuurlijk ander heten. Als Olivier Kaviaar bij Schiphol aankomt, nadat daar een vreselijke aanslag heeft plaatsgevonden, zegt hij dingen en doet dingen waarvan ik niet zeker weet of de huidige minister van Veiligheid en Justitie die zou doen. En dus is het een ander mens, met karaktertrekken die zomaar deels van Ad van der Steur zouden kunnen zijn. Sommigen vinden dat misschien flauw, maar ik denk niet dat ik bestaande bestuurders dingen moet laten doen of zeggen die ze misschien nooit in hun hoofd zouden halen.

Je behandelt in ieder boek een actueel thema. Je stelt met een fictief verhaal problemen aan de kaak. In Haarlem Centraal ging het over moslimterrorisme, in Onmenselijke mensen behandelde je internationale wapenhandel en corruptie, en ook in Vunzige spelletjes ga je weer los met nationale en internationale politieke intriges. Hoe beslis je welke onderwerpen je gebruikt?

Mijn thema’s ontleen ik aan de actualiteit. Terrorisme is het gesprek van de dag in de media en op straat. Dat gebeurt al jaren en zal helaas nog lang zo zijn. Het raakt ons in ons wezen en komen er nu achter dat Nederlanders in onze koloniën soms ook vreselijke dingen hebben gedaan. Wapenhandel onttrekt zich om begrijpelijke redenen aan de openbaarheid, maar Nederland en Nederlandse bedrijven spelen daarin wereldwijd een prominente rol. Het SIPRI, een internationaal onderzoeksinstituut in Zweden, wijst daar regelmatig op. Alle reden om daar aandacht voor te vragen. En het handelsverdrag TTIP en de komende Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 halen de pers veelvuldig. Ik probeer in mijn verhalen de kern van dergelijke vraagstukken te raken. Maar tegelijkertijd staat het verhaal over mijn hoofdpersoon en zijn omgeving centraal. Dat moet boeien en tot de verbeelding spreken. Ik hoop dat ik daarin slaag.

Zitten er nog meer Frits Halen-boeken in de pijplijn?

Met Vunzige spelletjes is een einde gekomen aan de Frits Halen trilogie. Er zijn nog veel verhalen in andere omstandigheden te vertellen. Daar passen andere karakters bij. Belangrijk is en blijft dat de lezer de hoofdpersonen begrijpt en zich in hen kan verplaatsen. Daarmee komen de ervaringen van die karakters dichterbij en wordt de realiteit concreter.
Ik hoop nog lang te kunnen en mogen blijven schrijven om deze karakters uit te werken. Frits Halen is in ieder geval een beetje van mezelf geworden.

Vragen: Felice Beekhuis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Indringende verhalen over de oorlog

Categorie: Boek van de week, Dagboek, Oorlogsboeken

Oorlog in inkt. Dagboekverhalen – Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda – illustraties Steef Liefting 2000 – Ploegsma – 207 blz. Kinderboeken over de Tweede Wereldoorlog zijn in grote aantallen verschenen. Spannende, hartverscheurende en…

Boek van de week archief

25-maart-2020 | Lees verder | Reageer!