Roma, una vita non basta

Gids naar de ziel van Rome – Hedwig Zeedijk – Davidsfonds – 272 blz.

Wie gidst in een stad wordt geregeld geconfronteerd met vragen van de toeristen. Deze gaan vaak niet over de geschiedenis of de gebouwen van de stad maar over de inwoners. Het zijn vragen over het aantal huwelijken, het kerkbezoek, de tewerkstelling, de kostprijs van woningen, de politieke voorkeur enz. Het wordt door je publiek altijd sterk gewaardeerd als je specifieke eigenschappen, legenden en gewoonten van de bewoners in je verhaal kunt opnemen. De ziel van een stad en de bewoners blootleggen, daar houden mensen van.

In haar nieuwe boek legt Hedwig Zeedijk, correspondent voor diverse Nederlandse en Belgische media, de stad Rome op de sofa voor een psychoanalytisch onderzoek. Geen sinecure, zo moet blijken uit de achterflap waarin vermeld staat dat slechts na 7 generaties effectief de ziel van de Eeuwige Stad kan begrepen worden.

Deze oude volkswijsheid indachtig kan het de auteur niet kwalijk worden genomen dat ze weliswaar een zeer lovenswaardige poging onderneemt maar er niet in slaagt de ziel van de stad of de Romein écht te doorgronden en bloot te leggen. Alhoewel we toch het een en ander te weten komen over de Romeinen. En het moet gezegd: dit is niet altijd even flatterend.

De Romeinse ziel komt in ieder geval het duidelijkst naar boven in het hoofdstuk over de taal. De bekende dichter en schrijver Dante Alighieri verachtte in zijn tijd reeds het dialect van de Romeinen, hij vond het maar vulgair gevloek. Terecht: het dialect zit vol schunnige scheldwoorden en godslasteringen. “Wat een geluk!” klinkt in het plat Romanesco “Che culo!” wat letterlijk betekent: “Wat een kont!”. Zo worden er tal van dergelijke stopwoordjes gebruikt die verwijzen naar al dan niet edele lichaamsdelen. Er wordt behoorlijk beledigd in het Romeins dialect. Satire en humor vormen vaste ingrediënten van de taal. Eén categorie van mensen wordt redelijk ontzien: de heiligen. Maar net zoals in andere Europese steden heeft ook Rome af te rekenen met een stijgende ontkerkelijking ondanks de nabijheid van de populaire paus Franciscus. De kerk speelt wel nog duidelijk een sociale rol. In de buitenwijken van Rome bieden de kerken immers tal van (goedkopere) voorzieningen aan: sportvelden, verhuur van ruimtes voor allerlei activiteiten, zomeropvang voor kinderen en inzameling van kledij, schoenen, speelgoed en dekens voor minder bedeelden. De Romeinen beperken zich trouwens niet alleen tot het echte geloof. Het bijgeloof tiert welig en dat is echt wel nog een overblijfsel van de oude Romeinen. Zo gelden dinsdag en vrijdag als de ongeluksdagen en zijn er niet veel stelletjes die op die dagen willen trouwen. En als je per ongeluk wijn morst, zullen Romeinen onmiddellijk hun vinger dopen en achter hun oor deppen, dat brengt immers geluk.

Een van de typische uitdrukkingen die geassocieerd worden met Rome is ‘brood en spelen’ (Latijn: panem et circenses). Nu is het nog altijd zo dat brood in Rome, meer nog dan in de rest van Italië, wordt beschouwd als een volwaardig onderdeel van iedere maaltijd. Bovendien wordt ‘brood’ ook gebruikt in een aantal uitdrukkingen. Wie zichzelf graag op de borst klopt, zegt in Rome: ik ben zo goed als brood (So’ bono come er pane). Het meest typische Romeins broodje is de ciriola die echter meer en meer wordt verdrongen door de rosetta, een broodje dat je vers dient te eten omdat anders de korst niet meer krokant is. In het boek geeft de auteur enkele adresjes van broodjeszaken en bakkerijen. In Rome werden trouwens in het recente verleden enkele nieuwe lekkernijen ontwikkeld zoals de trapizzino (een kruising tussen een pizzaatje en tramezzino) en de pinsa, een pizza met zuurdesemdeeg. De moderne ‘circenses’ worden in Rome nog altijd beoefend in stadions maar de moderne gladiatoren zijn nu de voetballers van AS en Lazio Roma. Een inkijkje in het leven van de Romeinen krijgen we ook als de verschillende maanden met hun feest(dag)en worden overlopen.

Het rijk geïllustreerd boek met zijn handzaam formaat en glanzende bladzijden is niet opgevat als een reisgids. Toch worden enkele interessante ondergrondse plaatsen vermeld die kunnen bezocht worden mits reservatie. Deze plaatsen zijn niet de highlights van Rome maar zijn voor de cultuurliefhebber dikwijls heel interessant. Ietwat eigenaardig is dat er een foto in het boek wordt weergegeven waarin Hedwig Zeedijk wordt afgebeeld in de piramide van Cestius aan de Piazzale Ostiense. Dit monument wordt niet vermeld bij de plaatsen die je kan bezoeken alhoewel je tegenwoordig (online) een bezoek kan reserveren, iets wat vroeger niet het geval was.

Het laatste hoofdstuk van het boek is het meest persoonlijke van de auteur en meteen ook het meest interessante. Ze neemt de lezer immers mee naar de plaatsen en wijken van Rome waar ze ooit heeft gewoond. Naast een persoonlijke beschrijving van deze buurten krijg je ook nog enkele adresjes mee waar je kan eten of drinken met wat uitleg. Ook wie graag naar de cinema gaat, krijgt naast een algemeen overzicht van de Italiaanse cinema, enkele adressen incl. beschrijving van enkele bioscoopzalen.

Wie houdt van Rome zal het ongetwijfeld leuk vinden in dit boek te bladeren en zal zeker nieuwe dingen ontdekken in deze persoonlijke bundeling van onderwerpen die verband houden met de Eeuwige Stad.

Kris Muylle

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Stadsschrijver van Haarlem

Categorie: Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Literatuur

L.H. Wiener – De zoete inval – Pluim – 108 blz. Ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van L.H. Wiener heeft uitgeverij Pluim dit boekje uitgebracht met korte verhalen. De flaptekst vermeldt dat in dit…

Boek van de week archief

22-februari-2020 | Lees verder | Reageer!