Interview met schrijfster Shira Keller

26-oktober-2012 | Categorie: Interview

 

Shira Keller (1985) is een dubbeltalent. Nadat ze in 2008 als theatermaker afstudeerde aan de Toneelacademie Maastricht, met stevige complimenten van Maria Goos, besloot ze zich fulltime aan het schrijven te wijden, wat resulteerde in haar eerste roman M.
Tijdens het schrijven leefde ze twee jaar teruggetrokken in een Zwitsers bergdorpje, waar ze samenwoonde met haar vriend, een goochelaar. Intussen wonen zij en haar Zwitserse goochelaar alweer een halfjaar in Amsterdam.

Wilde je als kind al schrijver worden?

Ik weet nog dat ik in groep zeven, toen was ik een jaar of tien, een verhaal schreef over een jongen die een prijsvraag had gewonnen en op safari mocht in Tanzania. We hadden dat vak – ‘Stellen’ heette het, iets creatief schrijvenachtigs – elke dag een uur, en ik kan nog exact navoelen hoe verbeten ik daar dag in dag uit zat te schrijven, met vulpen in een schriftje, de rug van mijn vingers blauw van de inkt, kramp in mijn hand, hoe ik probeerde net zo snel te schrijven als ik de zinnen bedacht. Ik was zo trots toen het uiteindelijk af was en twee hele schriftjes besloeg! Ik ben soms jaloers op die ongecensureerde geestdrift en inspiratie die ik toen had. Nu zit ik weleens wekenlang tevergeefs naar een blad papier te staren.

Wat waren je favoriete schrijvers/boeken in je jeugd?

Als kind las ik alles, hoe dikker het boek hoe beter. Lindgren, Dahl, Beckman en Dijkzeul waren favoriet. Op de basisschool zat ik naast een raam, daar had ik steevast mijn boek opengeslagen in de vensterbank liggen. Op ieder onbespied moment las ik weer een paar regels. De leraar schijnt in een oudergesprek ooit gezegd te hebben dat ik zozeer in mijn eigen wereld leefde dat hij zich afvroeg of ik ooit in de maatschappij zou kunnen functioneren.
Op de middelbare school ontdekte ik Hermann Hesse, waar ik een tijdlang fan van was, maar toen ik wat ouder was en Siddharta herlas vond ik het zweverige, pretentieuze bullshit.
Een jaar of zes geleden ontdekte ik Jeroen Brouwers. Hij heeft een paar boeken geschreven die me op een nieuwe manier over literatuur hebben doen nadenken. Zijn schrijven is zo oprecht, zo extreem taalgevoelig, zo humorvol en zwanger van universele betekenis – over soms de meest futiele details van een leven. Dat, op een bijna terloopse manier betekenis geven aan het persoonlijke, is voor mij de kunst van schrijven.

M is je debuut. Heb je makkelijk een uitgever kunnen vinden?

Dat ging verbazingwekkend makkelijk, ik ben nog altijd een beetje perplex. Ik had het manuscript af toen ik het vanuit het Zwitserse bergdorp waar ik woonde naar verschillende Nederlandse uitgevers stuurde. In mijn achterhoofd had ik de teleurstelling over de afwijzingsbrieven al verwerkt. Maar binnen een week had ik een afspraak met drie verschillende uitgevers.

In je roman is het hoofdpersonage een halfjoodse vrouw, Leah Rosenberg? Uit wat voor gezin kom jij?

Net als Leah heb ik een joodse vader en een niet-joodse moeder. Ik ben enig kind en in een heel beschermde omgeving opgegroeid. Mijn vader is (inmiddels gepensioneerd) violist in het Concertgebouworkest. Mijn moeder heeft altijd veel verhalen geschreven, heel gedreven en veel gedisciplineerder dan ik! Muziek en boeken hebben altijd een erg grote rol gespeeld in ons gezin.

In hoeverre is de roman autobiografisch?

Sommige verhaallijnen zijn gebaseerd op mijn eigen leven, zo zijn de fragmenten bij de opa en oma gebaseerd op mijn zeer vroege kinderherinneringen. Maar mijn herinneringen aan mijn opa en oma zijn weliswaar hoogst interessant voor mijn ouders, daar wil ik niet perse een mij onbekend lezerspubliek mee lastigvallen. Iedere roman heeft autobiografische elementen, maar het is pas een interessant boek wanneer die verhalen boven het persoonlijke uitstijgen. Ik hoop dat dat in M. het geval is; dat er lezers zijn die zich herkennen in Leah Rosenberg. Wie ik ben, is in die zin niet relevant.

Leah is beeldhouwer, een vak apart. Op wie heb je haar gebaseerd?

Niet op iemand in het bijzonder. Ik vond het een mooi gegeven, een beeldhouwster die een zelfportret moet maken en er zelf verbaasd over is dat het niet gaat. Beeldhouwen is iets heel fysieks, iets stoers ook wel, in tegenstelling tot het wat cerebrale schrijven. Ik vond het bij Leah passen.

Je hebt het boek volgestopt met symboliek. Waarom?

Ik wilde helemaal niet perse symboliek in mijn boek, heb daar nooit over nagedacht. Gaandeweg liet ik me af en toe verrassen door een beeld dat ik zonder al te veel gedachtes had opgeschreven, dat opeens een dubbele betekenis bleek te hebben. Dat is eigenlijk ondanks mezelf zo gelopen. Zo gaat het met schrijven vaak: de momenten waarop dingen op hun plek vallen zijn de momenten waarop je het minst bewust bent. Alsof iemand je de zinnen influistert.

Hoe zou je jouw stijl van schrijven willen omschrijven?

Het is lastig om het na een eerste boek over ‘mijn stijl’ te hebben, ik weet niet of de stijl van M. representatief is voor mij als schrijver. Dat vind ik trouwens erg spannend; te zien hoe zich dat bij een tweede boek ontwikkelt. De stijl van M. zou ik kunnen omschrijven als: Ongepolijst, kaal, sober en toegankelijk. Bij vlagen misschien een beetje poëtisch. Veel witregels, veel ruimte voor de eigen interpretatie van de lezer.

Ben je van plan om meerdere boeken te gaan schrijven?

Ja, ik wil zeker meer boeken schrijven! Ik ben aan het nadenken over een tweede boek, maar ben nog niet zover dat ik die plannen kan delen.

Wat vind je leuk aan schrijven en wat minder?

Fantastisch is het wanneer je in een flow zit, als alles opeens vanzelf lijkt te gaan, het verhaal zich quasi zelf schrijft. Dat is ongeveer 5% van het schrijfproces. De rest is hard werken. Je afvragen of je genoeg talent hebt. Ervan overtuigd zijn dat het onzin is, waar je mee bezig bent. Je eigen ambitie vervloeken. Tegen de klippen op kilometers maken. Maar de noodzaak is er; het gevoel dat je iets te vertellen hebt en dat met anderen moet delen. Elke minuut waarin ik niet schrijf voelt als verloren tijd.

Je bent afgestudeerd als theatermaker. Waar ligt je voorkeur?

Op dit moment bij het schrijven. Het grootste verschil tussen theater en schrijven is het feit dat je bij theater voortdurend mensen nodig hebt. Acteurs, productie, ontwerpers, publiciteitsmensen, subsidiënten, etc. En dan nog een live publiek. Dat vergt een hoop organisatie, compromissen en gedoe voordat je eindelijk met het creatieve proces kunt beginnen. Schrijven begint met een blad papier en een pen. Het voelt als een veel puurdere manier om een verhaal te vertellen. Aan de andere kant lokt tijdens het schrijven, wat toch behoorlijk eenzaam kan zijn, altijd de verleiding van het theater.

Sommige schrijvers kunnen totaal uit het lood worden geslagen door een slechte recensie. Laat je iemand anders de recensies eerst lezen of denk je dat je bestand bent tegen kritiek?

Ik heb vroeger zelf veel recensies geschreven. Vooral over theater. Af en toe deed ik behoorlijk harde uitspraken, zonder ook maar een moment stil te staan bij de uitwerking daarvan op de makers. Ik kon me niet voorstellen dat die zich iets zouden aantrekken van mijn mening. Het is zo eenvoudig, recenseren. Het is zó vreselijk makkelijk om ergens een mening over te hebben, zo ontiegelijk veel makkelijker dan uit het niets iets te creëren en de kwetsbaarheid op te brengen dat aan een publiek te tonen (of het nu om theater gaat of om literatuur of om welke andere vorm van kunst dan ook). Ik lees de recensies zelf, zij het met knikkende knieën. En mocht er een heel negatieve komen, dan vrees ik dat ik het met mijn naïeve recensentenverleden verdiend heb.

Welke boeken en schrijvers bewonder je zo dat je ze aan onze lezers wilt aanbevelen?

Ten eerste de Indiëtrilogie van Jeroen Brouwers. Die drie boeken – Het Verzonkene, Bezonken Rood en De Zondvloed – moet iedereen absoluut gelezen hebben.
Daarnaast las ik laatst het tweede boek van Renée van Marissing, Strak Blauw, over een kunstenares die in haar eigen denkpatronen verstrikt raakt. Als lezer zit je in haar hoofd, wat een behoorlijk claustrofobische ervaring is, want terwijl je haar gedachtestroom detail voor detail meebeleeft wil je niks liever dan die vrouw duidelijk maken dat ze de realiteit uit het oog verliest. Een schrijfster met veel lef!

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Klein literair juweel

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Novelle

De zondagen van Jean Dézert – Jean de la Ville de Mirmont – Vertaling Mirjam de Veth – Uitgeverij Oevers -122 blz. De zondagen van Jean Dézert is een bijzondere novelle. Het verhaal is al…

Boek van de week archief

10-augustus-2020 | Lees verder | Reageer!