Soms somber over de toekomst van de aarde

12-november-2019 | Categorie: Interview

Elvira Werkman (Delfzijl, 1974) is schrijver en natuurjournalist.  Ze studeerde milieukunde en journalistiek. Van haar hand verschenen de boeken Vogels en de liefde, De man op de dijk en ze is medeauteur van Het Waterloopbos. Ze schrijft en fotografeert voor onder meer wandeltijdschrift Te voet, Vogelbescherming Nederland en OneWorld.nl . Geeft momenteel lezingen door het hele land en in België over De man op de dijk. Is verzot op vogels en akkers. Woont ondertussen in het midden van het land.

Was je als kind veel buiten en welke dingen in de natuur trokken je aan?

Als kind had ik drie hobby’s: lezen, schrijven en beestjes zoeken. Dat laatste begon natuurlijk klein, omdat je leefwereld als kind niet groot is. Dus ik begon in de achtertuin. Ik had het grote geluk dat mijn moeder erg van tuinieren hield, waardoor er prachtige bloemen in de tuin stonden die allerlei insecten aantrokken. Al die kleuren en patronen, fascinerend vond ik het. Ik wilde ze vastleggen om nog beter te kunnen bekijken, en zo kocht ik al vrij jong van spaargeld mijn eerste fotocamera, een tweedehands Canon AE1 program. In m’n tienerjaren trok ik er meer op uit, leerde planten determineren en vlinders tellen, en ging met ervaren vogelaars mee vogels kijken vanaf Groningse dijken en in polders, met de zware verrekijker van mijn opa om de nek.

Wie heeft je interesse in de natuur aangewakkerd?

De basis ligt wel bij mijn moeder, denk ik, hoewel zij niet zo’n natuurmens is als ik. Niemand in de familie overigens, ik ben wat dat betreft een vreemde eend in de bijt en heb ook heel lang gedacht als kind dat ik geadopteerd was -maar als je mijn moeder en mij naast elkaar ziet, kan daar geen enkele twijfel over bestaan. Zij nam me als peuter en kleuter dagelijks mee naar buiten, wandelen, rondje door het park, eendjes kijken, dus daar is misschien iets aangewakkerd. Maar ik denk dat het gewoon aangeboren is, een diepgewortelde verbondenheid met de natuur.

Je doet redactioneel werk, houdt een weblog bij, schrijft boeken. Wat heeft je voorkeur?

Boeken! Al mijn werk doe ik met plezier en liefde en een paar jaar – toen de kinderen klein waren – stond mijn weblog op 1 als favoriete schrijfbezigheid, maar de kinderen worden groot en ik word ouder… Het prettige aan een boek schrijven is, dat je langere tijd aan een onderwerp werkt en daarmee de ruimte en rust hebt om de diepte in te gaan – alles wat je in een artikel niet kwijt kunt. Het aardige is trouwens dat er nu een uitgever is die graag mijn weblogberichten in boekvorm wil uitgeven, zo komt een en ander weer samen.

Is het een wens om nog eens een roman of bundel met fictieve verhalen te publiceren?

Zeker is dat een wens van mij. Met dat doel volgde ik drie jaar lang -naast mijn werk- de opleiding ‘Verhalend proza’ aan de Hogeschool van Amsterdam. Daaruit vloeiden enkele korte verhalen (waarvan twee gepubliceerd in een literair tijdschrift) en driekwart roman. Die is toen blijven liggen, want ik kreeg het idee om Vogels en de liefde te maken en daarna vond ik dat De man op de dijk beslist geschreven moest worden, maar nu heb ik de fictie weer opgepakt en ben gedisciplineerd aan het schrijven. Wat niet wegneemt dat er alweer enkele ideeën voor non-fictie boeken in de steigers staan.

Je schreef het boek Vogels en de liefde. Hoe kwam je op dit, toch wat verrassende, idee?

Dat begon met een artikel voor Vogels Junior, het jeugdtijdschrift van Vogelbescherming Nederland, waarvan ik sinds 2011 redacteur ben. Ik schreef een stuk over vogelrelaties, voor het lentenummer. Hoe staat het met ‘vogelhuwelijken’? Tijdens de research stuitte ik op opmerkelijke berichten, zoals een stuk in NRC over ‘LAT-relaties bij de zuidelijke rotspinguïn’ en ergens anders las ik ‘homohuwelijken bij flamingo’s’. Toen ging ik me afvragen hoe het eigenlijk zat bij de vogels in mijn eigen achtertuin. Van heggemussen wist ik al dat ze er geregeld een driehoeksrelatie op na houden, maar hoe zit het met merels bijvoorbeeld? Enfin, het artikel was af, ik zat met allerlei vragen en dacht: daar ga ik een boek over schrijven. KNNV Uitgeverij benaderde ik met het idee en zij waren ook meteen enthousiast. Zo kwam ‘Vogels en de liefde’ en ben ik met alle nieuwe kennis anders naar vogels gaan kijken.

Is er voldoende journalistieke aandacht voor natuuronderwerpen in ons land?

Tja, dat vraag je aan mij. Wat mij betreft is het nooit genoeg, en ook de kwaliteit en het niveau is geregeld om te huilen. Ik heb mezelf jaren geleden een keertje aangeboden als freelance verslaggever met natuurspecialisme bij de Gelderlander. Wat kreeg ik als reactie van de toenmalige hoofdredacteur? “Over natuur schrijven we al genoeg.” Ik was verbijsterd. Naar mijn idee kun je er nooit genoeg over schrijven, al is het alleen maar om mensen er bewust van te laten zijn dat de staat van de natuur belangrijk is voor onze eigen gezondheid en welzijn, en dat wij onderdeel zijn van die natuur. Wij zíjn natuur. We zijn met onze consumptiemaatschappij zo ver afgedreven van de natuur, dat zie je terug in alle problemen en discussies rondom klimaat, biodiversiteit en landbouw momenteel. Het draait voornamelijk om geld en in de landbouwdiscussie ontbreekt te vaak het element ecologie, terwijl daar nou net de crux zit. Met mijn boek De man op de dijk heb ik geprobeerd iets aan de discussie toe te voegen, te laten zien dat landbouw en natuur hand in hand zouden moeten gaan en dat het ook gewoon mogelijk is om die ommezwaai te maken. Goed voor boer, burger, natuur en milieu.

Je werk richt zich tot nu toe vooral op vogels. Ik neem aan dat iemand die zich natuurjournalist noemt ook geïnteresseerd is in andere diersoorten. Hoe denk je bijvoorbeeld over de komst van de wolf naar Nederland?

Mijn werk richt zich helemaal niet vooral op vogels! Ik heb artikelen geschreven over pissebedden, libellen, zweefvliegen, bijen, spinnen, kikkers, ringslangen, adders, planten, soja, veldbonen, akkers, dijken, polders, wateronderzoek, kunst, cultuurhistorie, erfgoed, levensverhalen en ga zo maar door. Maar ik zal niet ontkennen: vogels zijn erg fijn om over te schrijven en om naar te kijken. Tijdens mijn ‘Verhalend proza’ opleiding zei een medecursist eens tegen mij: “In jouw verhalen komen altijd vogels voor. Kun je ook eens proberen een verhaal zónder?” En dat lukte wel, maar vogels maken het toch een stuk leuker.
Om op je vraag over de wolf te komen, daar valt veel over te zeggen natuurlijk. Prachtig, zo’n groot roofdier weer terug in ons land. Jarenlang een ontbrekende schakel in onze bossen, kunstmatig opgevuld met jagers en faunabeheerders van onder meer Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer om het aantal herten terug te dringen. Afschot, niet primair voor vleesconsumptie, maar een poging om de boel in balans te houden. Absurd natuurlijk, als je erover nadenkt. Het zou mooi zijn als daar nu eens een streep door kan, doordat de wolven het ‘in balans’ brengen. Tegelijk speelt wel de zorg: hoe gaan ze het redden in ons land met een fijnmazig wegennetwerk en met al die mensen die op voorhand al tegen hun aanwezigheid zijn om uiteenlopende redenen (jagers, schapenhouders).
Onlangs interviewde ik een schaapherder op de Veluwe. Hij had een wolfwerend raster aangeschaft, zijn bedrijfsvoering aangepast en zag de komst van de wolf als een van de risico’s van zijn vak. “Het is gewoon de natuur, het hoort erbij. En met al die herten hier op de Veluwe is er voldoende te eten voor wolven,” vond hij. De Veluwe is gelukkig groot en ik hoop dat ze vooral met rust gelaten worden. Het is jammer dat er nu al natuurorganisaties zijn die ‘wolvensafari’s’ organiseren. Lijkt mij vrij saai, eerlijk gezegd, want je krijgt echt niet zomaar sporen, laat staan een wolf, te zien. Of je moet je tijdens de safari vooral bezighouden met al het andere in de natuur, dan wordt het nog wat.

Er moeten minder boerenbedrijven komen om de stikstofuitstoot te reduceren. Wat vind je van het plan om bedrijven op te kopen en de landbouwgrond terug te geven aan de natuur?

Ik denk eerlijk gezegd dat wij die landbouwgrond hard nodig hebben om zoveel mogelijk lokaal en zelfvoorzienend te kunnen produceren. Om nu eindelijk eens te stoppen met die goedkope soja vol bestrijdingsmiddelen uit Zuid-Amerika en over te stappen op veldbonen en luzerne van eigen bodem. Meer inzetten op plantaardige eiwitten, minder vleesconsumptie. Bovendien sluit het een het ander niet uit, in De man op de dijk geef ik voorbeelden hoe landbouw en natuur hand in hand gaan. Wat doen we bijvoorbeeld met onze boerenlandvogels, als we ineens weilanden en akkers vol bomen gaan zetten? Kijk, dat het totaal anders moet dan het nu is, met stikstofproblemen en weilanden waar geen veldleeuwerik of grutto meer kan overleven, dat is voor iedereen helder. Hadden beleidsmakers meer geluisterd naar de vogels, als belangrijke graadmeters, dan hadden ze gehoord dat het steeds stiller werd op het platteland en dan hadden ze geweten: dit is foute boel.
Ik wil trouwens wel de kanttekening maken dat landbouw en natuur beide brede begrippen zijn, dat is iets om alert op te zijn als we met elkaar in discussie gaan. Nuance is van belang. Veeteelt met weilanden of akkerbouw met akkergronden zijn hele verschillende vormen van landbouw en landgebruik. Natuur net zo: wat is natuur?

Ik (PF) snap dat er onderzoek moet worden gedaan naar de leefgewoonten van dieren en de stand van allerlei soorten. Soms krijg ik het idee dat biologen en ethologen daarin wat doorslaan, met ringen, chippen en het aanbrengen van zenders. Natuur gaat toch ook om rust en dieren met rust te laten? Wat is jouw mening hierover?

Zeker, tot op zekere hoogte vind ik ook dat wij mensen met onze handen van de natuur af moeten blijven. Ik heb er ook uitvoerig met landbouwdenker en akkervogeldeskundige Ben Koks over gediscussieerd. Dankzij hem, met hulp van medewerkers in zijn team, zijn er in 13 jaar tijd ruim 150 grauwe kiekendieven van een zender voorzien. Moet dat nou, zoveel, kun je je afvragen. Als je weet dat elke vogel individuele keuzes maakt en het gedrag van één vogel dus weinig zegt over een hele soort of populatie, dan is er wat voor te zeggen om diverse vogels van zender te voorzien. Uit onderzoek is ook gebleken dat de grauwe kiekendieven er zelf geen enkele hinder van ondervinden en nog steeds een normale levensduur hebben. Ondertussen hebben al die vogels bij elkaar een schatkist aan informatie en gegevens opgeleverd. De man op de dijk was een stuk minder interessant geweest denk ik, zonder al die kennis en reizen. Fantastisch, wat we nu allemaal te weten zijn gekomen, niet alleen over de vogels zelf, maar ook over de plekken waar ze verblijven tijdens de trek en in de winter. Het zou gek zijn als je hier in Nederland nesten loopt te beschermen en verder niet wilt weten wat er met de vogels gebeurt in de rest van het jaar. Het kan je helpen bij de vraag of het zin heeft om door te gaan met nestbescherming of dat het dweilen met de kraan open is, omdat het elders misschien misgaat.
Het voorbeeld van de grauwe kiekendieven is een verhaal waarbij het gebruik van zenders goed uitpakt, ons veel waardevolle kennis oplevert en waar vogels er geen hinder van hebben. Maar: zo gaat het natuurlijk niet altijd. Ik ken verhalen waarbij vogels van verkeerde zenders worden voorzien (te groot, te zwaar) of vogels gezenderd worden die er niet geschikt voor zijn vanwege hun lichaamsbouw. Voor die vogels loopt het fataal af en de wetenschapper heeft er geen fluit aan. Ook bij het ringen van vogels kan ik mijn vraagtekens zetten. Wat voegt het toe en hoe groot is de kans dat een vogel terug gemeld wordt? Hoe je het ook wendt of keert, vangen blijft een stressmoment voor de vogel, dus áls je het doet, moet het met een duidelijk, goed onderbouwd doel zijn.

Tenslotte, een grote vraag: Denk jij dat we opwarming van de aarde nog op tijd kunnen stoppen en de zeespiegelstijging een halt kunnen toeroepen?

Poeh, grote vraag inderdaad. Ik kan er weleens somber van worden, al die wetenschappelijke rapporten en berichtgeving in de media. Als ik poolonderzoeker Maarten Loonen hoor zeggen dat hij ‘in paniek’ is, dan vind ik dat zeer alarmerend. Hoe hij en andere poolonderzoekers gedurende hun leven poolijs hebben zien verdwijnen dat waarschijnlijk niet meer terugkeert, in ieder geval niet binnen afzienbare tijd, dat is intriest. Het wordt nooit meer zoals het was, dat is een ding dat zeker is.
Alle maatregelen die we zouden moeten nemen, alles wat we zouden moeten veranderen om het tij te keren, dat lijkt allemaal zo ontzettend traag te gaan. De files staan nog steeds rijen dik op de snelwegen, de boer rijdt nog eens zijn mest uit en bespuit het land met glyfosaat, de gemiddelde consument koopt nog steeds het goedkoopste stukje vlees en gaat per vliegtuig op zonvakantie. Ja, als we zo doorgaan wordt het niks. Het vraagt een grote gedragsverandering van iedereen. En als dat niet lukt, dan gaan overstromingen, orkanen, bosbranden, hitte en ziekten de wereld regeren en wordt de mens vanzelf van de aardbol geveegd.

Vragen: Dick Huitema en Pieter Feller

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

De tragiek van de macht

Categorie: Boek van de week, Historische roman

Keizerlijk geel – Lucas Zandberg – De Arbeiderspers – 335 blz. Op 4 november 2008 kopte CNN: “Arsenicum doodde Chinese keizer, zeggen rapporten”. Uit forensisch onderzoek van het haar, de kleding en de maaginhoud bleek…

Boek van de week archief

8-december-2019 | Lees verder | Reageer!