Spiegelbeeld van John le Carré

19-december-2021 | Categorie: Thrillers & Spanning

Silverview – John le Carré – vertaling: Rob van Moppes & Gerda Baardman – Luitingh-Sijthoff – 208 blz.

Truro, 12 december 2020, een zwarte dag voor de liefhebbers van de ultieme spionageromans, de dag waarop David John Moore Cornwell overleed. We kennen hem beter onder zijn pseudoniem: John le Carré. Wat hebben we genoten van zijn romans waarin hij het ‘Circus’ een veel menselijker karakter gaf, ontdaan van de gadgets en glamour uit de James Bond romans. Hij kon het weten, want hij was er jarenlang zelf bij, eerst bij MI5 en daarna bij MI6. Al in die tijd schreef hij romans onder zijn pseudoniem, waarvan niemand wist wie er werkelijk achter zat. Helaas werd zijn alter ego opgeblazen door Kim Philby (de beruchte spion voor de Sovjet Unie) in de zestiger jaren. Na zijn vertrek bij MI6 wijdde Cornwell zich volledig aan het schrijven en behield hij zijn schrijversnaam John le Carré. Gedacht werd dat de laatste roman met zijn onnavolgbare held George Smiley (Een erfenis van spionnen, 2017) het einde van zijn schrijverscarrière was, tot twee jaar later een nieuw boek, nu echt het laatste, verscheen: Spion buiten dienst, 2019.

Groot was dus de verrassing toen er postuum toch nog een boek van hem kwam: Silverview. Hij was er al na zijn roman Een broze waarheid (2013) aan begonnen, onthult zijn jongste zoon Nick Cornwell, zelf net als zijn vader, auteur, schrijvend onder de pseudoniemen Nick Harkaway en Aidan Truhen. Nick heeft ooit een belofte aan zijn vader gedaan: als er na diens overlijden onvoltooide manuscripten achter waren gebleven, zou Nick die voltooien. Dat er een manuscript met de titel Silverview aanwezig moest zijn, wist Nick al. Hij was echter totaal verbouwereerd toen hij, na lezing, moest constateren dat het niet onvoltooid was, maar, op een paar punten na, klaar om naar de redactie van de uitgever gestuurd te worden. En dat heeft Nick dan ook gedaan, zoals hij in zijn “Nawoord” verklaart.

Waarom bleef deze roman liggen, werd hij niet gepubliceerd? Vond John het een slecht verhaal? Nick vindt het juist een uitermate goed verhaal. En hij heeft een (onbewijsbare) theorie over wat er wel aan de hand was: “…dat de menselijke factor van de Dienst niet tegen de taak is opgewassen – en zich de vraag begint te stellen of die taak de vele offers wel waard is. Ik denk dat hij het niet echt over zijn hart kon verkrijgen om dat hardop te zeggen”. Nick maakt stelt ook “dat het [de beschreven situaties] hem bij nader inzien iets te dichtbij kwamen. Nick concludeert dat veel van wat hij bij zijn vader aantrof, in dit boek terecht is gekomen en het streven van John om “waarheden te vertellen” volledig in zijn waarde laat. Eigenlijk zou dit “Nawoord” het voorwoord moeten zijn geworden, zodat de lezer de roman met deze achtergrond in het hoofd gaat lezen.

De plot van de roman, zonder al te veel weg te geven, is iets minder complex dan in zijn eerdere werk. We maken kennis met de dertiger Julian Lawndsley. Hij was een belangrijk man in The City, Londens financiële centrum, maar houdt het wat zijn carrière betreft voor gezien, en koopt een boekwinkel in een kustplaatsje in East Anglia, terwijl hij geen literaire achtergrond heeft. Dan komt een oudere heer, Edward Avon, de winkel binnen. Hij komt niet voor een boek, maar voor Julian zelf.

Edward is een oude schoolvriend van Julians vader (H.K.). Edward dringt aan op de oprichting in de winkel van de Republiek der Letteren: “Maar wat wilde hij precies?”.

Stewart Proctor, chef van de veiligheidsdienst voor het binnenland, – hij heeft wel iets weg van de beroemde George Smiley – onderzoekt een lek van geheime informatie en stuit daarbij op Edward. Die is getrouwd met Deborah. Samen zijn zij geen onbekenden van de Britse Inlichtingendienst. Vooral de carrière van Edward Avon en  het einde daarvan zijn in nevelen gehuld. Deborah ligt inmiddels op sterven in haar woning, genaamd ‘Silverview’. [Verwijzing naar het huis van Nietsche, ‘Silberblick’ of naar het huis van Ian Fleming, ‘Goldeneye’?] Het echtpaar blijkt een dochter te hebben, Lily. Gaan er amoureuze ontwikkelingen plaatsvinden en tussen wie? Lily en Julian of misschien ook Proctor. En wat heeft de inlichtingendienst daarmee van doen? Het is een bekend thema van Le Carré: spionage omwille van het geld of de liefde!

Geregeld komen we de Le Carré van zijn eerdere werk tegen. Subliem verwoordt hij onder andere de ondervraging van twee agenten door Proctor om meer over Edward Avon te weten te komen. Ook de ingetogenheid van Proctors bezoek aan de ondergrondse nucleaire installatie is illustratief voor zijn werkwijze: geen wapengeweld of wilde achtervolgingen, maar een waarheidsgetrouw verslag.

Nieuw in deze roman, zoals ook al door zoon Nick naar voren werd gebracht, is de twijfel. Wat zijn de inspanningen van de Dienst waard? Kan de Dienst het wel aan? Hoe zit het met de belabberde interne verhoudingen. Wie kan wie vertrouwen? Hiermee komt Le Carré het dichts bij zichzelf, de medewerker van de Dienst, genaamd David Cornwell. Hij heeft beloofd altijd de waarheid te vertellen, hoe schokkend ook. Hij heeft met dit boek duidelijk in de spiegel gekeken en de reflectie daarvan opgetekend. Dat alles in een prima vertaling van Rob van Moppes en Gerda Baardman!

Voor wie een bewonderaar is van persoon en werk van John le Carré, is deze roman meer dan een must. Voor wie nieuwsgierig is naar zijn romans, moet het als eerste lezen van Silverview absoluut afgeraden worden. Begin dan liever met Edelman, bedelman, schutter, spion

Veelzeggend, als slot, is de volgende gedachtegang van Proctor: “Totale toewijding van welke aard dan ook kwam hem met zijn getrainde geest voor als een groot veiligheidsrisico. De hele ethiek van de Dienst verzette zich daar – hij zou bijna zeggen absoluut – tegen, tenzij het ging om manipuleren van de onvoorwaardelijke toewijding van een spion ….”

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Een vergeten BN’er

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week

De wereld van Jantje – Sytze van der Veen – Amphora books – 182 blz. In zijn voorwoord zegt schrijver Van der Veen het volgende: “Er zijn kunstenaars die tijdens hun leven bekend worden en…

Boek van de week archief

15-september-2022 | Lees verder | Reageer!