“Iets roods in een grijze wereld”

10-juni-2017 | Categorie: Interview

Op 8 maart 1974 werd Suzanne geboren in Kaatsheuvel. In de Efteling, zei ze later tegen iedereen, wat natuurlijk helemaal niet zo was, maar het leek haar wel spannend om te vertellen. Van Kaatsheuvel verhuisde ze naar Breda en toen naar Uden. Daar leerde ze in groep 3 lezen. Erg snel ging dat niet, dus moest ze extra oefenen bij de buurvrouw. Sindsdien vond ze boeken niet leuk. Dankzij Roald Dahl ontdekte ze later dat boeken ook leuk konden zijn. Maar veel las ze niet. Ze ging wedstrijdzwemmen en lag elke dag in het water. Schrijven deed ze ook niet veel. Tot ze in groep 8 zat en haar verhaal door de kinderen in de klas werd uitgekozen voor de schoolkrant. Dat anderen haar verhaal mooi vonden, gaf haar een bijzonder gevoel. Vanaf dat moment wilde ze naast archeoloog, ook schrijver worden.

Ze begon met het schrijven van gedichten en griezelverhalen. Poep en pies waren dankbare onderwerpen. Net als heksen die door torenspitsen doorboord worden, spoken die met rammelende botten over het kerkhof dansen en vampiers die hun tanden niet poetsen na het drinken van bloed. Behalve in griezels en spoken was ze ook geïnteresseerd in geschiedenis. Thea Beckman was haar favoriete schrijver. Nu schrijft ze zelf over geschiedenis en graaft in het verleden, op zoek naar onderwerpen om over te schrijven. Is ze toch geworden, wat ze als kind al wilde: schrijver en archeoloog. Als ze niet schrijft of graaft, dan werkt ze als intern begeleider op een basisschool in Veghel.

Was je als kind een lezer? Wat waren destijds je favoriete boeken?

Nee, ik sjouwde niet met kilo’s boeken, stal niet alle biebpasjes. Maar ik kon wel helemaal verdwalen in verhalen. In boekvorm, in stripboekvorm, of gewoon in mijn hoofd. En ik herinner me dat ik vaak niet kon stoppen met lezen. Dan zei ik steeds: tot het volgende hele of halve uur. En als ik dan niet bij een witregel of hoofdstukeinde was, las ik gewoon door. Heerlijk als een verhaal dat met je doet.
Het eerste boek dat ik echt bijzonder vond was Het Raadsel van de Zeehond, van Rosalind Kerven. Zo’n boek waarin het technisch leesniveau lager ligt dan het inhoudelijke niveau. Het magisch-realisme erin sprak me erg aan en dat het over zeehonden ging hielp ook erg mee.
Dit boek was een opstapje naar moeilijkere boeken. Het Oneindige Verhaal, dat ik zo vaak las dat het een leeslijk werd: een uitelkaar gevallen, vlekkerig boek. En later Kruistocht in Spijkerbroek. Ik kan die boeken nog opnieuw en opnieuw lezen, wat een waarde hebben die gehad!

Herinner je je nog je eerste verhaaltje of gedichtje dat je schreef? Waar ging het over?

In groep 8 was het. De opdracht: schrijf een verhaal vanuit het perspectief van je lievelingsdier. En ik schreef over een zeehond waarop gejaagd werd. Met zinnen als ‘het ijs kleurde rood van het bloed’. Dat maakte indruk. Het verhaal kwam in de schoolkrant, voor het eerst was daar een trots gevoel. De (nog heel lang niet zo doortastende) schrijver in mij was wakker geworden.

Was geschiedenis altijd al je favoriete vak?

Als vak vond ik het niet altijd even boeiend, het was vooral begrijpend lezen. Maar van geschiedenis in het algemeen houd ik heel erg. Het verklaart, geeft waarde, voegt gevoel toe. Gebouwen, voorwerpen, verhalen over vroeger, ze maken de verstreken tijd tastbaar, creëren een doorgang tussen nu en toen, als een wormgat. Geschiedenis maakt dat je een tijdreiziger kunt zijn en dat fascineert me heel erg. En de wetenschap dat er iets voor jouw tijd plaatsgevonden heeft. Dat er op een plek gevochten, gehuild, gebloed, gelachen, gedanst is. Het voelt alsof die plekken daarvan doordrenkt zijn. Kijk, daar slaat mijn fantasie van aan.

Wat heeft je geïnspireerd om het verhaal Sabel te schrijven?

Een beeld. Iets roods in een grijze wereld. Dat rode werd al snel een kat, dat grijze een omgeving zonder hoop. Een concentratiekamp. Vervolgens kwam de vraag: maar hoe kan dat dan? Zo is het verhaal eromheen ontstaan. Eigenlijk twee verhalen, één over Kamp Vught, de ander over Amsterdam. Het was een heel gepuzzel om de verhaallijnen op elkaar aan te laten sluiten. De timing moest kloppen. Nadat alles geschreven was, heb ik het geprint en ben ik nog een paar uur gaan knippen en schuiven.

Het verhaal is grotendeels fantasie maar ook is er veel echt gebeurd. Hoe lang ben je bezig geweest met de research van de werkelijke feiten?

Ik denk even lang als met het schrijven zelf. Ik heb behoorlijk wat gelezen, waarvan het dagboek van David Koker een van de belangrijkste bronnen is geweest. Ik las vooral verhalen van ooggetuigen, omdat het me ging om wat mensen ervoeren, de persoonlijke verhalen. Ik heb Kamp Vught bezocht, een speciale tentoonstelling in het verzetsmuseum over de kindertransporten, de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. En tussendoor is er internet, wikipedia. Voor de vreemdste vragen. Waren er vlisotrappen? Kattenluikjes? Wat voor lichtschakelaars waren er?
Tja, en toen kwam de vraag: hoe was de oorlog voor katten? Ik stuitte op een speciale editie van de Poezenkrant: poes in verdrukking en verzet, met veel informatie. Ook voor katten was het voedsel op de bon. En alleen voor de raszuivere katten…

Welke boodschap wil je met dit boek meegeven?

Geen boodschap. De lezer mag die er zelf uithalen. Of niet. Dat klinkt gemakkelijk, maar toen ik aan Sabel begon, was ik alleen gefascineerd door het beeld. Ik wilde mezelf uitdagen om een ‘ander’ boek te schrijven over de Tweede Wereldoorlog.
Maar gaandeweg… Al die verhalen die ik las, documentaires die ik zag, die maakten zo’n ongelooflijke indruk op mij. Je gaat nadenken. Dat zou ik ook willen bereiken met Sabel. Gewoon nadenken. En vragen stellen. Tot nu toe hoor ik terug dat jonge lezers dat gaan doen als ze Sabel lezen. Ze willen weten.

Je werkt in het basisonderwijs. Is deze baan van invloed op het inlevingsvermogen dat zo duidelijk te zien is in het boek Sabel?

Ik heb me altijd goed kunnen inleven in andere mensen en in kinderen speciaal. En het wordt vast goed onderhouden door mijn werk. Daarnaast is het gewoon een kwestie van het kind in je zelf onderhouden. Kijken, jezelf verwonderen, vragen stellen, dingen aanraken, uitproberen. Niets spannends hoor, meer deurtjes in muren openen, in kistjes kijken, kunstwerken aanraken als de suppoost niet kijkt.

Je hebt historische jeugdboeken geschreven en een historische roman. Vanwaar je interesse in de historie van Nederland?

Omdat het mijn geschiedenis is. Omdat het de wereld waar ik nu in leef gevormd heeft.

De cover van Sabel is prachtig, is dit jouw eigen idee geweest?

Nee, maar ik ben er erg blij mee. Het moest allemaal zo snel dat ik de cover voor de folder uit was, niet gezien had. Maakte me er geen zorgen over, deels omdat ik op de uitgever vertrouwde, deels omdat ik gewoon zo blij was dat ik een uitgever had gevonden voor Sabeltje. Ik heb altijd in dit verhaal geloofd. Gelukkig deed Hoogland & Van Klaveren dat ook.

Kun je een goede balans vinden tussen het schrijven en je andere werk?

Neeee, op dit moment helemaal niet. Stuur geld en hulptroepen! Ik ben wel heel blij met mijn andere baan, die is me erg waardevol. Promotiewerk ernaast is wel zwaar. Maar het moet, ik ga het steeds meer inzien.

Wat lees je nu zelf graag? Heb je een voorkeur voor een bepaald genre?

Met name vertaalde Amerikaanse literatuur, ik vind David Mitchell geweldig, wel moeizaam om te lezen. Ik hou van bijzondere boeken, qua stijl of structuur. Magisch-realisme heeft me altijd al aangesproken. En ik bezoek steeds meer boekpresentaties van mensen die ik ken en lees hun boeken dan ook. Ik hoor dan de stem van de schrijver in mijn hoofd.

Ben je al weer bezig met een nieuw boek en zo ja, kun je hier al iets meer over vertellen?

Ik werk aan een historische roman voor volwassenen over de vrouw van een vooraanstaand persoon uit de 17e eeuw. Boeiend omdat het een zeer turbulente periode uit onze geschiedenis was. Een uitdaging om het verhaal van de vrouw achter de man geloofwaardig te krijgen.
Er is een vaag idee voor een nieuw jeugdboek, periode: jaren ’50.
En in december won ik de schrijfwedstrijd van het tv-programma De pennen zijn geslepen. De prijs was een masterclass thrillerschrijven bij Sebes en Bisseling. Dus ik doe een poging. Het is leuker en nóg veel moeilijker dan ik dacht. En eerlijk gezegd hou ik niet erg van thrillers. Maar ik geloof wel heilig in afwisseling. Die 17e eeuw heb ik nu wel gezien.

Vragen: Wendy Wenning en Pieter Feller

Lees hier de recensie van Sabel.

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Europa’s verleden, heden en toekomst

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer – De Arbeiderspers – 547 blz. Al heel wat boeken van deze auteur heb ik gelezen. Meestal heb ik niet zo erg genoten. In zijn boek over Genua

Boek van de week archief

15-januari-2019 | Lees verder | Reageer!