Thrillers van een laatbloeier

24-oktober-2015 | Categorie: Interview

Herman Vemde1Herman Vemde(Apeldoorn, 1939) is een laatbloeier. Pas na zijn werkzame leven in een marketingteam bij Philips is hij begonnen met schrijven van thrillers. Er spookten al eerder een paar verhalen door zijn hoofd, maar door tijdgebrek kwam hij er niet verder mee dan zo’n idee in een paar zinnen samen te vatten en vast te leggen voor later.
Toen dat later kwam en hij door het schriftje bladerde waarin hij alles had opgeschreven besloot hij het maar eens te proberen met een idee dat hij had opgepikt uit een krantenartikel over een Amerikaanse vrouw die op een “maffia-achtige” manier om het leven was gebracht. Het moest een spannend verhaal worden, dat stond voor hem vast. Want hij had al eens een advies van Patricia Highsmith gelezen: “The First person you should think of pleasing, in writing a book, is yourself.” En zelf houdt hij van thrillers. Hij heeft er heel wat gelezen tijdens het vele reizen dat een baan in de marketing bij een multinational nu eenmaal met zich meebrengt. Zo is zijn eerste boek Basuko ontstaan.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Voor de oorlog hadden mijn vader en opa een architectenbureau. Mijn opa is in 1944 gestorven en na de bevrijding heeft mijn vader het bureau niet meer opgestart. Hij kreeg een baan als hoofd van de bouwafdeling van een metaalbedrijf dat later opgekocht werd door Hoogovens. Hij vertrok en werd chef van een afdeling van een gemeente die zich bezighield met nieuwe bouwprojecten. Mijn moeder zorgde voor het gezin. Ik heb een zuster. In ons gezin werd veel gelezen (er was nog geen tv!).

Was je zelf een leeskind of was je liever buiten aan het spelen. Welke boeken waren in je jeugd favoriet?

Ik deed beide. Overdag voetballen met vriendjes en ’s avonds lezen. Vooral de boeken van Karl May, de avonturen van Winnetou en Old Shatterhand heb ik verslonden. Later ook de Bob Evers serie.

Heb je gedurende de je werkzame leven veel gelezen en welke genres hadden je voorkeur?

Ik heb gewerkt op een van de marketing afdelingen van Philips en dat betekende veel reizen. Het meest heb ik gelezen tijdens die reizen. Boekje kopen op Schiphol, lezen in het vliegtuig op de hotelkamer. Meestal las ik dan een thriller.

Kun je vijf schrijvers/boeken noemen die je aan iedereen kan aanraden?

De Dag van de Jakhals van Frederick Forsyth is voor mij de allerbeste thriller. Verder de boeken van Le Carre, zoals Spion aan de Muur, Charles den Tex, Tomas Ross en Jacob Vis. Ook Mr. Mercedes en de Eerlijke Vinder van Stephen King en de boeken van de iets minder bekende auteur Joseph Finder.

Je bent pas na je pensioen begonnen met schrijven. Kon je er daarvoor geen tijd voor vrij maken of bleef het bij probeersels?

Tijdens mijn werkzame leven had ik geen tijd om te schrijven. Ik kreeg wel wat ideetjes en die schreef ik op. Toen ik met pensioen ging heb ik dat schriftje eens opengeslagen, heb er zo’n krabbeltje uitgepikt en heb geprobeerd er een verhaal van te maken. Ik vond het schrijven leuk, maar meer nog de research die eraan vooraf ging. Ik liet het resultaat zien aan een paar vrienden en kennissen. Die vonden dat ik het naar een uitgever moest sturen.
Larry Iburg van uitgeverij Ellessy reageerde positief en na veel herschrijven en bijschaven heeft hij het tenslotte uitgegeven. Tot mijn verrassing won Basuko de Schaduwprijs voor de beste Nederlandstalige debuutthriller en dat was vanzelfsprekend een prima aanmoediging om door te gaan.

Hoe ga je te werk bij het schrijven? Maak je een uitgebreid schema met plots en karakters en werk je op vaste tijden?

Het begint meestal met een interessant artikel in een krant of een in uitzending op tv. Zit er een spannend verhaal in? Zo ja, dan maak ik een opzetje. Als ik denk dat het iets kan worden maak ik een eerste plotje en bedenk wat voor personages zouden passen in zo’n verhaal. Ik zet een of twee verhaallijnen op en werk de personages uit. Dan komt de research want ik wil het verhaal zo realistisch mogelijk maken. Het is fictie maar het zou ook zo kunnen gebeuren. Dan begint het schrijven waarbij ik de plot nog vaak aanpas doordat de personages meer en meer gaan leven. Ik werk alleen ’s ochtends op vrij vaste tijden.

Hoe ben je op het idee gekomen om te schrijven over misstanden in de geneesmiddelenindustrie?

Door een artikel over iemand die een antidepressivum slikte en op een bepaald moment zo door het lint ging dat hij een moord pleegde. Tijdens de rechtszitting suggereerde zijn advocaat dat het gedrag van zijn cliënt wellicht werd veroorzaakt door het medicijn. Uiteraard ontkende de fabrikant. Later bleek uit onafhankelijk onderzoek dat er wel degelijk een verband kan bestaan tussen het gebruik van een antidepressivum en agressief gedrag. Uit ander onderzoek blijkt dat farmaceutische bedrijven nogal eens ongewenste testresultaten in de doofpot laten verdwijnen.
Ik vond het nogal schrijnend dat in zo’n geval winst kennelijk belangrijker is dan de gezondheid van een patiënt. Ik besloot wat meer informatie te verzamelen over de praktijken van de farmaceutische industrie en vond heel wat misstanden. Met hulp van deskundigen uit de medische wereld die mij een idee gaven voor een mogelijke plot is zo mijn laatste boek Bloedspoor tot stand gekomen.

Je hebt eerder geschreven over maatschappijkritische onderwerpen, zoals het afluisteren van burgers door overheden of drugssmokkel. Waarom kies je daarvoor?

Het zijn onderwerpen die actueel zijn. Onder het mom van terreurdreiging worden onze vrijheden steeds verder ingeperkt en het meest frustrerend is nog dat het “de Nederlander” eigenlijk niets interesseert. “Ik heb immers niks te verbergen.”
Ik woon in Brabant waar de drugscriminaliteit hoogtij viert. Niet zozeer een maatschappijkritisch onderwerp maar wel een rijke bron van inspiratie voor een thriller auteur.

In hoeverre baseer je je verhalen op de werkelijkheid?

Zoveel mogelijk. Ik ga uit van de werkelijkheid maar om van die werkelijkheid een spannend verhaal te maken moet er fictie aan worden toegevoegd.

Je staat bekend om je actiescènes. Hoe zorg je ervoor dat deze zo goed op papier komen te staan?

De actiescènes moeten passen bij de personages die er mee te maken krijgen (meestal de hoofdpersonen). Ik haal me de plaats van handeling voor de geest en probeer me voor te stellen hoe de actie verloopt. Ik typ wat ik zie. Ik kijk even wat ik geschreven heb, dan sluit ik de computer. Maar in min hoofd blijft het beeld bestaan. Ik zie dingen die ik eerst niet zag, die krabbel ik meteen op een stukje papier. Zo wordt het beeld steeds vollediger.
Als er niks nieuws meer komt vul ik het krabbeltje aan tot een complete actiescène.

Staan er nog boeken op stapel en welke onderwerpen kunnen we verwachten?

Ik werk nu aan een verhaal dat zich afspeelt in de Brabantse wietwereld en waarin een ex-rechercheur klem komt te zitten tussen de meedogenloze leider van een machtig wietimperium en zijn ex-collega’s van de recherche.

Vragen: Pieter Feller en Felice Beekhuis

Pin It

1 Reactie

  • Mooi interview en voor mij als je oud-redactrice heel herkenbaar.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!