Toevalligheden in een thriller zijn een zwaktebod

30-november-2013 | Categorie: Interview

Corine Hartman-9zww lichterVoor zover Corine Hartman(Den Haag 1964) zich herinnert, heeft haar passie voor woord en beeld, voor schrijven en tekenen, altijd bestaan. Verhalen verzinnen was één van haar favoriete bezigheden. Ze las alles wat los en vast zat, waaronder de boeken van Agatha Christie. George Orwells 1984 maakte indruk, evenals de verhalen van Edgar Allan Poe. Na enkele banen in de reclame startte ze in 1994 met een eigen reclamebureau. Ze volgde de vierjarige opleiding aan de schrijversvakschool in Amsterdam en studeerde in 2004 af met als specialisatie scenarioschrijven. In maart 2007 debuteerde ze met Schone kunsten en sindsdien is ze full-time auteur.

Onderscheidingen:
– Crimezone Thriller Award voor Bloedlijn (beste Nederlandstalige thriller 2013)
– Nominatie Gouden Strop 2013 voor Bloedlijn
– Longlist Diamanten Kogel voor Bloedlijn
– Crimezone Thriller Award voor Als de dood (beste Nederlandstalige thriller 2011)
Hels verlangen door vrouwenthrillers.nl verkozen tot beste thriller 2012

Je volgde een vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Wat zijn de belangrijkste dingen die je daar leerde?

Het allerbelangrijkste wat ik er heb geleerd is dat ik misschien wel genoeg talent had om het echt te gaan doen: fictie schrijven. Ik heb er in het laatste jaar een filmscenario geschreven en dat was uiterst leerzaam, maar ik ben het meest dankbaar voor het zelfvertrouwen dat ik daar heb gekregen.

Je publiceert sinds 2007, maar brak echt door met je Italië-thrillers. Wat was je idee achter het schrijven van deze thrillers?

Op een idyllische locatie in Toscane waar ik graag kom, kreeg ik het idee voor de plot van In vreemde handen. Toen ik Vivaldi’s lenteseizoen erin verwerkte en daarna in zomers Florence een idee kreeg voor een verhaal dat zich in die stad afspeelde, dacht ik, misschien kan ik dan de vier jaargetijden wel volmaken. Het zijn heel verschillende verhalen en ze zijn los van elkaar te lezen, maar in alle vier een Vivaldi-seizoen verwerken was een extraatje.

Je bent nu bezig met een serie psychothrillers over Jessica Haider. Wist je toen je eraan begon al hoeveel boeken je zult gaan schrijven over Jessica?

Nee, het idee om er zeven te gaan doen ontstond tijdens het schrijven van de eerste. Ik wil proberen om in elk van de delen een van de hoofdzonden als thema te verwerken, maar zonder dat het er te dik bovenop ligt trouwens; het is misschien nog wel meer mijn uitdaging om te zien of dat lukt.

Is het toeval dat Jessica’s achternaam bijna identiek is aan de thrillerschrijfster Mo Hayder? Zij is gefascineerd door gruweldaden. Is Jessica dat ook?

Jessica Haiders naam heb ik gekozen met een fonetisch motief: Jessica Haider klinkt een beetje als Jekyll and Hyde; en dat is natuurlijk niet voor niets, ook Jessy heeft, kun je zeggen, een gespleten persoonlijkheid. Kort gezegd: ze is keihard, maar ze heeft ook een kwetsbare kant. Daarnaast is Haider een Oostenrijkse naam; in Bloedlijn heb ik daar al iets over verteld en daar kom ik waarschijnlijk in deel vier op terug.
Of Jessica gefascineerd is door gruweldaden? Ik vind het eigenlijk jammer om een personage en haar beweegredenen te veel uit te leggen; ik laat de lezer graag zelf conclusies trekken en nadenken over karakters.

Iemand noemde je de Nederlandse Karin Slaughter. Ken je haar werk en vind je de vergelijking terecht?

Misschien omdat we in onze verhalen gruwelijkheden niet uit de weg gaan? Dan is de vergelijking wel terecht, denk ik. Ik moet bekennen dat ik drie boeken van haar in de kast heb staan, maar ik er nog geen een heb uitgelezen. Wordt wellicht eens tijd.

Je hoofdpersoon Jessica Haider verliest in deel een van de serie, Bloedlijn haar zestienjarige zoon. Had je dit van tevoren bedacht? In je boeken haalt ze kracht uit zijn dood. Heb je ervaring met zo’n situatie?

Bij het uitwerken van haar personage wist ik wel vrij snel dat haar iets moest zijn overkomen dat haar maakt tot wie ze is. Om haar handelingen te accepteren en te begrijpen, moest er iets zeer dramatisch in haar leven zijn gebeurd. Het verliezen van je kind – én de manier waarop! – is het ergste wat een mens kan overkomen. Daar geloof ik heilig in, en dat terwijl ik zelf geen kinderen heb. Dus nee, ik deel de ervaring niet. Maar in algemenere zin kan ik wel putten uit het fenomeen kracht halen uit een negatieve ervaring. In het hoofd van een schrijver komt het dan verder aan op verbeeldingskracht.

Jessica moet toch wel tegen de veertig lopen, maar ze is topfit en beheerst allerlei vechttechnieken en het gebruik van diverse wapens. Hoe realistisch is dat?

Ik heb op mijn veertigste een marathon gelopen, dus erg onrealistisch lijkt me een sterke vrouw op die leeftijd helemaal niet. Zal lang niet voor elke vrouw gelden, maar Jessy is als politiefunctionaris en lid van elitekorps Saligia natuurlijk goed getraind, en bijvoorbeeld jiujitsu is niet alleen een kwestie van brute kracht, maar ook van intelligentie. Een perfecte sport, leek me, voor haar.

Karin Slaughter staat bekend om haar research. Hoe ver ga jij in je research? Ben je bijvoorbeeld voor Glashard naar Zimbabwe gegaan?

Zo ver als Zimbabwe ben ik bij Glashard letterlijk niet gegaan, het land trekt mij op dit moment zeker niet, maar ik heb er wel veel over gelezen, films gekeken (zoals Blood Diamond met Leonardo DiCaprio) en contact gehad met iemand die er woont om de betreffende stukken teksten te lezen. Maar ik ga bij voorkeur wel naar alle plekken die ik in mijn verhalen wil gebruiken. Ik heb veel rondgezworven in Italië en daar zelfs geschreven; niet echt een straf, trouwens. De Jessica Haider-serie speelt zich deels in Zuid-Limburg af en daar kom ik graag en regelmatig; voor Glashard heb ik daarnaast onder meer een tijdje in de Eifel vertoefd.

Je won dit jaar de Crimezone Thriller Award voor Bloedlijn en je won die prijs al eerder voor Als de dood. Geven die prijzen druk of stimuleren ze je?

Het is vooral erg gaaf om een prijs te winnen. Maar druk geven of stimuleren? Stimuleren dan, als ik moet kiezen uit die twee. De druk leg ik mezelf wel op, daar heb ik geen Crimezone Award of Gouden Stropnominatie voor nodig.

In Glashard heeft Halina Kovack zendertjes in haar beha’s die Baruch Salomons haar heeft gegeven. Dat heeft iets James Bondachtigs. Zijn de boeken van Bond ook een inspiratiebron?

De boeken minder, maar de films, jazeker! Heerlijk zijn ze, altijd garantie voor een geslaagde bioscoopavond. Alle goede actiethrillers zijn inspiratiebronnen voor me, van Seven tot Reservoir Dogs en Silence of the Lambs. Ik ben een echte RTL7 “Meer voor mannen”-kijker (behalve als er voetbal of darten op het programma staat).

Je noemt als inspiratiebronnen o.a. Agatha Christie en Edgar Allan Poe. Aan wie voel je je het meest verwant?

De combinatie spreekt mij wel aan: Christie voor de doordachte plot, Poe voor de duistere sfeer.

Hoe ga je te werk bij het schrijven? Werk je schematisch of intuïtief of een mix van beide?

Dat laatste: een mix van beide, waarbij de balans de ene keer uitslaat naar meer schema, de andere keer naar meer intuïtie. Hangt ook af van de plot, hoe complex die is. Alle gebeurtenissen moeten met elkaar samenhangen; er is niets zo dodelijk, vind ik, als toevalligheden in een thriller. Die beschouw ik dan toch als zwaktebod. Dus het is soms behoorlijk puzzelen, terwijl het voor de lezer moet overkomen alsof je een eerste dominosteen omgooit waardoor de rest vanzelf volgt, terwijl het voor mij tijdens het schrijven niet altijd zo werkt.

Wie zijn je grote voorbeelden van hedendaagse thrillerschrijvers?

Michael Connelly, Dennis Lehane, Henning Mankell, Val McDermid, Stephen King. Koop ik blind een nieuwe titel van.

Wil je hier vijf boeken noemen – mag van alles zijn, van kinderboek tot literatuur – die indruk op je hebben gemaakt? Graag met een korte uitleg.

1. Misery, Stephen King, of nee, De marathon, of toch De leerling? King is wat mij betreft een meester in het neerzetten van personages en hoort speciaal daarom in mijn lijstje van boeken/schrijvers die indruk op mij hebben gemaakt. Overigens: meestal vind ik het boek beter dan de verfilming ervan, maar The Shawshank Redemption is daarop een uitzondering.

2. Tien kleine negertjes van Agatha Christie. Stilistisch gezien vind ik haar verhalen niet briljant geschreven, maar ik kan er niet omheen: dit boek was ooit mijn eerste kennismaking met het misdaadgenre, waar ik acuut aan verslingerd raakte, en ik ben haar dank verschuldigd voor mijn auteurschap nu.

3. Vuile handen (Mystic River), Dennis Lehane. Schrijnend verhaal, sublieme personages. Een boek is geslaagd, vind ik, als je vanaf het begin in het verhaal wordt gezogen en het niet kunt wegleggen voor het uit is. Daar is Mystic River wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van.

4. Edgar Allan Poe’s gehele oeuvre, omdat hij de grondlegger is van het detective- en horrorgenre. Ik houd van de mysterieuze sfeer in zijn verhalen.

5. 1984, George Orwell, omdat het verhaal vroeger grote indruk op me heeft gemaakt door de grimmige sfeer en het angstaanjagende toekomstbeeld dat werd geschetst. Het was een eyeopener, na alle jeugdboeken met happy endings.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

1 Reactie

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!