Van model tot schrijfster

4-januari-2014 | Categorie: Interview

Sanne de Bakker 2Sanne de Bakker(Nieuwkoop 1972) woonde in haar jeugd een tijdje in Amerika, daarna in Engeland en Parijs. In Engeland leerde ze haar eerste woordjes op een school in de buurt van Crowtowne. In de bosrijke omgeving van Surrey liet ze haar fantasie de vrije loop. Samen met haar vader schreef ze een boekje over een muis. Toen Sanne weer terug kwam naar Nederland had ze moeite met de taal en ging ze spraaklessen nemen. De rest van haar jeugd woonde ze in Noordwijk. Toen ze twaalf was, ontdekte Sanne een nieuwe passie: pianospelen. Tot op heden doet ze dit nog steeds graag. Tegen het einde van de middelbare school verhuisde het gezin naar Parijs. Maar al snel wilde Sanne daar weer weg en ging ze in haar eentje in het ouderlijk huis wonen in de duinen van Noordwijk aan Zee.

Na de middelbare school ging ze in Amsterdam wonen waar ze een eenjarige opleiding theateropleiding volgde met het idee om actrice te worden. Maar eigenlijk wilde ze liever schrijfster worden. Ze deed een aantal jaren modellenwerk voordat ze op vijfentwintigjarige leeftijd begon met de opleiding aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Een paar maanden na haar afstuderen verscheen haar eerste kinderboek en tegenwoordig is ze fulltime schrijfster. Sanne de Bakker woont sinds 2010 weer in Noordwijk. Ze heeft drie kinderen. Naast het schrijven van kinderboeken schrijft ze ook voor het tijdschrift Tina.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Ik kom uit een gezin van twee kinderen. Mijn broer werd geboren toen mijn moeder negentien jaar was, en 2,5 jaar later kwam ik. Voor mijn vaders werk moesten we een paar keer naar het buitenland verhuizen en ondertussen pakte mijn moeder haar studie Engels op. Uiteindelijk streken we neer in Noordwijk aan Zee, waar mijn ouders elkaar tijdens een zomer ooit leerden kennen. Toen ik zeventien was, verhuisden mijn ouders voor drie jaar naar Parijs en ben ik achtergebleven in Nederland. Eerst woonde ik nog even in Noordwijk, in het ouderlijke huis, en daarom werd ik weleens Pippi Langkous genoemd. Daarna verhuisde ik naar Amsterdam.
Ik kan me nog wel herinneren dat mijn broer veel boeken en strips las, mijn vader las veel en mijn moeder las altijd Engelse literatuur. Zelf was ik in mijn kindertijd doorgaans te onrustig om te lezen, ondanks de verhalen die in mijn fantasie door mijn hoofd spookten. Ik uitte daarom mijn creativiteit altijd met tekenen en pianospelen. Muziek was bij ons altijd heel belangrijk, en iedereen vocht om een plekje achter de piano.

Welke boeken vond je als kind mooi?

Het boek dat me het meest bijstaat uit mijn kindertijd is Ronja de roversdochter. Dit boek heb ik ademloos tot het einde gelezen, zonder afgeleid te zijn door prikkels van buiten.

Je hebt ooit als kind een verhaal geschreven met je vader. Hoe ging dat en wilde je toen al schrijver worden?

Ik was toen nog heel jong en het kwam nog niet in me op dat ik hier later iets mee wilde doen. Ik had een klein knuffelmuisje, dat ik Flip noemde, en elke avond voor het slapen gaan verzonnen we avontuurtjes rondom Flip. Uiteindelijk besloten we er een echt boekje van te maken, met een cover en illustraties. Onbewust is het niet ondenkbaar dat de drang om verhalen te vertellen hier is ontstaan. Overigens had ik een heel jaloerse hond, en zij heeft Flip met haar scherpe gebit volledig vernietigd. Dit was dus een verhaal met een slecht einde.

Herinner je je nog het eerste boek dat je kocht?

Ik kan me herinneren dat ik altijd boeken kreeg. Maar toen ik net in Amsterdam woonde en een goede vriendin van mij, die elf jaar ouder was, haar zolder opruimde en mij een doos vol boeken gaf, kreeg ik de smaak te pakken. Voor die tijd was het plezier van lezen mij enigszins ontnomen door de plicht van de middelbare school om in één examenjaar een stapel boeken te moeten lezen die nog hoger reikt dan het plafond (ik had alle talen) en in Amsterdam kwam ik tot de ontdekking dat het heerlijk is om te lezen zonder druk en zonder ontleding. Aangezien ik niet zo goed bij kas was, dook ik met regelmaat antiquariaat Kok binnen in de Oude Hoogstraat om vervolgens naar buiten te lopen met een flinke stapel oude boeken. Gezien mijn smetvrees voor onduidelijke overblijfselen in dergelijke boeken gaat mijn voorkeur tegenwoordig vooral uit naar vers geperste, wat mijn collega’s dan ook ten goede komt.

Je volgde de schrijversvakschool in Amsterdam. Wat zijn de drie belangrijkste dingen die je daar leerde?

Eén is dat ik ook werkelijk geleerd heb om iets af te maken. Het is best makkelijk om aan iets te beginnen, maar vervolgens moet je wel doorzetten, en dat betekent keihard werken.
Twee is dat ik mijn eigen tactiek heb ontdekt, in mijn geval betekent dit dat ik van te voren een plan moet maken, want als ik zomaar aan iets begin dan verdwaal ik.
En drie is dat ik heb geleerd om afstand te nemen, zodat ik mijn eigen werk kan bekritiseren. Overigens is punt drie altijd nog best een worsteling, helemaal als je in opdracht schrijft, zoals bijvoorbeeld voor Zwijsen. Dan heb ik soms maar zes weken om een verhaal te schrijven, en dan is er dus weinig ruimte om het manuscript even opzij te leggen zodat je er een paar weken later met een frisse, kritische blik naar kan kijken.

In 2003 won je de Hotze de Roos Prijs. Heeft dat je schrijverscarrière een zetje gegeven?

Ja zeker, alleen al omdat mijn boek dat deze prijs won (Bang voor meester Tark?!) daardoor een paar keer herdrukt werd. En daarnaast werd het altijd maar weer genoemd in interviews, recensies, aanbiedingsfolders etc. Overigens vind ik dat het nu niet meer zo geroepen hoeft te worden, want het is alweer tien jaar geleden.

Je bent ook een tijdje model geweest. Heb je die ervaring al gebruikt voor een boek of ben je dat nog van plan?

Vooralsnog ben ik niet van plan om hier iets mee te doen. Ik vond het werk nogal leeg en ik voelde me vaak een product. Zo ben ik jarenlang pasmodel geweest voor Marc O’polo, en dat was letterlijk: staan, leuk glimlachen en vooral je mond houden. Ik wilde soms heel hard roepen: Hallo! Ik heb ook hersens, hoor! Op een dag had l’Oreal voor een modeshow mijn haar zodanig verpest dat ik besloot ermee te stoppen. Vervolgens ben ik naar de Schrijversvakschool gegaan, en dat is het beste besluit geweest dat ik ooit heb genomen. Overigens geef ik daar nu les, hilarisch genoeg. Dus om een lang verhaal kort te maken: ik denk niet dat ik daar iets mee ga doen.

Je hebt vier boeken over de theateracademie geschreven. Allemaal gebaseerd op je eigen studietijd op de academie?

Ja, dat zeker. En daarnaast was ik vroeger grote fan van Fame, en had ik bedacht dat ik met deze boeken een moderne versie van Fame ging creëren.

Je laatste boeken gaan over Floortje de Mol die allerlei landen bezoekt. Doe je daar research voor door zelf die landen te bezoeken?

Ik kies alleen maar landen uit waar ik zelf ben geweest. Maar dat is niet genoeg. Het geeft je een impressie van het straatbeeld, de mensen, de geuren, de gewoontes, zo kan ik nog even doorgaan. Maar daarnaast doe ik heel veel onderzoek. Enerzijds door veel boeken en reisgidsen erop na te slaan, landkaarten te bestuderen, en anderzijds door flink te surfen op internet, en dan niet alleen Wikipedia, maar ook reisverslagen van andere mensen, You Tube, Google maps en heel specifiek zoeken op details en geschiedenis. Lang leve internet!

Waarom de naam Floortje de Mol?

Ik hoopte door het kiezen van een bekende achternaam meer op te vallen. Beetje gekke verklaring, maar soms moet je gewoon even simpel denken. Ik kwam er echter al vrij snel achter dat als je de Mol googled, je niet automatisch bij mijn nieuwe boeken Suriname, here we come! en New York, here we come! komt. Maar inmiddels kon het ook echt geen andere achternaam meer worden, want ik was er aan gehecht geraakt. En Floortje vind ik gewoon een stoere, krachtige naam, en zij is per slot van rekening mijn hoofdpersonage.

Hoe en waar krijg je je ideeën?

Meestal is een idee een kettingreactie. Het ontstaat vaak op plekken waar het helemaal niet handig is. Ik heb bijvoorbeeld altijd een ideeënboekje bij de hand, ook op mijn nachtkastje. Maar om bijvoorbeeld midden in een serieus gesprek met iemand te zeggen: ‘Stop! Ik moet even wat opschrijven… Dat gaat niet altijd. Net zo goed als onder de douche. Dat is zo’n moment zonder indrukken, en juist dan dient een idee zich aan. Maar door het ene idee, ontstaat vaak een ander idee. En als idee vijf dan opdoemt, loop je het gevaar dat idee één, waar het allemaal mee begon, vervaagt. Mijn enige redding is dan om snel uit die douche te springen en herhaaldelijk tegen mezelf te zeggen: ‘Het zijn er vijf, vijf, vijf!’ Meestal komt het dan goed.

Hoe ga je te werk? Heel systematisch met een schema of meer op intuïtie?

Tegenwoordig deels schematisch door van te voren een plan uit te werken en ook hier eindeloos over na te denken, maar ook deels intuïtief. Niets is mooier dan verrast te worden tijdens het schrijfproces. Je kunt niet alles van tevoren bedenken, als je er echt helemaal in zit dan neemt het verhaal het van je over, dat is juist de kick van het schrijven.

Heb je vaste schrijftijden en een vaste plek om te schrijven?

In het meest gunstige geval schrijf ik wanneer “het met me gebeurt”, dat klinkt een beetje vaag, maar er kan ineens een gevoel in je opkomen van: nu gaat het gebeuren! Dat was meestal ’s avonds wanneer het donker was en ik niet afgeleid werd door andere mogelijkheden die het leven biedt. Sinds ik kinderen heb, moet ik wel tijdens werktijd schrijven, gewoon tussen negen uur ‘s ochtends en vijf uur ‘s middags. Daardoor ontdek je dat je ook kunt creëren als je gewoon gaat zitten en begint. Ik heb wel vaak opstartproblemen. Nog even dit mailtje, nog even dat opruimen en dan is het alweer elf uur en dan moet het gewoon, anders zit je diezelfde avond heel gefrustreerd te wezen. Ik heb een huisje in de tuin waar ik schrijf, nou ja huisje, het is best groot, en daar schrijf ik. Ik heb er helemaal mijn eigen plek van gemaakt, met vrolijke kleuren en een kast vol kinderboeken en lijstjes aan de muur met van ieder boek een illustratie.

Je hebt met meerdere uitgevers gewerkt. Wat maakt een uitgever tot een goede uitgever, in jouw ogen?

Een goede uitgever, en dit geldt ook voor een redactrice, tilt jouw werk naar een hoger niveau en kijkt ook naar de mogelijkheden die jouw boek biedt. Dat doet mijn uitgever heel goed! Mijn derde boek: ‘Marokko, here we come!’ is nog niet uit, en zij heeft er al een flink aantal aan Oxfam Novib verkocht. En mijn redactrice is gewoon de beste, zij weet precies wat eruit valt te halen en hoe het beter kan!

Wil je vijf of meer van je favoriete boeken noemen?

Kolletje natuurlijk, van de interviewer zelf, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar het is gewoon leuk geschreven, en het ziet er super uit qua illustraties, en mijn dochter heeft een jaar lang met toversokken geslapen!
Een schitterend gebrek van Arthur Japin
Een eiland onder de zee van Isabel Allende
Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept
Junkies van Melvin Burgess

Sanne de Bakker heeft natuurlijk een eigen website.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

1 Reactie

Boek van de Week

Levensfasen, Freud en jodenhaat

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

De Weense sigarenboer – Robert Seethaler – vertaling Liesbeth van Nes – De Bezige Bij – 255 blz. De 17-jarige Franz Huchel ontwikkelt zich van adolescentie tot volwassenheid, dus kunnen we dit boek (als we…

Boek van de week archief

15-juli-2018 | Lees verder | Reageer!