Wanhopig op zoek naar liefde en bewondering

11-oktober-2012 | Categorie: Lichte literatuur

Watervrees tijdens een verdrinking – Herman Brusselmans – Prometheus – 270 blz.

De hoofdpersoon in Watervrees tijdens een verdrinking draagt de naam Herman Brusselmans. Brusselmans doet er niet moeilijk over, dit boek gaat over hem. Het is natuurlijk een roman, maar de duidelijke boodschap is, dat Herman in de rouw is na het vertrek van zijn grote geliefde en vaste partner Phoebe, met wie hij bijna twintig jaar heeft samengewoond. Brusselmans benadrukt die periode in het boek meerdere malen, net als zijn onbegrip voor het feit dat Phoebe niet meer van hem houdt. In het boek is ze al ruim een jaar geleden vertrokken, met medeneming van hondje Eddie, maar Herman heeft het nog bij lange na niet verwerkt.

Iedereen verwerkt zo’n verlies natuurlijk op zijn eigen manier. Er zijn mannen die na een week alweer een nieuwe vriendin hebben en er zijn er, en daar behoort Brusselmans dus bij, die jaren nodig hebben om hun liefdesverdriet te boven te komen. Voor Brusselmans is dit uiteengaan een groot verlies, maar levert hem dus ook weer veel stof tot schrijven op. Als hij weer eens ‘op restaurant gaat’ schrijft hij.
“…Wat is er van mij geworden, dacht ik bij mezelf. Vroeger zat ik hier altijd met Phoebe en nu zit ik hier in totale eenzaamheid. Die Phoebe weet zeker niet wat ze een mens aandoet? En waar zou ze uithangen op dit moment? Bezig met de tattoos te tellen van alweer een nieuwe minnaar?…”

Eigenlijk is het boek één grote klaagzang op Brusselmans bestaan. Hij is verlaten, eenzaam, een vriendin vinden lukt hem niet en zijn libido is tot een dieptepunt gezakt. Wat blijkt uit het volgende gesprek met Clara Cleymans. Cleymans is een bekende Vlaamse, waar er meer van opduiken in het boek.
“‘Masturbeer je nooit?’ vroeg Clara.
‘Ik probeer het wel ‘ns,’ zei ik, ‘en het eindigt altijd in een debacle, met een slappe fluit en een belachelijk orgasme dat me zoveel plezier geeft als een klets tegen m’n oren met een droge dweil. M’n seksuele leven is simpelweg voorbij, zo zie ik dat.’”

Een aantal zaken keert steeds terug, dat is ‘op café’ en ‘op restaurant gaan’ alwaar Herman altijd rond speurt naar eenzame vrouwen en meisjes, die hij dan ook aanspreekt. Meestal zijn ze te jong en als ze Herman niet zien zitten, veegt hij ze, in gedachten, verbaal de mantel uit. Waren ze eerst aantrekkelijk en slim, dan zijn ze nadien natuurlijk lelijk en dom.
Ook terugkerende elementen zijn de schrijvers Jan Wolkers, Marcel Proust en Haruki Murakami, de gebroeders Wright, een klosje garen en tante Malvina.

Bijna halverwege het boek verlaat Brusselmans, op de motor, zijn geliefde stad Gent en gaat hij een huisje bezichtigen dat hij misschien gaat kopen in Amsterdam. Hij wil Gent verlaten, maar is die optie wel serieus? Hij heeft al gehoord dat in de buurt waar het huis staat, Oud – Zuid, een dwerg woont die ’s nachts inbreekt en dan op de bank schijt. Als hij daar bij de makelaar naar informeert, ontkent deze dat. De dwerg bestaat wel, maar last zal Brusselmans niet van hem hebben. Als Brusselmans vraagt of de dwerg ook een vriendin heeft, dan krijgt hij als antwoord dat de dwerg met een man samenwoont. Dit is de druppel die de emmer doet overlopen. Hij vond het huisje al niet veel soeps, maar met een homoseksuele dwerg van achtennegentig centimeter hoog in de buurt, wil hij er beslist niet wonen.

Brusselmans wilde natuurlijk al helemaal niet verhuizen en grijpt elke gelegenheid aan om te kunnen zeggen dat hij ervan afziet. Hij keert dan ook fluks op de motor terug naar zijn geliefde Gent. Daar zet hij zijn leven als mokkende, rokende en verlaten schrijver voort.
Is er dan in Vlaanderen of Nederland geen vrouw te vinden die wil samenwonen met deze langneuzige, langharige, pokdalige, maar niet onbemiddelde auteur? Ik gun het Brusselmans zo om de laatste jaren van zijn leven gelukkig te zijn met een lieve vrouw die voor hem kookt en zorgt. Of dat dan weer een amusant boek zal opleveren is de vraag, want lezen over andermans leed is toch vaak leuker dan lezen over andermans geluk.

We wachten het maar af, want zijn volgende boek zal al wel in de maak zijn, want schrijven is zijn leven, en binnen niet al te lange tijd zullen we wel kunnen lezen hoe het verder met hem gaat. Enfin, dit boek was weer een bekende Brusselmans. Ook al heeft het een verdrietige ondertoon, het zit toch vol humor en voor de fans valt er weer veel te genieten en te lachen.

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Klein literair juweel

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Novelle

De zondagen van Jean Dézert – Jean de la Ville de Mirmont – Vertaling Mirjam de Veth – Uitgeverij Oevers -122 blz. De zondagen van Jean Dézert is een bijzondere novelle. Het verhaal is al…

Boek van de week archief

10-augustus-2020 | Lees verder | Reageer!