“Wat kon ik toevoegen aan Annie M.G. Schmidt?”

18-augustus-2018 | Categorie: Interview

Marianne Witte (Texel 1951) ging na de middelbare school niet studeren. Dat was niet vanzelfsprekend bij haar thuis. Au pair worden ook niet, maar ze bevocht haar vrijheid en ging naar Londen. Na vijf jaar omzwervingen in Engeland en Amsterdam kwam ze terug naar Texel en is er nooit meer weggegaan. Haar eerste serieuze baan was bij boekhandel Het Open Boek. Daarna werkte ze op een kinderdagverblijf en nog dertien jaar als bibliothecaresse op de bibliobus en in de Texelse bibliotheek. Vorig jaar begon haar pensioen. Sinds 1996 schrijft ze professioneel. Een ideale combinatie: een vast basisinkomen en daarnaast schrijven. Ze schreef columns voor volwassenen, o.a. in Kiddo, vakblad voor de kinderopvang.

Je bent op Texel geboren. Is het een voor- of nadeel voor een schrijver om in zo’n kleine tamelijk geïsoleerde gemeenschap op te groeien?

Geen voor- of nadeel, maar een eiland is wel een bijzondere woonplaats. Schrijvers ontkomen niet aan invloeden uit hun jeugd, bij mij sijpelen ze zeker door in mijn werk. Texel is als grootste Waddeneiland niet geïsoleerder dan andere plattelandsgemeentes. Sterker nog, dankzij de toeristen leerden wij al snel ‘andersoortige’ mensen kennen.

Wat deden je vader en moeder en hoe was jullie gezin samengesteld?

Mijn vader werkte bij een bollenboer en handelde daarnaast zelf in bollen en bloemen. Hij hield er ook een flinke groentetuin, kippen en een paar varkens op na. Ik heb zes broers en mijn moeder was vooral druk met de huishouding. Maar zij zorgde ook voor de verhuur van onze drie zomerhuisjes. Hard werken was de norm, wij begonnen jong met bollen pellen en ander vakantiewerk.

Zo’n eiland is voor een kind natuurlijk een ideale speelplek. Gebruik je je jeugdervaringen ook in je boeken?

Als kind speelden we eindeloos op ons grote erf, een heideveld of in het bos. In de zomer fietsten we naar het strand, waar we onszelf leerden zwemmen in zee. Mijn eigen jeugdervaringen zijn te ouderwets voor kinderen van nu. Maar van mijn dochters jeugdervaringen (geboren in 1987) heb ik dankbaar gebruik gemaakt met schrijven. Een enkel verhaal speelt zich af op Texel, dat is natuurlijk wel een interessante achtergrond.

Je leest graag. Ik neem aan dat de kiem in je kindertijd werd gelegd. Werd er in jullie gezin veel gelezen? Wat waren je favoriete kinderboeken?

Mijn ouders volgden alleen lagere school, maar mijn moeder had wel taalgevoel. Gedichten en ABC’s bij bruiloften werden steevast door haar geschreven. Zij las ons altijd voor en als één na oudste nam ik later die taak over. Zo leerde ik Jip en Janneke kennen. Ik moest huilen om Heidi, verslond Witte Raven pockets en alle Kameleons van mijn broers, net als Dik Trom en Pietje Bell. Tekeningen in een boek vond ik altijd fijn, al waren het er maar een paar, daar droomde ik bij weg. Mijn meester van de zesde klas las Nils Holgersson voor, zo mooi.

Je debuteerde tamelijk laat – je was 48 jaar – met Dag kinderdagverblijf. Schreef je daarvoor niet voor kinderen?

Ik hield altijd al van schrijven, maar in de boekhandel was ik zo geïmponeerd door al die prachtige boeken, dat ik er niet aan durfde te beginnen. Wat kon ik toevoegen aan Annie M.G. Schmidt? Maar ik aaide wel dromerig over boekenruggen en kreeg een visioen van mijn naam op zo’n ruggetje. Pas toen ik stopte in de winkel kreeg ik lef en ging op schrijfles bij Diet Verschoor.
Daarna ontdekte ik ‘Winstgevend Schrijven’, een schriftelijke cursus van Han Snel. Kosten 1000 gulden, met de garantie dat je dit bedrag zou terugverdienen met schrijven. Zo niet, dan betaalde Han Snel het terug. Een uitdaging! De opdrachten verstuurde ik per post en ik kreeg handgeschreven commentaar van mijn leraar retour. Hij reageerde altijd positief op mijn stukken, waarop ik dacht: ‘Of hij durft niets negatiefs te zeggen, of ik kan het echt.’
Halverwege de cursus zei een kennis dat ze een schrijfopdracht had aangenomen, maar daar niet aan toe kwam. Ik wilde toch schrijfster worden? Het bleek om een flodderromannetje te gaan, het soort dat ik in de boekhandel op de onderste plank verstopte. Ik weigerde hautain, dat ambieerde ik niet! Maar ze haalde me over: verzin een pseudoniem en zie het als oefening. Ik tikte een dramatisch / romantisch verhaal, met veel zwoel gestaar in diepbruine ogen en stuurde het naar de uitgever. Reactie per kerende post: een geweldige tekst! Ik mocht een rekening sturen van 1400 gulden. Waarmee ik mijn cursusgeld dus in een klap had terugverdiend. Na een paar maanden kocht ik met een mengeling van schaamte en trots alle vijf exemplaren van mijn romannetje op in de plaatselijke supermarkt.
Maar in 1996 debuteerde ik ècht, met verhaaltjes onder mijn eigen naam, in kleuterblad Bobo. Hoera! Het feit dat ik zelf een kind heb is voor mij onmisbaar bij het schrijven voor kinderen.

In 2008 kwam je eerste boek over fee Fleur uit. Wat is Fleur voor een fee?

Fee Fleur is een ondernemend en vrolijk meisje, ze leert toveren op een feeënschool. Het toveren gaat nog vaak mis en dat levert grappige situaties op. Ondertussen maakt ze met haar klasgenoten dezelfde dingen mee als gewone kinderen op school.

Loopt de serie van Fee Fleur nog door of ben je over haar uitgeschreven?

Er zijn acht deeltjes over haar, allemaal op AVI E3. Tegen de tijd dat kinderen die uit hebben zijn ze toe aan een hoger niveau. Uitgeverij Kluitman en ik vonden dit genoeg. Nu worden de boekjes herdrukt met twee delen in één, want Fee Fleur blijft populair en er zijn steeds weer nieuwe zesjarigen. In bibliotheken wordt de serie vaak uitgeleend.

Je schreef al veel AVI-boekjes. Wat is er zo boeiend aan het schrijven van deze boeken?

Het is grappig om te merken dat ik bedreven ben geworden op een laag AVI niveau te schrijven. Ik volg de CITO richtlijnen voor auteurs. Welke letters en lettercombinaties hebben de kinderen in welke week van groep drie geleerd. Hoeveel woorden per zin. Hoeveel zinnen per bladzijde. Een hele waslijst aan wat ik wel en vooral nog niet mag schrijven.
Wanneer ik met een AVI verhaal bezig ben kom ik in een soort eenlettergrepige roes en zie ik ineens overal geschikte woorden en uitdrukkingen. Dan lees ik in de krant ‘hij kan zijn ei niet kwijt’ en denk ik ‘dat mag!’.
Puzzelen met woorden en letters ligt me wel. Goed kunnen lezen is belangrijk in het leven. Met mijn AVI boeken beginnen kinderen aan hun leescarrière. Een bevredigend gevoel om als schrijver bij te dragen aan hun ontluikende leesplezier.

In je boeken gaat het vaak over heksen, feeën en draken. Wat trekt je zo aan in deze fantasiefiguren?

Fee Fleur kan toveren en daardoor kunnen er lekker veel onverwachte dingen gebeuren. Handig voor een schrijver! Dat geldt ook voor een draak, een spannend eenlettergrepig dier. Net als Poes Moos. Naast fantasie zorg ik altijd voor herkenbare situaties, iets met school of vriendjes.
Mijn boek De Eilandheks gaat niet over een echte heks, zij is vrouw die door haar uiterlijk en manier van leven door kinderen als heks gezien wordt.
De fantasiefiguren in mijn boeken zijn dus eigenlijk net gewone mensen.

Waaraan moet volgens jou een goed kinderboek voldoen?

In de bibliotheek merkte ik dat kinderen vooral lekker leesbare boeken lenen. Ze zijn gek op series. Ik las zelf vroeger net als de doorsnee kinderen van tegenwoordig: een pakkend verhaal, met humor, spanning, drama, fantasie en/of herkenbaarheid. Zo probeer ik ook te schrijven.
Wat is een goed kinderboek? Wat een kind wil lezen of wat een volwassene (ouder, leerkracht, bibliothecaris) vindt dat een kind moet lezen? Dan toch het eerste.
Daarnaast kun je een kind wel stimuleren eens een ander genre te lezen, of lees het voor. Bijvoorbeeld Lampje, van Annet Schaap, een van de beste jeugdboeken die ik de afgelopen jaren las. Bennie Lindelauf schrijft fantastische boeken en ook Paul Biegel. En ik vind dat ieder kind er recht op heeft Pluk van de Petteflet voorgelezen te krijgen, een klassieker!

Je meest recente boek De geheime missie van Tess en Raf kwam uit bij De Vier Windstreken. Waarom bij deze uitgeverij? Komen er nog meer boeken over dit duo?

Ik had – na veel AVI boeken – zin om weer eens helemaal los te gaan met schrijven, zonder restricties en regels. Dat werd het verhaal over Tess en Raf. Kluitman vond het een goed manuscript, maar de planning was ongelukkig, net na de Kinderboekenweek van 2016 met het thema opa’s en oma’s, hetzelfde thema als mijn verhaal. Ik was vrij om het elders aan te bieden.
Bij toeval kwam ik via illustratrice Monica Maas in contact met Bob Markus van uitgeverij De Vier Windstreken. Hij wilde een prentenboek over Sint-Maarten en vroeg of wij dat samen konden maken. Graag natuurlijk! Dat werd Tessel viert Sint-Maarten. Bob informeerde toen of ik soms ‘nog iets had liggen’, dan wilde hij het graag lezen. Ik mailde mijn manuscript, met als resultaat in juni 2018: De geheime missie van Tess en Raf. Met geweldige tekeningen van Géwout Esselink.
Over een tweede deel denk ik na.

Is er een vraag die ik niet heb gesteld, maar die je heel graag wilt beantwoorden?

1.Hulde aan alle illustratoren! Zij brengen kinderboeken tot leven.
2.Advies aan leerkrachten en ouders: lees zelf ook jeugdboeken!

Vragen: Pieter Feller

Website van Marianne Witte
Recensie van De geheime missie van Tess en Raf

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Louis de Grote

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Geschiedenis

De Zonnekoning – Johan Op de Beeck – Uitgeverij Horizon – 736 blz. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw verbouwde koning Ludwig van Beieren het buitenverblijf van zijn vader nabij Oberammergau. Wie slot…

Boek van de week archief

10-september-2018 | Lees verder | Reageer!