Wilma Seijbel wil een kwaliteitsfonds opzetten

18-juli-2015 | Categorie: Interview

Wilma SeijbelIn het voorjaar van 2015 zijn Maarten Seijbel en zijn dochter Wilma, begonnen met een nieuwe uitgeverij. Maarten is auteur van een tiental boeken en musicus. Wilma is historicus en was in de afgelopen zeventien jaar redacteur/adjunct-uitgever/hoofd marketing bij verschillende uitgeverijen. Uitgeverij Karmijn wil het eerste jaar zo’n acht à tien boeken uitgeven; stuk voor stuk zullen zij met deskundigheid en liefde zijn uitgekozen en in de markt worden gezet. Vader en dochter zullen veel aandacht besteden aan kwalitatief sterke teksten, een passende uitstraling en een op het boek afgestemde marketing. Een persoonlijk contact met boekhandels en lezers vinden ze essentieel voor hun voortbestaan.

Je werkte voorheen bij uitgeverij Callenbach. Wat deed je daar voor werk?

Ik ben 6,5 jaar acquirerend redacteur geweest bij dit jeugdboekenfonds. Mijn belangrijkste opdracht was – zoals de functie al aangeeft- het acquireren van titels (zoeken/lezen van manuscripten uit binnen- en buitenland), maar ook zorgen dat ze daadwerkelijk gemaakt werden. Ik moest daarbij een bepaalde omzet per jaar realiseren.
In het fonds brachten we boeken voor de leeftijd van 0 tot 15+. Toen ik was aangenomen in 2007 stond YA nog heel erg in de kinderschoenen, en omdat ik aanvoelde dat dat weleens heel groot zou kunnen gaan worden ben ik ogenblikkelijk YA-titels gaan zoeken. De allereerste titel die ik überhaupt kocht was Liverpool Street van (de Duitse) Anne Voorhoeve, een enorm dikke pil die heel succesvol is geweest.
Hoewel ik officieel een uitgever boven me had, had ik een hele zelfstandige functie en ging ik bijvoorbeeld zelf naar de internationale beurzen in Bologna en Frankfurt en was ook behoorlijk vrij in hoe ik het fonds wilde inrichten. Het was een baan waar ik ontzettend veel heb geleerd over de markt. We maakten ongeveer 35 boeken per jaar, dat was behoorlijk aanpoten, want we hadden maar een heel klein team. Ik werkte vaak zes dagen per week, terwijl ik maar voor vier dagen op de loonlijst stond. Vorig jaar werd ik helaas wegbezuinigd, en nu is het fonds gesplitst over verschillende mensen. Ik heb het met verdriet achter moeten laten, een fonds wordt een beetje een kindje van je na zoveel jaren. Tegelijkertijd was ik ook wel toe aan een nieuwe stap, dus misschien heeft het ook zo moeten zijn.
Voor Callenbach werkte ik vier jaar als adjunct-uitgever en hoofd marketing bij de KNNV Uitgeverij, een uitgeverij van vrij wetenschappelijke natuuruitgaven. We werkten veel samen met de universiteiten van Utrecht en Wageningen. Een heel andere wereld dat die van de algemene boekenmarkt, heel specialistisch, voor een kleine doelgroep. Toen ik daar werkte, leerde ik bijvoorbeeld dat er honderden soorten zweefvliegen in Nederland voorkomen; ik had werkelijk geen idee, laat staan dat ik wist wat een ‘zweefvlieg’ was! Het clichébeeld dat ik had van biologen klopte overigens: ze hebben écht (vaak) een baard en dragen geitenwollen sokken in open sandalen. Maar het waren ook veelal ontzettend aardige mensen!
Direct na mijn studie werkte ik vier jaar als eindredacteur bij Elsevier, het tijdschriftenbedrijf. Weer een heel andere tak van sport; door de kort op elkaar staande (keiharde) deadlines enorm hectisch.

Wat heeft je doen besluiten om uitgeverij Karmijn te beginnen?

Ik ben steeds van de een naar de andere baan gehobbeld omdat ik noodgedwongen ontslagen werd. Bij Callenbach was dat inmiddels voor de derde maal. Ik was er een beetje klaar mee om je hele ziel en zaligheid in een baan te stoppen en vervolgens toch (weer!) weg te moeten. Ik heb ondervonden dat je bij een groot bedrijf echt een nummer bent, hoe goed je ook bent (een paar maanden voor mijn laatste ontslag werd nog een salarisverhoging aan de orde gesteld wegens zeer goed functioneren!), en dat een bedrijf ook niet veel moeite doet om je te herplaatsen. Ik kreeg een heel persoonlijke, handgeschreven brief van P&O, hoe erg ze het vonden dat ze me moesten laten gaan, en die brief heb ik met tranen in m’n ogen zitten lezen, maar als je het zakelijk bekijkt: er is nooit een gesprek geweest om eens te kijken of een andere functie mogelijk was, terwijl ik met een idee voor een nieuw fonds al maanden eerder de CEO benaderd had. Ik had het initiatief getoond om mij voor het bedrijf te behouden, maar daar is niets mee gedaan.
Ik zag mijn ontslag al een tijd aankomen, het ging financieel niet goed met het bedrijf en ik wist vanuit de OR welke koers gevaren moest worden. Langzaam groeide de gedachte: als ik eruit moet, ga ik het zelf proberen. Ik heb genoeg ervaring en ideeën, waarom niet?
Maar ja, toen de kogel door de kerk was, werd ik wel even met de neus op de feiten gedrukt. Je gaat nadenken over het feit dat je met een eigen uitgeverij wel alles alleen moet doen (niemand op om terug te vallen), je hypotheek (kan ik die dan nog wel betalen), blijft er genoeg over om leuke kleren te kopen (niet onbelangrijk), of moet ik met een eigen uitgeverij jarenlang op een houtje bijten? Dat zag ik eerlijk gezegd niet zitten, zo idealistisch ben ik nou ook weer niet. De redding kwam in de vorm van een grote opdracht die me werd aangeboden bij een museum. Het had niet op een beter moment kunnen komen. Ooit maakte ik tijdens mijn studie Geschiedenis de keuze om niet de museumwereld in te gaan maar de uitgeverij, maar de museumwereld is me altijd blijven trekken. Deze opdracht geeft me de komende tijd een vast inkomen, waardoor ik niet alleen van de (onzekere) inkomsten van boeken afhankelijk ben, en zo kan ik het fonds langzaam gaan uitbouwen zonder me nog verder in de schulden te hoeven steken.
Het heeft zo moeten zijn, denk ik nu. In een jaar tijd heb ik zo ontzettend veel nieuwe dingen geleerd, ook al ben je al jaren bezig in de boeken, het allemaal zelf doen, brengt nieuwe dingen op je pad. Maar ook je omgang met mensen wordt anders. Werk je bij een groot bedrijf, dan ben je onderdeel van een geheel, kun je je in zekere zin achter een systeem verschuilen, en nu sta je opeens zelf op de voorgrond, jij bent het gezicht. Dat is wel even wennen, maar ook leuk. Daarnaast merk je dat mensen je veel meer gunnen als het je eigen zaak is. Veel freelancers die vroeger ook al klussen voor me deden, hebben me in het begin geholpen door het gratis te doen.

Vroeger waren uitgeverijen makkelijk van elkaar te onderscheiden door de boeken die ze uitgaven. Tegenwoordig lijken uitgeverijen alleen maar te letten op de potentiële verkoop en niet op kwaliteit. Daardoor gaan ze op elkaar lijken. Hoe zit het met de herkenbaarheid van Karmijn?

Ik hoop dat Karmijn bij de lezer en boekhandelaar in de loop der tijd een eigen signatuur gaat krijgen. Een kwaliteitsfonds, met hele mooie omslagen en foutloze, interessante teksten, maar ook een heel duidelijke inhoudelijke focus op historische en vintage boeken. Af en toe zal ik weleens een uitstapje maken, zo heb ik in mijn najaarsaanbieding een prentenboek staan waar ik gewoon enorm verliefd op ben en wat niets met historisch of vintage te maken heeft, al straalt het wel veel kwaliteit uit en is het een jeugdboek, waar ik me onder meer ook op focus. Bette Westera heeft de teksten gemaakt, en de illustraties zijn geweldig.
Maar ik zie teveel uitgeverijen die maar ‘van alles en nog wat’ publiceren. Dat vind ik om verschillende redenen niet handig. De boekhandel weet niet waar je voor staat, en qua marketing moet je voor al die verschillende boeken ook heel veel verschillende kanalen aanboren, wat elke keer weer extra inspanningen kost. Bovendien vraagt het ook wat van je qua expertise. Je zult mij nooit thrillers zien doen, want die lees ik nooit, ik weet gewoon onvoldoende van dat genre af om een manuscript op waarde te kunnen schatten. Het geeft ook een stukje rust: op beurzen is het aanbod o-ver-wel-di-gend. Het is heerlijk om al die stands aan je voorbij te laten gaan met boeken die niet echt bij je fonds passen. Je ziet bovendien ook dat boekhandels gaan klagen als je teveel verschillende dingen doet: wat is nou eigenlijk je gezicht? Vinden ze (terecht) heel onprettig, ze weten dan onvoldoende zeker of ze kwaliteit inkopen.
Natuurlijk droomt elke uitgever ervan een bestseller te maken. Ik heb in het verleden een paar keer een titel gehad die het heel goed deed, en dat geeft een enorme kick. Maar de bestverkopende titels zijn niet altijd boeken die mij aanspreken. Als ik zie wat er in de top 60 staat, zijn daar zelden boeken bij waarvan ik denk: die wil ik hebben.
Als ik aan alle kanten lees op internetcommunities dat lezers Het meisje in de trein wegleggen na 150 pagina’s, omdat ze het verhaal totaal niet kunnen volgen, denk ik: hoe bestáát het dat zo’n boek een bestseller wordt? Welk mechanisme ligt daaraan ten grondslag? Hetzelfde had ik bijvoorbeeld bij De Da Vincicode. Die kreeg ik destijds van een bevriende drukker in een luxe-uitgave, met schilderijen in kleur en op heel mooi papier, maar na twee hoofdstukken heb ik het weggelegd. Zó slecht geschreven, en na elk hoofdstuk een trucje met een cliffhanger. Ik wil als lezer toch wel iets serieuzer genomen worden. Als uitgevers onder elkaar hebben we het daar wel vaak over: hoe werkt dat bestsellerprincipe? Maar ergens is het ongrijpbaar. Het is niet een kwestie van een enorm marketingbudget ertegenaan gooien en dan komt het wel goed. Ik heb ook meegemaakt dat een serie het gewéldig deed, waar nooit enig marketinggeld aan is besteed. Ja, pas na het vierde boek, om het nog meer een zetje te geven. Maar toen was het al een succes. Ik wil natuurlijk best in die top 60 staan, maar dan wel met een boek waar ik helemaal achter sta. Niet om ‘goedkoop succes’ te halen.

Een startende onderneming vergt altijd investeringen voordat je winst maakt. Wanneer denk je winst te gaan maken?

Dat klopt. We hebben er behoorlijk veel geld in moeten stoppen. Dat heeft me wel een aantal slapeloze nachten bezorgd, want je vraagt je toch af: ga ik dat allemaal wel terugverdienen? Als je gewend bent geweest altijd in loondienst te werken, is het doodeng om zo’n stap te zetten. Maar het goede nieuws is dat we al onze onkosten met gemak in drie maanden terug hebben verdiend en ook al winst hebben gemaakt. Dat komt voor een belangrijk deel door het succes van De Boekhandel van Penelope Fitzgerald, dat heel goed is ontvangen op de inkoopbeurzen en ook in bijna alle landelijke kranten besproken is. Ik wist dat ik met deze auteur goud in handen had, als de kranten haar NIET besproken hadden had ik (bij wijze van) boos op de stoep gestaan bij de redacties, omdat ze gewoon besproken hóórt te worden, zo beroemd is ze. Toen het boek net uit was, hoorde ik eerst niets van de pers, en daar werd ik wel een beetje zenuwachtig van. Maar toen begonnen de aanvragen binnen te druppelen, verscheen de een na de andere lovende recensie, en begonnen journalisten mij zelf te benaderen in plaats van dat het vaak andersom gaat. Dat heb ik nog niet vaak eerder meegemaakt.

Met De boekhandel van Penelope Fitzgerald heb je meteen een redelijk succes. Hoe kwam je aan die titel? En hoe kom je in het algemeen aan je titels?

Een redelijk succes? Je mag wel zeggen een geweldig succes! We hebben na een paar weken al een tweede druk in gang moeten zetten, en als de verkoop zo doorgaat moet ik komende maand een derde druk laten maken. We hebben er in twee maanden tijd al meer van verkocht dan je van andere boeken in een paar jaar tijd hoopt te verkopen.
Ik kocht zo’n 15 jaar geleden een exemplaar van het boek in mijn favoriete boekwinkeltje in Den Haag, Couvée. Ik woonde destijds in Den Haag en werkte bij Elsevier die in Benoordenhout een groot kantoor had. In mijn pauze liep ik vaak naar het bescheiden winkelcentrum in de wijk, en werkte al een half jaar bij het kantoor toen ik erachter kwam dat er ook een boekhandel zat. In een zeer onopvallend pandje, waar ik al heel vaak langs was gelopen, bleek een uitmuntende collectie te liggen! Door de internationale scene in Den Haag en de chique wijk waar de boekhandel zat, hadden ze een hele grote collectie Engelse literatuur achterin de winkel, en precies het soort boeken waar ik van hield. Soms vergat ik de tijd, en stond ik na een uur nog voor die kast te neuzen. Ik heb nog veel meer boeken in mijn kast staan uit die periode waar ik eens wat mee wil. Maar dat hou ik natuurlijk nog even voor me ;-).
Ik wist dat Fitzgerald nooit in het Nederlands was vertaald, maar in mijn opvolgende banen kon ik er niets mee. Toen Karmijn van start ging, wist ik dat dat de eerste auteur ging worden die ik uit wilde brengen.
Voor m’n titels kijk ik verder natuurlijk op beurzen, heb ik inmiddels een heel netwerk van internationale contacten die je dingen toesturen en de laatste tijd heb ik gemerkt dat Twitter een bijzonder interessante bron voor acquisitie is. Een van de titels in m’n najaarsaanbieding ben ik zo op het spoor gekomen.

Startende uitgevers hebben het moeilijk in een boekenmarkt die toch al niet erg floreert. Veel starters kost het moeite om hun boeken in de winkels te krijgen. Daar is de zogenaamde gunfactor voor nodig. Hoe gaat dat bij jou?

Ja, dat was ook een van mijn grootste angsten: hoe kom ik ertussen? Ik had geen enkele illusie, wist natuurlijk dat het een vechtmarkt is om gezien te worden in het overweldigende aanbod op de beurzen. Als ik in een boekhandel loop kan ik het weleens benauwd krijgen van wat er allemaal ligt… Jouw boeken moeten daar tussen gelegd worden, opgepakt worden door klanten en meegenomen naar de kassa!
Daarom heb ik het ook meteen professioneel aangepakt: een vertegenwoordiger gezocht die bij m’n fonds paste en waarmee ik een klik had, die voor mij op de beurzen kon gaan zitten. Ik ben zelf helemaal niet zo goed in verkoopgesprekken, dan komt een enorme verlegenheid in me naar boven, dus daar heb ik iemand anders voor nodig.
Daarnaast moet je zorgen dat je geweldig goede omslagen hebt, dat je titel klopt, alles aan de buitenkant moet goed zijn. Ik denk over elk omslag dan ook heel lang na, probeer heel zorgvuldig een stijl te kiezen die past bij het boek en bij de beoogde doelgroep. Volgens mij is dat aardig gelukt, we hebben bij alle boeken heel veel complimenten gekregen over de uitstraling.
Ik heb daarnaast gemerkt dat boekhandelaren het best wel stoer vinden dat je voor jezelf begint. Dat ze je zeker wel een kans geven. Het is me alleszins meegevallen. Ook in Vlaanderen liggen we meteen al heel breed in de boekhandels. Maar je moet wel weten hoe je dat moet aanpakken. Ik kom op Facebook zo vaak vragen tegen van auteurs die een boek hebben geschreven en dat zelf aan hun lokale boekhandel proberen te slijten. Ja, zo werkt het helaas niet.
Toen we met de voorbereidingen bezig waren, dacht ik weleens: ik ben hartstikke gek, wat wil ik nog halen uit een markt die krimpende is? Maar het lot is ons gunstig gezind geweest, want precies op het moment dat wij met onze eerste catalogus kwamen was de markt een beetje aan het aantrekken.

Het hangt van nogal wat factoren af of een boek goed gaat verkopen. Vele heb je als uitgever niet in de hand. Wat doe jij allemaal om je boeken onder de aandacht te brengen?

Veel marketingbudget heb ik natuurlijk nog niet, dus je moet een beetje creatief zijn. Het begint bij het begin: een mooie catalogus, die er verzorgd en luxe uitziet. Voor De Boekhandel had ik ver voordat de catalogus gedrukt werd een groot aantal prominente boekhandelaren benaderd of ze het Engelse manuscript wilden lezen en een aanbeveling wilden schrijven. Dat bleek een gouden greep! In m’n catalogus stond een hele pagina met aanbevelingen, en dat heeft de verkoopgesprekken op de beurs een enorme boost gegeven. Ik was ook wel blij verrast moet ik zeggen dat iedereen zo leuk mee wilde doen; op dat moment had ik nog geen website, en ik mailde steeds vanuit mijn privémailadres. Op internet waren we nog niet te vinden. Maar één boekhandelaar vroeg: wie ben jij eigenlijk? Is dit wel serieus? Uiteindelijk heeft ook zij haar medewerking verleend.
Wat betreft goodwill heb ik dat ook gehad van mensen met wie ik al jaren samenwerk: een van m’n illustratoren heeft gratis (!) het logo ontworpen, een vormgever heeft voor een bescheiden bedrag m’n eerste catalogus gemaakt.
Daarnaast heb ik toen alles officieel was meteen een Facebook-en Twitteraccount geopend, en gezorgd voor een professioneel ogende website. Op Facebook en Twitter heb ik veel gratis exemplaren weggegeven, wat een enorme respons opleverde in de vorm van nieuwe volgers (die ook bleven). Aan boekhandelaren en bloggers heb ik (op aanvraag) rijkelijk leesexemplaren toegestuurd; bij De Boekhandel zit ik nu tegen de 100 verzonden leesexemplaren, een voor mij ongekend aantal. De goede besprekingen van onze eerste titels in landelijke kranten zijn natuurlijk geweldige gratis publiciteit geweest (ook het boek De gave van Hanna Mendel werd bijvoorbeeld heel goed besproken). In advertenties geloof ik niet zo, dus dat doe ik maar zeer spaarzaam.
Per boek probeer ik de juiste doelgroep te vinden. Voor de titel The pink suit, die net uit is, en gaat over de modewereld in de tijd van Jackie Kennedy toen ze presidentsvrouw was, heb ik online kledingwinkels benaderd die reclame hebben gemaakt voor hun klanten tegen een paar gratis boeken vanuit onze kant, en misschien gaan we wat doen met couturière Sheila de Vries rondom haar nieuwe najaarsshow die in september plaatsvindt. Ik vind het heel leuk om steeds iets nieuws te bedenken en meestal lukt het tot mijn verbazing vrij makkelijk om binnen te komen.

Richt je je voorlopig op de uitgave van bestaande boeken of ga je ook oorspronkelijk werk uitgeven? Aan wat voor soort boeken moeten we dan denken?

Ik moet zeggen dat ik een voorkeur voor vertaald werk heb, omdat ik Nederlandse auteurs niet zo snel heel erg goed vind. Daarnaast gaan potentieel goede auteurs vaak naar de gerenommeerde uitgeverijen in Amsterdam, die manuscripten zie ik niet eens. Begrijp ik ook wel: wat zou je zelf doen? Ik hoop natuurlijk wel dat we een zodanige reputatie kunt opbouwen, dat ze in de toekomst wél komen. Maar daar zal veel tijd overheen gaan.
In het buitenland kun je de pareltjes eruit zoeken, en vinden ze het vaak niet zo belangrijk of je een kleine of grote uitgeverij bent. De Boekhandel is aan mij verkocht zonder dat mijn website klaar was, ze hebben eigenlijk nauwelijks vragen gesteld vanuit Engeland. Ik denk dat ze allang blij waren dat het eindelijk in Nederland ook onder de pannen was. Natuurlijk heb ik ze meteen op de hoogte gebracht van de verkoopsuccessen hier!

De boekhandel van Penelope Fitzgerald is ook een mooie uitgave. Is het voor jou belangrijk dat een boek ook een sieraad is in de boekenkast?

Ja, absoluut. Een boek is een luxeproduct, dus het mag er ook mooi uitzien. Ik ben bovendien een Weegschaal, en die houden, als ik het moet geloven, van mooie dingen. Met de financiële beperkingen die eraan zitten, probeer ik er altijd het beste van te maken.

Als je naar een onbewoond eiland wordt verbannen en je mag vijf boeken meenemen, welke zijn dat en waarom?

Dit soort vragen vind ik altijd heel lastig. Ik lees heel weinig ‘privé’, ik ben altijd met m’n werk bezig, en als ik niet lees is er ook nog een dochter die aandacht nodig heeft of een was die gedaan moet worden… Ik zou heel graag breder lezen dan alleen voor m’n werk, maar het lukt me niet zo vaak
Het boek dat als kind een onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt is De geheime tuin, van Burnett. Ik was net lid van de bibliotheek geworden en mocht beginnen bij de B-boeken, ik was een jaar of tien denk ik, en dat was het eerste boek dat ik mee naar huis nam. Ik had nog nooit zoiets moois gelezen.
Nederlandse auteurs die ik erg goed vind zijn Thomas Rosenboom en Jolien Janzing; haar boek De Meester, over een van mijn favoriete auteurs Charlotte Brontë vond ik geweldig. In een prachtige stijl geschreven, en niet zoet. Dan kan ik meteen aanhaken op de Brontës, want Jane Eyre en Wuthering Heights zijn mijn all time favorites. Niet voor niets heet mijn dochter Charlotte, en is haar derde naam Jane… Jane Austen vind ik ook goed, maar het mystieke van de Brontës, de hele setting van hun boeken vind ik veel origineler. Ik begrijp eigenlijk nooit zo goed waarom Austen zoveel bekender is.

Hier kun je nog iets zeggen wat je graag kwijt wilt.

Ik hoop dat het me lukt om een heel mooi fonds op te bouwen, met boeken waar heel veel mensen van genieten, en dat ik over dertig jaar kan zeggen: op dat kruispunt in m’n leven, voorjaar 2015, heb ik de juiste keuze gemaakt.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!