Zeemeerminnen in het achttiende-eeuwse London

9-februari-2019 | Categorie: Boek van de week, Historische roman, Literatuur, Roman

De meermin en de courtisane – Imogen Hermes Gowan – vertaling: Carla Hazewindus en Anne Jongeling – Atlas Contact – 575 blz.

Bij de eerste blik op de omslagillustratie, moest ik meteen denken aan het sprookje van Hans Christian Andersen, De kleine zeemeermin en de Disneyfilm The Little Mermaid. De oorspronkelijke afbeelding van de Frans-Japanse kunstenaar Léonard Tsuguhara Foujita, La Sirène is ingekleurd waardoor de haren van de meermin roodachtig overkomen. De Ariel van Andersen en de film is roodharig, aantrekkelijk, en bezit een nobel karakter. Heel anders zijn de meerminnen in legenden: ze brengen ongeluk, zijn gevaarlijk en lokken schepen naar de ondergang.

Imogen Hermes Gowans zeemeermin is van de laatste soort en dood. “bruin en rimpelig als een vergeten appel … grootte van een klein kind … ribbenkast fragiel en kwetsbaar onder een perkamenten huid en het hoofd is groot, de vuistjes zitten tegen het gezicht gedrukt … heeft vervaarlijke klauwen, een verwrongen grijns met scherpe tanden … het bovenlichaam gaat vanaf de taille over in een vissenstaart.” Het is in 1795 meegebracht door Tysoe Jones, kapitein op een schip van koopman Jonas Hancock. Jones had geen geld genoeg om het te kopen, dus heeft hij het geruild voor het schip. Het is de bedoeling meermin in de stad tentoon te stellen en daar schatrijk van te worden. En dat lukt!

Door de zeemeermin komt de weduwnaar Hancock op het pad van de geraffineerde Angelica Neal, een courtisane (publieke vrouw voor de hogere klasse) uit een wat smoezelige wijk in Deptford. Haar beschermheer, een rijke oude hertog, is overleden en nu ziet ze wel wat in de gefortuneerde Hancock, die op zijn beurt verliefd op haar wordt. En hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken: ze trouwen. Maar dan verschijnt de tweede, dit maal levende, zeemeermin die de aard van de oude mythen geheel waarmaakt en dreigt hun geluk te ruïneren.

We hebben te maken met een stevig onderbouwde historische roman, die, met zin voor detail en gebruiken, het leven van de achttiende eeuw oproept en daarna gaandeweg overgaat in  magisch realisme, omdat je niet echt weet of je sommige delen moet interpreteren of symbolisch moet zien. Maar ik houd van die Freudiaanse wending in het boek, aangezien de gevangen zeemeermin een symbool wordt van menselijk seksueel falen.

Gowan beschrijft de Londense wijk Deptford alsof je er doorheen loopt: Scheepswerven, bordelen, rechtbanken, koffiehuizen, de manier van leven, gebruiken, evenals de ellende en grilligheid die deel van het leven uitmaakte, vooral voor vrouwen. Gowan neemt de tijd om de vele personages die haar roman bevolken met zorg te introduceren en uit te werken. Zo komen we de volgende personages tegen: de geslepen mevrouw Chappell; mevrouw Frost, die misbruik maakt van Angelica; de zuster van Jonas Hancock, mevrouw Lippard en haar jongste dochter Sukie, die bij haar oom inwoont en met kracht aanstuurt op de verbintenis van Hancock en Angelica. Ook discriminatie van zwarte mensen en klassenverschil komt aan de orde.

Of het nu het koopmansleven of de prostitutie is, alles wordt teruggevoerd op het snel veel geld verdienen. Toch zijn er ook de lyrische passages van de zeemeermin (cursief gedrukt), die iedereen die haar ontmoet fascineert, vooral mannen, met een niet te negeren melancholie. Bij een minder getalenteerde schrijver zouden deze tegenstellingen kunnen gaan botsen, maar Gowan houdt de teugels van de verhaallijnen strak in handen. Dit is historische fictie op zijn best, een combinatie van mythe en legende met de vrijpostige realiteit van het verleden.

Opmerkelijk is dat Gowan alles beschrijft in achttiende-eeuwse taalgebruik, waardoor de gebeurtenissen des te authentieker overkomen. Dit is ook een verdienste van de vertalers. De auteur moet veel onderzoek hebben gedaan om de historische zaken kloppend te krijgen, maar feiten en fictie zijn keurig verweven. Er zijn wel zijpaden, maar die doen aan de loop van het verhaal geen enkele afbreuk, maar versterken de sfeer. Gowan schrijft in een prachtige stijl en erg visueel. Er is bijvoorbeeld een scène waarin de courtisane, Angelica en haar huishoudster een tafel verplaatsen door de kamer en terwijl je leest, kun je ze bijna horen.

De roman komt in het begin wat traag op gang en het kan dus even duren voordat de lezer zich in de personages heeft ingeleefd. Maar als je eenmaal zover gekomen bent, kun je het boek niet meer even wegleggen. Zou ik een thema zou moeten benoemen, dan is het: verdriet en mislukking gaan niet vanzelf weg, als je ze zelf niet laat gaan. En zelfs als je denkt dat je het niet verdient, kun je nog steeds gelukkig zijn. Hoeveel romans over de achttiende eeuw kunnen nu bogen op dergelijke charmes? In Engeland werd het boek al vergeleken met de werken van hedendaagse auteurs als Sarah Waters en Michael Faber, maar mijn mening is dat dit werk van Gowan, door de sublieme sfeer die het uitstraalt, beter vergeleken kan worden met werken van Jane Austen of zelfs Charles Dickens. Het is niet voor niets genomineerd voor The Women’s Prize for Fiction en de Desmond Elliott Prize. Het is al in diverse talen vertaald en staat op het punt verfilmd te worden! Ik kijk uit naar haar volgende roman, waar ze inmiddels al mee bezig is.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Zeemeerminnen in het achttiende-eeuwse London

Categorie: Boek van de week, Historische roman, Literatuur, Roman

De meermin en de courtisane – Imogen Hermes Gowan – vertaling: Carla Hazewindus en Anne Jongeling – Atlas Contact – 575 blz. Bij de eerste blik op de omslagillustratie, moest ik meteen denken aan het…

Boek van de week archief

9-februari-2019 | Lees verder | Reageer!