Zoektocht naar het onbekende kampleven van Olga en Han

28-oktober-2022 | Categorie: Literatuur, Non-fictie

De kampschilders – Jan Brokken – Atlas Contact – 318 blz.

Jan Brokken (1949) is een veelzijdig en productief schrijver van romans, reisverhalen en literaire non-fictie, waarbij de grenzen van de genoemde genres niet altijd scherp zijn. Algemeen geldt hij als een van de beste Nederlandse auteurs op het gebied van literaire non-fictie, het genre waarin het, simpel gezegd, gaat om het op een literaire manier schrijven over waar gebeurde zaken. Titels als Baltische zielen (2010), De vergelding (2013) en De rechtvaardigen (2018) zijn in grote aantallen over de toonbank gegaan, terwijl de ontvangst door recensenten steeds positief was. Dat succes geldt zeker ook de boeken waarin een aspect van zijn eigen familiegeschiedenis het onderwerp is, zoals de autobiografische roman Mijn kleine waanzin (2004), het literaire non-fictie boek De tuinen van Buitenzorg (2021) en, meer zijdelings, het literaire juweeltje Blok: De boekhandelaar van mijn vader (2012).

De tuinen van Buitenzorg gaat vooral over het leven van de moeder van Brokken, voor zover zich dat in Nederlands-Indië afspeelde, met name voor en na de Tweede Wereldoorlog. De vele reacties op dit boek vormen de basis voor het onlangs verschenen De kampschilders, dat het leven van zijn beide ouders betreft. Olga en Han Brokken woonden vanaf 1935 in Indië, waar Han als zendingspredikant werkzaam was. Tijdens de Japanse bezetting werden beiden geïnterneerd in kampen op Celebes. Olga zat in Kampili met haar twee nog zeer jonge zoontjes Boris en Michiel, Han zat in het mannenkamp Parepare. Veel heeft de auteur na de oorlog niet over de kampervaringen van zijn ouders gehoord, althans niet uit hun eigen mond. Vooral zijn vader, die, lijdend aan een KZ-syndroom, wegvluchtte in drank en kalmerende pillen, was bijzonder zwijgzaam. Maar het zal duidelijk zijn dat hun ervaringen meer dan ellendig waren. De verschrikkingen in de kampen, zoals ook beschreven in andere literatuur over dit onderwerp – honger, vuil, ziekte, vernederingen, het onmenselijke regime met lijf- en andere straffen, het overgeleverd zijn aan de grillen van Japanse kampcommandanten, het gebrek aan privacy – Han en Olga hebben het allemaal meegemaakt. Dankzij talrijke bronnen – literatuur maar ook diepgaand onderzoek naar de levens van andere kampbewoners – en met een enorm voorstellingsvermogen weet Jan Brokken op zijn bekende ingetogen wijze zonder een greintje vals sentiment een indringend beeld op te roepen van de ontberingen die zijn ouders hebben moeten doorstaan en van de sporen die dat heeft nagelaten in hun verdere leven en in dat van hun kinderen. Lang niet alle raadsels zijn daarbij opgelost, maar wie weet wel alles van zijn ouders? Als het om het verleden van je ouders gaat, ben je vaak te laat met vragen, stelt Brokken op bladzijde 144 vast. Een constatering die voor veel lezers herkenbaar zal zijn.

De kampschilders gaat, zoals de titel al doet vermoeden, zeker niet alleen over de ouders van Jan Brokken. Integendeel. Hun ervaringen zijn verweven met die van drie eveneens geïnterneerde schilders. Maria Hofker-Rueter (1902-1999) zat in hetzelfde kamp als Olga, waar ze ondanks het lelijke in het kamp al het mooie in de wereld probeerde vast te leggen. Zoveel mogelijk trok ze erop uit om te tekenen. Ook gaf ze tekenles aan de oudere meisjes, die ze dwong om ‘over het prikkeldraad heen te kijken, naar de wereld buiten het kamp’. Maria tekende geen ellende, geen bewaker of uniform. ‘Alleen vrouwen die de planten opbinden en de takken snoeien.’ ‘Niets geen ellende, geen enkel teken van geweld of knechting. En juist die vredige sfeer is de zwaarste aanklacht tegen de oorlog’, stelt Brokken vast. De hardste klap voor Maria Hofker was waarschijnlijk het verliezen van haar tekeningen en tekenspullen bij een Amerikaans bombardement in juli 1945. Ze verloor ‘de reden van haar zijn’. Een hartverscheurend beeld wordt daarmee opgeroepen.

Willem Gerard Hofker (1902-1981), de echtgenoot van Maria, en Johan Rudolf Bonnet (1895-1978) waren kampgenoten van Han. Hofker maakte talloze tekeningen van wat er gebeurde in het kamp. Hij legde vast wat hij zag en maakte ook veel portretten, niet alleen van kampgenoten maar ook van de Balinese meisjes en vrouwen die hij in de jaren voor de oorlog had ontmoet. Door de tekeningen van het kampleven leerde Brokken later de angsten van zijn vader begrijpen. Indirect reageerde Hofker op de misstanden in het kamp. Brokken: ‘Hofker klaagt niet aan, dat is hem te concreet; hij vangt in een blik of in een houding de psyche van de gevangene.’ Via de kampleider, dominee Bikker, verkocht Hofker zijn werk ook aan de Japanners. ‘Ik stond eigenlijk een beetje buiten de gemeenschap als tekenaar’, zou hij later verklaren. Hij had een geprivilegieerde positie, maar zijn inkomsten bestemde hij voor voorzieningen in het kamp.

De houding van Rudolf Bonnet was anders. Hij tekende en schilderde niet vaak in het kamp. ‘Hij had kennelijk geen zin om net als Hofker achter het prikkeldraad te tekenen en die tekeningen aan de Japanners te verkopen. Hij draaide gewoon mee met de corvees en viel niet op.’ Bonnet zou na de oorlog aan zijn moeder schrijven dat hij in het kamp met al die mensen om zich heen niet veel had kunnen doen. Hij had rust en afzondering nodig om tot werken te komen, schreef hij.

Hoe de drie schilders zich staande hielden in het kamp maar ook vormgaven aan hun verdere leven – voor en na de oorlog – wordt door Brokken, zoals hij dat ook doet bij zijn ouders, knap ontrafeld. Met name krijgt de lezer een uitermate boeiend beeld voorgeschoteld van het artistieke leven op Bali, waar de Hofkers en Bonnet voor de oorlog verbleven. De onderlinge verhouding tussen de schilders wordt vakkundig uitgediept. Net zo sterk is Brokkens analyse van het werk van de verschillende kunstenaars, waarvan vele afbeeldingen in het boek zijn opgenomen.

Alles bij elkaar bevat De kampschilders een aangrijpende, in beeldende taal vertelde geschiedenis over mensen in barre omstandigheden, waarbij het persoonlijke organisch verweven is met een meer algemene verhaallijn. Het gedegen onderzoek waarop het boek is gebaseerd, verdient daarbij alle lof. Kortom, een echte Brokken!

Janneke van der Veer

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Ingenieus prentenboek

Categorie: Boek van de week, Prentenboek

Bijen blaten niet, dokter Brombeer – Wilma Geldof – Illustraties: Janneke Ipenburg – Luiting-Sijthoff – 28 blz. Het gaat niet goed met dokter Brombeer, de arts van het dierenziekenhuis. Hij bekijkt zichzelf in de spiegel…

Boek van de week archief

24-november-2022 | Lees verder | Reageer!