Daniëlle Bakhuis had geen slechte jeugd

17-februari-2018 | Categorie: Interview

Zolang ze zich kan herinneren, wil Daniëlle Bakhuis schrijfster worden. Het begon met kleine, grappige stukjes over haar leven. Een paar van die teksten stuurde ze in de laatste klas van de HAVO op naar het meidentijdschrift Fancy. En met succes! Ze kreeg een maandelijkse column aangeboden waarin ze mocht schrijven over haar leven. Dit beviel zo goed, dat ze er een paar jaar later ook aan de slag ging als bureauredacteur. Ondertussen ging ze journalistiek studeren in Zwolle, bleef schrijven voor verschillende tijdschriften.

Op haar zesentwintigste besloot ze uitgeverij Ploegsma te benaderen met een idee voor een non-fictie boek over de liefde. Later volgden enkele jeugdromans waarvan Wraak en Zes Seconden de bekendste zijn. Ze is nog steeds werkzaam als journalist (GIRLZ, CosmoGIRL, Cosmopolitan) en schrijfster. In november 2017 kwam haar achtste boek De eliminatie uit bij Best of YA (Van Goor, Unieboek|Het Spectrum). Een nieuwe YA-thriller staat gepland voor het najaar van 2018. Naast schrijven, vertelt ze ook ontzettend graag over haar boeken. Naast reguliere schoolbezoeken, werkt ze ook al een aantal jaren mee met leesbevorderings- projecten als Literatour, Stap Op De Rode Loper en Er Was Eens. Na een aantal jaren in het prachtige Deventer en Amsterdam te hebben gewoond, woont ze nu met har vriend Ard en zoontje Stijn (2016) in Westerhaar.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel (voor)gelezen?

Ik kom uit een warm, liefdevol gezin. Ze zeggen altijd dat schrijvers putten uit hun eigen slechte jeugd, dus in die zin hebben mijn ouders me enorm op achterstand gezet 😉 Mijn broertje en ik waren lid van de Disneyclub en kregen dan om de maand een boek. Ik ben door mijn moeder heel veel voorgelezen als kind. Die gewoonte, lezen voor het slapen gaan, zit er eigenlijk nog steeds in. Mijn voorliefde voor jeugdboeken deel ik met mijn vader. We lezen allebei ook graag boeken voor volwassenen, maar die voor jongeren zijn favoriet.

Wat waren als kind je favoriete schrijvers en boeken?

Als kind: De heksen van Roald Dahl. Als puber: IT en De marathon van Stephen King

Je werkt als journalist voor verschillende tijdschriften. Wat voor werk doe je daar en is het makkelijk te combineren met het schrijven van boeken?

Ik interview mensen met een bijzonder verhaal en schrijf human interest verhalen. Het is ideaal om te combineren met het schrijven van boeken. Journalistiek is een sprintje en een boek een marathon, en beide vind ik heerlijk om te doen. Het grote voordeel van journalistiek werk is dat je sneller resultaat ziet. Bij een boek duurt het gemiddeld toch wel een jaar voordat het in de boekhandel ligt.

Waarom ligt je voorkeur bij het schrijven van YA-boeken?

Ik denk omdat ik zelf niet verder ben gekomen dan zeventien, haha. Mijn hart ligt daar nog steeds.

Uit een onderzoek van het CPB blijkt dat tieners steeds minder lezen. Vind je dat verontrustend en denk je dat het tij nog te keren is?

Ik denk dat lezen vooral een imagoprobleem heeft. Wat ik merk op scholen, is dat ze allemaal houden van een goed verhaal. Mijn medeschrijvers zullen het beamen dat je elke klas – van 1VMBO tot 6VWO – stil krijgt wanneer je ze een stuk voorleest. Ze vinden het spannend, willen weten hoe het afloopt. De meest gehoorde klacht over lezen: het duurt me te lang. Tja, gelukkig wel, zeg ik dan. Het schrijven ervan duurt ook lang! Daarom probeer ik het lezen ook in een ander daglicht te zetten. Een serie kijken, duurt ook lang. Een game uitspelen ook. Wanneer je van De eliminatie elke dag een hoofdstuk leest, heb je ‘m binnen een maand uit. Er is geen wet die voorschrijft dat je een boek binnen een week of wat moet uithebben.

Kinderen onder de tien lezen gelukkig nog wel aardig veel. Denk je er wel eens over om voor die doelgroep te gaan schrijven?

Niet concreet. Ik heb misschien wel honderd ideeen voor boeken, maar de beste zijn nog steeds die voor YA.

Na een bezoek aan een school in Friesland viel je in slaap in de bus en dat gegeven vormde de inspiratie voor De eliminatie. Heb je vaker van dat soort momenten?

Ik verwerk geregeld dingen uit het echte leven in mijn boeken. Het idee voor Zes Seconden kwam bijvoorbeeld door de clip Animals van Martin Garrix, waarin ze in het begin het spel spelen dat centraal staat in dat boek. Ik weet niet meer welke schrijver het ooit eens zei, maar die zei zoiets als: waarom zou ik leven, als ik er niet over zou kunnen schrijven? Dat herken ik. Bij alles – van supermarktbezoek tot begrafenis – denk ik: zou ik dit kunnen gebruiken voor mijn boek? Ik leef, en herbeleef het later nog eens op papier.

Zijn er overeenkomsten tussen jou en Chleo, het hoofdpersonage in De eliminatie?

Dat stille, dat herken ik wel. Ik kan heel extravert zijn: luidruchtig en heel aanwezig, maar ik kan ook heel goed dagen achtereen in mijn eigen schulp zitten. Het grote verschil is dat Chleo veel doortastender is dan ik ooit was op die leeftijd.

In De eliminatie zie je Chleo veranderen van een onzekere puber tot iemand die daadkrachtig handelt. De boodschap die uit het verhaal te halen is, is dat iemand vaak meer kan dan hij zelf denkt. Was dit ook jouw bedoeling met dit verhaal?

De boodschap sloop er al vrij snel in. Al bij de eerste hoofdstukken merkte ik dat Chleo zoveel meer durfde, dan dat ik in eerste instantie had gedacht. Soms gaat een hoofdpersoon met je aan de haal en dat was met Chleo zeker het geval. Ik heb het plot dat ik in eerste instantie had bedacht, al vrij rap kunnen weggooien. Helemaal niet erg, want het werd er alleen maar beter van.

Tussen de boeken Zes seconden en De eliminatie zat drie jaar. Lag dat aan het feit dat je even geen inspiratie had of had je het te druk met andere dingen?

In die tussentijd heb ik het slot geschreven op Zes Seconden (Regel twee: vertel nooit je grootste geheim). Dat boek ligt er, is af, maar in goed overleg met mijn toenmalige uitgever hebben we besloten niet uit te geven. Jammer, maar ik kon daarna al meteen aan de slag met De eliminatie. Over dit boek heb ik iets langer geschreven dan normaal, ongeveer anderhalf jaar. Ook puur praktisch had ik meer tijd nodig, want er zat een zwangerschapsverlof tussen.

Heb je voor het schrijven van je boeken een vaste werkplek en vaste schrijftijden?

Ik werk op maandag, dinsdag en donderdagochtend. Ik probeer mijn schrijftijd zoveel mogelijk af te bakenen, maar ik heb ook weken die vol zitten met deadlines voor tijdschriften en/of schoolbezoeken en ik nauwelijks aan schrijven toekom. Mijn werkplek is wel altijd hetzelfde. Heel fijn: ik heb thuis een werkkamer die ik samen met mijn vriend deel. Een ruime, rustige plek dichtbij het koffieapparaat.

Ben je al bezig met een volgend boek en kun je daar als iets over zeggen?

Yes! Voor Best Of Ya ga ik weer een YA-thriller schrijven. Het is in dezelfde sfeer als De eliminatie, en ik kan je beloven: het wordt krankzinniger en bomvol plottwisten.

Vragen: Wendy Wenning en Pieter Feller

Website van Daniëlle BakhuisRecensie van De eliminatie

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

De wording van een genie

Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Geschiedenis, Kunst & Cultuur, Wetenschap Leonardo da Vinci – Walter Isaacson – vertaling: Rob de Ridder – Uitgeverij Unieboek / Het Spectrum – 622 blz. De Amerikaanse journalist Walter Isaacson heeft een patent op het schrijven van biografieën van bekende…

Boek van de week archief
18-april-2018 | Lees verder | Reageer!