“Alle fasen van het schrijven hebben zo hun eigen charme”

8-augustus-2020 | Categorie: Interview

Anjet Daanje (Wijster, 1965) schrijft romans, verhalen en scenario’s. Tijdens haar studie wiskunde in Utrecht schreef  ze de eerste versie van haar debuutroman Pianomuziek in de regen (1993). Haar nieuwste roman De herinnerde soldaat stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2020. Het boek won de prijs voor het Beste Groninger Boek 2020. In 2004 kreeg ze het Belcampo Stipendium. Haar roman Delle Weel werd genomineerd voor de Halewijnprijs 2012. Films waarvoor ze het scenario schreef, werden in totaal bekroond met zeventien internationale filmprijzen, waaronder een Gouden Beer. Ze schreef de zevendelige dramaserie De geheimen van Barslet (2012) en de speelfilm Schemer (2010).

Je begon al op jonge leeftijd verhalen te schrijven, maar je ging geen Nederlands studeren, maar wiskunde. Tijdens je studie schreef je de eerste versie van Pianomuziek in de regen. Waarom koos je destijds voor wiskunde?

Mijn ouders waren allebei bioloog, bètamensen dus, maar ze lazen daarnaast veel en hielden van muziek en beeldende kunst. Ik ben opgevoed met het idee dat kunst en wetenschap geen gescheiden werelden zijn, en dat het daarom verstandiger was om voor een exacte studie te kiezen, waarmee je eenvoudiger een baan zou kunnen vinden. Kunst en literatuur kon je dan er in je vrije tijd naast doen. Ik was op de middelbare school goed in alfa- zowel als bètavakken, vooral in wiskunde, en ook daar werd je dan aangeraden om een bètavak te gaan studeren. Hoewel je dat op het eerste gezicht niet zou denken, bestaat er ook een duidelijke overeenkomst tussen wiskunde en het schrijven van fictie. Beide spelen zich af in een door mensen verzonnen universum. In de wiskunde is dat een abstracte wereld, en binnen die wereld bestaat er een absolute waarheid, als je ergens een bewijs voor vindt is het onomstotelijk waar. Dat sprak me destijds erg in wiskunde aan, maar in de kunst en de literatuur kan de een iets beweren en de ander het tegenoverstelde, en toch liegen ze geen van beide. Inmiddels vind ik die onzekerheid juist erg interessant, je zou kunnen zeggen dat al mijn romans gaan over de subjectiviteit van een persoonlijke waarheid, in de vorm van onbetrouwbare herinneringen, verschillende perspectieven en onbetrouwbare vertellers.

Bij wiskunde leer je een bepaalde manier van logisch denken. Helpt die manier van denken bij het schrijven van je boeken? Kan die logische manier van denken ook in de weg zitten van creatieve schrijfproces?

Logisch kunnen denken helpt zeer zeker bij het schrijven van fictie. Het bedenken van een verhaallijn heeft veel overeenkomsten met het bewijzen van een wiskundige stelling. Een mooi bewijs van een wiskundige stelling maakt op een verrassende manier gebruik van al eerder bewezen deelstellingen (lemma’s), en zo werkt een mooie verhaallijn ook: zelfs kleine gebeurtenissen, die in eerste instantie onbelangrijk lijken, moeten helpen leiden tot de ontknoping. In de loop van de jaren heb ik ervaren dat inderdaad een te uitgebreide plot, of vooral een te ingewikkelde verhaalstructuur, wat je werkelijk wilt vertellen in de weg kan zitten. Je moet als schrijver precies zo veel plot in een verhaal stoppen dat het interessant en spannend is en je de lezer toch niets hoeft uit te leggen. Dat lukt alleen bij wat ik een “emotionele plot” noem: een plot waarbij het niet draait om de gebeurtenissen zelf, maar om de reactie daarop van de personages. Een reactie die vaak weer nieuwe gebeurtenissen in gang zet, waardoor emotie en plot onontwarbaar met elkaar verweven raken, zodat je over de emoties kunt schrijven en tegelijkertijd de plot kunt afwikkelen. Zoals immers in het echte leven ook het geval is, je kunt niets van wat je meemaakt los zien van je eigen waarneming en emoties.

Het is duidelijk dat je voor De herinnerde soldaat veel onderzoek hebt moeten doen. In drie filmpjes op je website vertel o.a. hoe je bepaalde dingen hebt aangepakt. Hoe lang ben je met je onderzoek bezig geweest en begon je tijdens het onderzoek ook al aan het schrijven van bepaalde delen van het boek?

Ik heb ongeveer een jaar lang onderzoek gedaan voor De herinnerde soldaat, in die tijd heb ik vooral boeken gelezen, en tijdens het lezen kreeg ik ideeën voor de plot, karakterontwikkeling en gebeurtenissen in de roman die ik wil gaan schrijven. Toen ik uiteindelijk besloot dat ik genoeg had gelezen, was ik daardoor al een heel eind met het bedenken van de roman. Ik schrijf altijd eerst een kladversie van een roman, daarin let ik niet erg op de schrijfstijl, maar laat ik me al schrijvend leiden door de karakters en de verhaallijnen. Bij het schrijven van de definitieve versie bewerk of herschrijf ik dan die kladversie, ik concentreer me op de schrijfstijl en ik kort de tekst vooral ook in. Tijdens het werken aan de kladversie van “De herinnerde soldaat” stuitte ik vaak op kleine zaken die ik nog moest uitzoeken. Bijvoorbeeld: hadden veel mensen in 1922 al elektrische verlichting in hun huis, welke kleren droegen mensen, welke dansen waren populair, wanneer vertrok de trein van Kortrijk naar Ieper? Die zaken zocht ik tijdens het werken aan de kladversie via het internet uit, wat een fantastische bron van informatie is, overigens.

Maak je voor jezelf een schema voordat je gaat schrijven? Dus schrijf je de karakters en plots helemaal uit? Ontstaan sommige stukken ook zonder dat ze gepland zijn? Kon je van tevoren inschatten hoeveel woorden het boek ongeveer zou gaan bevatten?

Zoals hierboven verteld, schrijf ik altijd eerst een kladversie. Die kladversie begint meestal als een soort schema, waarin ik opschrijf wat er in welk hoofdstuk moet komen staan, maar gaandeweg wordt het een echt verhaal. Tijdens het schrijven van die kladversie groeien de personages, en ontwikkelt ook de plot zich verder, hoewel ik meestal van tevoren de plot wel ongeveer ken, alleen de details nog niet. Er ontstaan in die kladversie veel stukken die niet van tevoren gepland waren, soms sneuvelen die dan in de definitieve versie weer, maar vaak ook niet. Ik schrijf nooit van tevoren karakterbeschrijvingen van personages, beschrijvingen van hoe hun huis eruitziet, of van hun gewoonten, zoals het deelnemers van schrijfcursussen wordt geleerd. Dat werkt bij mij niet. Ik laat de personages, hun emoties en de plot organisch groeien tijdens het schrijven aan de kladversie, ik leef als het ware met de personages. Door te beschrijven wat ze meemaken kom ik er vanzelf achter hoe ze precies in elkaar zitten. Gewoonlijk kan ik tijdens het schrijven goed inschatten hoe dik een roman wordt, maar de kladversie van De herinnerde soldaat schreef ik in een computerprogramma waarin de tekst verdeeld was over honderden digitale archiefkaartjes. Pas toen ik al driekwart van de roman had geschreven berekende ik hoe dik het boek zou worden en kwam ik tot de ontdekking dat het absurd dik zou worden. Na een dag in zak en as te hebben gezeten heb ik toen de roman tot de helft ingekort, en zelfs die versie (die uiteindelijk ook is uitgegeven) is nog heel dik.

Wat vind je het leukste aspect aan het schrijven? Het onderzoek, het schrijven zelf of het vervolmaken van het manuscript?

Alle fasen van het schrijven hebben zo hun eigen charme, maar het liefst schrijf ik echt, zodat ik met de personages kan meeleven, en ik houd ook erg van bedenken hoe ik iets het beste kan opschrijven, het bedenken van zinnen die zo precies en mooi mogelijk weergeven wat ik bedoel.

Julienne en Amand, de hoofdpersonen in je boek, hebben een fotozaakje. Je hebt al eens eerder over fotografie geschreven in De blinde fotograaf. Maar fotografie in de jaren twintig van de vorige eeuw was een ingewikkeld proces. Welk onderzoek heb je moeten doen om daar alles over te weten te komen?

Toen ik een jaar of 16 was drukte ik zelf zwart-witfoto’s af, dus ik wist al wel wat af van het werken in een donkere kamer. In de jaren 1920 was fotografie uiteraard anders dan in de jaren rond 1980, maar ook weer niet zo heel anders. Ik heb wat betreft de aspecten van de fotografie die in “De herinnerde soldaat” voorkomen vooral veel gehad aan een oud boek in vijf delen uit 1909 waarin stap voor stap aan amateurfotografen werd uitgelegd hoe ze van een foto tot een afdruk moesten komen. Een website over oude catalogi van fotocamera’s en bijbehorende apparatuur was ook erg handig, een website voor verzamelaars, neem ik aan. Als je als schrijver gedetailleerde informatie over een bepaald voorwerp zoekt kom je vaak op websites van en voor verzamelaars: stoomtreinen, oude trams, spoorboekjes, uniformen en wapens uit de Eerste Wereldoorlog, catalogi van oude warenhuizen met daarin tekeningen van de mode rond 1920, oude verpakkingen van producten uit 1920 (zeep, koffie, chocoladerepen, sigaretten), oude briefkaarten met foto’s van straten in steden. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zijn mensen die het verzamelen.

De twee kinderen, Roos en Gust, spelen in het begin van het verhaal nog een redelijk prominente rol, maar gaandeweg verdwijnen ze wat uit beeld. Had je moeite om ze een plek in het verhaal te blijven geven?

In de absurd lange versie van de roman (zie vraag 4) speelden de kinderen een grotere rol, Gust had ook verderop in de roman een verhaallijn. Maar aangezien ik de roman tot de helft moest inkorten heb ik een belangrijk personage geschrapt, een aantal verhaallijnen en heel veel kleinere verhaallijnen en gebeurtenissen. Bij dat inkorten is ook een deel van de verhaallijn van de kinderen gesneuveld. Ik moest een duidelijke keuze maken wat ik wilde vertellen en wat niet. In de loop van het boek gaat het steeds meer over Amands worsteling met zijn falende verstand en daarin paste een verhaallijn over de kinderen niet op een natuurlijke manier. Als je moeite moet doen om iets ergens in te schrijven betekent het vaak dat je het moet weglaten omdat het niet in het verhaal thuishoort.

Er waren vast soldaten die na de oorlog hun geheugen kwijt waren. Heb je daar nog onderzoek naar gedaan? Zijn daar bijvoorbeeld studies over geschreven?

Geheugenproblemen zijn een onderdeel van wat we tegenwoordig PTSS (posttraumatisch stresssyndroom) noemen, rond 1914 noemde men het shellshock. Het verstand is zo getraumatiseerd dat het de vreselijke gebeurtenis probeert uit te wissen door hem weg te stoppen, en daarbij kun je voor korte of langere tijd een deel van je herinneringen kwijtraken en zelfs niet meer weten wie je bent. Ik heb veel boeken gelezen over soldaten die in de Eerste Wereldoorlog aan shellshock leden, over hun behandeling en ook over wat men destijds krankzinnigengestichten noemde. Het basisidee voor De herinnerde soldaat is zelfs een waargebeurd verhaal, dat ik via “In Europa”, de televisieserie van Geert Mak, op het spoor kwam. Dat waargebeurde verhaal gaat over een Franse soldaat die na de Eerste Wereldoorlog vlak na de aankomst van een transport van krijgsgevangenen uit Duitsland op een Frans station werd aangetroffen. Hij wist niet wie hij was, hij reageerde warrig en als ze hem vroegen wie hij was, mompelde zoiets als “Anthelme Mangin”. Zo noemden ze hem daarom maar. Ze namen hem op in een “krankzinnigengesticht” in de hoop dat hij zijn geheugen zou terugkrijgen, maar dat gebeurde niet. Daarom zette men na vier jaar een advertentie in de krant, tot hun verrassing reageerden er honderden vrouwen, van wie er, ook nadat ze Anthelme Mangin hadden gezien, uiteindelijk twee overbleven die volhielden dat hij hun vermiste man was. Het werd een rechtszaak die zich voortsleepte, en al die tijd verpieterde Anthelme eenzaam in het gesticht. De rechter kon niet besluiten wie van de twee vrouwen recht op hem had. Hij stierf in het gesticht, zonder ooit te weten wie hij was.

Een vraag over je bijzondere schrijfstijl. Ik had er in het begin wat moeite mee dat je bijna elke nieuwe alinea met ‘En’ laat beginnen. Ik heb geleerd dat het een voegwoord is dat eigenlijk niet aan het begin van een zin moet staan. Waarom heb je voor deze aanpak en stijl gekozen?

Ik heb gekozen voor deze schrijfstijl van lange zinnen, en vaak het voegwoord ‘en’, om een gedachtestroom te suggereren, zodat de lezer het gevoel heeft dat hij in het hoofd van de hoofdpersoon kan kijken. Je gedachten stoppen nooit, die gaan maar door (zelfs als je slaapt in je dromen), zonder punten, zonder hiaten, zonder vaak ook duidelijk onderscheid te maken tussen wat werkelijk van belang is en wat niet, je kunt je bijv. opwinden over iets wat eigenlijk volstrekt onbelangrijk is. Vandaar dat ik in de schrijfstijl vaak het woord ‘en’ gebruik dat taalkundig gezien twee gelijkwaardige bijzinnen aan elkaar schakelt. Die gelijkschakeling van onbelangrijke en belangrijke zaken in de roman maakt de verwarring van Amand duidelijk, die door zijn geheugenverlies en onevenwichtige geestestoestand soms moeilijk hoofdzaak van bijzaak kan onderscheiden.

De herinnerde soldaat is heel geschikt om te verfilmen, ook als serie. Zijn daar al plannen voor?

Er zijn vooralsnog geen plannen voor verfilming van de roman. Vanwege de scènes in de loopgraven en de historische aankleding van de film zou het voor Nederlandse begrippen een kostbare film worden die waarschijnlijk niet te financieren is. Verfilming zou wat mij betreft ook alleen aan de orde zijn als zich een regisseur aandient die ideeën heeft om op overtuigende wijze de stijl en vorm van de roman naar beeld te vertalen. Het scenario zou geschreven moeten worden door een scenarist die afstand heeft tot de roman (niet door mijzelf dus), en die daarom met gemak grote delen kan schrappen, en zo nodig van de in de roman beschreven gebeurtenissen durft af te wijken.

Vragen: Pieter Feller

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Meesterlijk verhaal

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Het smartlappenkwartier – Philip Snijder – Atlas Contact – 223 blz. Bij het lezen van Het smartlappenkwartier duik je terug naar het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schrijver Philip Snijder is…

Boek van de week archief

21-september-2020 | Lees verder | Reageer!