Astrid Harrewijn slaat een andere weg in

19-maart-2016 | Categorie: Interview

Astrid HarrewijnAstrid Harrewijn (1963), woont met haar man en twee studerende dochters in Den Haag. Ze studeerde rechten en was daarna werkzaam als vertaalster. In het voorjaar van 2006 deed ze mee aan de Jill Mansell – schrijfwedstrijd, georganiseerd door het weekblad Flair en Uitgeverij Sijthoff. Haar manuscript werd uit meer dan honderd inzendingen gekozen als leukste roman. Later in 2006 werd haar winnende inzending gepubliceerd als de roman Ja kun je krijgen. Haar eerste zeven boeken vallen onder het genre chicklit: romantische en grappige feel good-verhalen. Met haar achtste boek Drie vrienden, een huis(en een klusjesman) is ze een andere weg ingeslagen.

Na je rechtenstudie werd je vertaalster. Doe je dat werk nog steeds? Heeft het vertalen van anderen je geholpen bij het schrijven van je boeken?

Na de geboorte van mijn dochters, nam ik het besluit om een paar jaar thuis te blijven en ben ik begonnen met een vertaalopleiding. Ik heb vervolgens een eigen bedrijf opgezet met de bedoeling om me bezig te houden met juridische vertalingen, maar dat was enorm saai. En toen kreeg ik de mogelijkheid om de Bouquetreeks te vertalen. Dat deed ik tussen de luiers en eendjes voeren door. Ik heb daar heel veel van geleerd. Ik vond het belangrijk dat de zinnen mooi vertaald werden en tegelijkertijd lekker leesbaar waren. Ik zag dan ook echt de lezer voor me, die genietend op de bank wegduikt in een heerlijk romannetje. Toen de dochters naar de basisschool gingen ben ik ook les gaan geven. Bij dat laatste moet je dan denken aan NT2; Nederlandse les voor anderstaligen. Vertalen doe ik bijna nooit meer, maar ik geef nog steeds met heel veel plezier NT2.

Je bent pas op latere leeftijd gedebuteerd. Wilde je allang schrijver worden?

Nee, ik ben schrijver bij toeval. Ik heb tien jaar geleden meegedaan aan een schrijfwedstrijd. Ik had een verhaal dat maar in mijn hoofd bleef zoemen. Dat verhaal zat me in de weg en ik heb de schrijfwedstrijd gebruikt om het verhaal uit mijn hoofd te krijgen. Ik had volstrekt niet de intentie om te winnen. Maar nadat ik mijn eerste boek had geschreven, wist ik absoluut zeker dat ik dit wilde blijven doen.

De eerste zeven boeken zijn chicklits en Drie vrienden, een huis en een klusjesman is toch een iets ander genre. Ben je een nieuwe weg ingeslagen of is dit een uitstapje?

Nee, dit is geen uitstapje. De schrijfwedstrijd waar ik aan meedeed betrof het genre chicklit. Ik dacht dat het om humor moest gaan, maar dat bleek de liefde te zijn. Geen idee waarom ik heb gewonnen. En zo ben ik in het genre chicklit gerold en ik heb met ontzettend veel plezier zeven boeken in dat genre geschreven, maar ik vond dat het tijd werd voor om een nieuwe weg in te slaan, een nieuwe uitdaging. Overigens is die weg maar gedeeltelijk opnieuw geplaveid, want humor en vaart zijn nog steeds de ingrediënten.
Hoe ga je te werk bij het schrijven? Zet je alles in een vast schema of schrijf je organisch?
Ik werk niet met vaste schema’s, maar ik heb wel degelijk een rode draad in mijn hoofd. Ik weet zo ongeveer waar ik naartoe wil en wat ik belangrijk vind, maar ik geef het verhaal de mogelijkheid om alle kanten op te gaan. Een beetje zoals het leven zelf.

Vragen over Drie vrienden, een huis (en een klusjesman):

Kunst speelt een grote rol in dit verhaal. Heb jezelf altijd al affiniteit met kunst gehad of is dit juist door het schrijven van dit verhaal gegroeid?

Na de middelbare school heb ik lang getwijfeld of ik rechten of kunstgeschiedenis moest gaan studeren. Het werd uiteindelijk rechten omdat de kans op een baan in de kunst in mijn tijd niet bijzonder groot was. Ik heb met enorm veel plezier rechten gestudeerd, maar zo’n zes jaar geleden begon het weer te kriebelen. Ik ben toen cursussen gaan volgen, veel gaan lezen en zo openbaarde zich een wereld die enorm rijk is. Kunst biedt mij heel veel; ik geniet van een bezoek aan een museum, ik bewonder de levensverhalen van kunstenaars, ik haal inspiratie uit alles wat om de kunst heen hangt, zoals de galerieën, de verzamelaars, de kunstbobo’s.

De liefde voor de kunst die Noor in het boek maakt mij nieuwsgierig naar de schilderijen waar ze het over heeft. Heb jij deze schilderijen ook bekeken tijdens het schrijven van je verhaal?

Ik heb heel veel werk bekeken, ontzettend veel boeken over van Gogh gelezen, films gezien en ik ben eindeloos vaak in het Van Gogh Museum geweest. Op een gegeven moment was ik bang dat er een alarm af zou gaan omdat ik voor zoveelste keer met mijn Museumkaart naar binnen ging. Ik ging soms maar een halfuurtje, gewoon om even sfeer te proeven, een kopje koffie te drinken of een schilderij heel uitgebreid te bekijken.

Als jij een favoriete schilder zou moeten aanwijzen gaat jouw voorkeur dan net als bij Noor uit naar Van Gogh?

Nee, maar ik heb wel veel bewondering voor Van Gogh. Het is zo bijzonder wat die man heeft gepresteerd in een relatief korte periode en daarnaast leest zijn leven als een spannend boek. Sinds ik me intensief met kunstgeschiedenis bezighoud, heb ik niet meer één favoriete schilder. Er zijn meerdere kunstenaars die ik bewonder. Toch denk ik dat de eerste kunstenaar waar je voor viel, je altijd bij zal blijven. Voor mij was dat Gauguin. Ik vind zijn werk nog altijd iets magisch hebben. Het is kleurrijk en brengt mijn fantasie tot leven.

Voor dit boek heb je natuurlijk de nodige research moeten doen. Heeft die je veel tijd gekost? Liep je tegen feiten of leuke weetjes aan waar je blij verrast door was?

Ik heb erg veel tijd gestopt in research, maar dat voelde niet echt als werk want het paste in mijn doel om me meer bezig te houden met kunstgeschiedenis. Ik vond het heel leuk om me te verdiepen in een kunstenaar. In dit geval Van Gogh. Ik heb uiteraard zijn biografie gelezen en een groot gedeelte van zijn brieven en dan kom je erachter dat het ook maar een mens was met een moeizame relatie met zijn familie en een uitermate treurig liefdesleven Een leven dat van mislukkingen aan elkaar hing. Een man die nooit bij leven erkenning heeft gekregen voor zijn werk. En ook iemand die niet bijster sympathiek was, maar waar ik wel veel compassie voor voel. En verder denk ik nog steeds dat Van Gogh geen zelfmoord heeft gepleegd maar – waarschijnlijk per ongeluk – is doodgeschoten. Maar die mening wordt door niet zo heel veel mensen gedeeld.

De cover en titel passen heel goed bij het verhaal. Had jezelf het idee voor deze cover?

Cover en titel komen voort uit brainstormsessies met de uitgever, waarbij de laatste de grootste rol heeft. Zij kwamen al vrij snel met deze cover en die was precies wat ik voor ogen had. Het is ook fijn als je zo’n proces samen met je uitgever doet. Het wordt pas echt mooi als je er in een team over nadenkt en er de tijd voor neemt.

Het verhaal gaat over de drie vrienden Noor, Kiki en Joost. De echte hoofdrol is echter weggelegd voor Noor, om haar draait het verhaal. Heb je voor je gevoel Kiki en Joost ook genoeg kunnen uitdiepen?

Joost en Kiki komen allebei nog aan bod. Ik heb inmiddels het volgende boek klaar en daarin speelt Joost de hoofdrol. Daarna komt er nog een boek over Kiki. Ik vind het concept van een drieluik, waarbij elk boek als stand alone kan worden gelezen erg prettig werken. Dat geeft mij de ruimte om de chemie tussen de personages te gebruiken, maar ze tegelijkertijd ook allemaal een eigen stem te geven.

Naast de uitdagingen en de fraudezaak die Noor ontdekt, gaat het ook over jezelf ontdekken en je oude leventje los durven te laten. Iets wat je mooi weet te verwoorden. Wel had ik als lezer af en toe de neiging om haar door elkaar te rammelen, zodat ze voor zichzelf op zou komen. Had jij tijdens het schrijven al voor ogen hoe onzeker en besluiteloos deze vrouw zou zijn en is het makkelijk zo’n persoon neer te zetten?

Grappig dat er zoveel verschillende reacties zijn op het gedrag van Noor. Er zijn lezers die haar inderdaad door elkaar willen rammelen, maar anderen vinden haar juist weer heel erg stoer en vinden het bewonderenswaardig hoe ze door blijft gaan op het door haar gekozen pad. Ik had voor ogen dat het boek moest gaan over een vrouw die een andere weg ging kiezen dan van haar werd verwacht. Ik wilde dat er aan haar werd getrokken (door het thuisfront), dat ze moest twijfelen over haar keuzes (de verwachtingen over haar werk die niet helemaal uitkomen), maar ook het twijfelen aan zichzelf (met Kiki als wilde zus die als spiegel dient). Dat had ik voor ogen, maar daarbinnen ontwikkelde het verhaal zich en ontwikkelde Noor zich ook. Ik vind dat ze stoerder uit de strijd is gekomen dan ik in gedachten had. Maar er zijn ook lezers die daar een ander gevoel bij hebben en haar dus graag door elkaar willen rammelen. En dat is prima.

Stond je verhaallijn al vast of blijft het voor jouw ook een verrassing hoe een verhaal zich ontwikkelt?

Uiteraard maak ik als schrijver keuzes en er is een rode draad die ik zorgvuldig in de gaten houd. Maar uiteindelijk stap ik ook maar binnen in het leven van iemand – ook al is het een fictief persoon – en reis ik mee in de trein van mijn personage. Ik weet ongeveer wat de eindbestemming is, maar bij welke stationnetjes we tussentijds uitstappen is ook voor mij altijd weer een verrassing.

Als lezer had ik graag ook wat meer in de keuken van Joost mee willen kijken, letterlijk en figuurlijk. Nu hoorde ik het gerucht dat er misschien een nieuwe roman in zit met dezelfde personen? Kan je daar al wat meer over vertellen?

Ja, die komt eraan. Het boek over Joost verschijnt in augustus en dan ben ik uiteraard bereid om daar bij jullie weer iets over te vertellen!

Vragen: Conny Schelvis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!