Bijgesteld heldendom

12-juli-2020 | Categorie: Geschiedenis, Non-fictie, Oorlogsboeken

Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied – Herman Amersfoort en Piet Kamphuis (red.) – Boom – 460 blz.

De Duitsers noemden het ‘Fall Gelb’ en vallen op 10 mei 1940 Nederland binnen. Eigenlijk slechts een afleidingsmanoeuvre voor de echte aanval op Frankrijk, dwars door de Ardennen. De Nederlandse defensie moet het nu opnemen tegen een Duitse overmacht, met o.a. troepen van de Waffen-SS. Onze mannen weerden zich als leeuwen. Van noord (Kornwerderzand, de ‘dodendam’ die veel Duitsers het leven kostte) tot zuid (de eerste aanval op Gulpen werd afgeslagen) stuitte de Wehrmacht op grote tegenstand. De Grebbelinie hield de vijand ongedacht lang op. Bij Den Haag werd een Duitse divisie verslagen. Maar tegen het verraderlijke bombardement op Rotterdam, met dreiging voor meer steden, konden we niet op en kon generaal Winkelman niets anders doen dan capituleren.

Zo staan, zo kort mogelijk gezegd, de meidagen van 1940 in het geheugen van veel Nederlanders. Dat dit alles veel te simpel is voorgesteld en er heel veel nuances opgemerkt kunnen worden, merken Amersfoort/Kamphuis in hun boek terecht op. Het is hun doel zo objectief mogelijk de werkelijkheid weer te geven. Na de vierde herzien druk in 2012 wordt het telkenmale herdrukt met inachtneming van de laatste stand van het onderzoek door de auteurs. Daaruit blijkt dat de belangstelling voor deze periode zeker niet tanende is. Ook door nieuwe onderzoeksresultaten mee te nemen, blijft deze studie het standaardwerk over deze periode.

Bij het uitkomen van de allereerste editie in 1995, bij de herdenking van vijftig jaar bevrijding, kreeg het werk zowel veel waardering als ook kritiek. De conclusies van de auteurs weken dan ook nogal af van de tot dan toe gangbare geschiedenis beschreven door prof. L. de Jong. Zeker in verband met de, toch wel voorzichtige, vragen die zij stelden. Het meeste rumoer ontstond doordat de auteurs opmerkten dat, naast de Duitsers, ook Nederlandse militairen wel eens het oorlogrecht hadden geschonden. Vooral oudgedienden, ‘onder aanvoering’ van ing. W.D. Jagtenberg (gewond geraakt bij de strijd om de Grebbeberg) en militair-historicus E.H. Brongers, lieten luid hun afkeer horen. – Van beiden zijn uitgaven over deze periode verschenen. – Zelfs de rechter kwam eraan te pas om te oordelen of bepaalde passages toelaatbaar waren of geschrapt dienden te worden.

Naast de redactionele en inhoudelijke bijdragen van Amersfoort en Kamphuis, hebben nog andere auteurs inhoudelijk aan deze uitgave meegewerkt. Hij zijn: H.W. van den Doel, C.M. Schulten en P.M.J. de Koster. Amersfoort gaat in het eerste hoofdstuk gedetailleerd in op de geschiedkundige bibliografie van De Jong, Brongers, De Militaire Spectator en de ‘groene boekjes’ die zonder de inspirator, V.E. Nierstrasz, niet zo’n invloed hadden gehad.

De volgende drie hoofdstukken gaan over de periode vóór de Duitse inval. Ze laten achtereenvolgens zien hoe Duitsland zich na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde tot een dreiging voor de rest van Europa en hoe het Nederlandse en Duitse leger zich ontwikkelden in het Interbellum. Zeer belangwekkend is het inkijkje dat de auteurs de lezers geven over de ontwikkeling van de vijfdaagse strijd op het hoogste niveau, dat van de generaals. Zij bepaalden per dag de strategie en de uitvoering daarvan. Alleen al dit vijfde hoofdstuk geeft een uniek cachet aan dit boek.

In de volgende vijf hoofdstukken wordt de strijd zelf gedetailleerd weergegeven. Deze hoofdstukken over: 6. De aanval op het regeringscentrum; 7. De strijd in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland; 8. De strijd om de Gebbelinie; 9. De strijd in de Noordelijke provincies; 10. De strijd om de Moerdijkbruggen, Dordrecht en Rotterdam, eindigen allen met een conclusie. De auteurs komen tot hun slotsom uit de bevindingen na een gedegen onderzoek. Niet alles valt meer te achterhalen: bij de capitulatie werd veel materiaal vernietigd, zodat het niet in Duitse handen kon vallen. Het verloop van de strijd en de genoemde conclusies zijn met voldoende afstand en zeer gedetailleerd weergegeven. Een goed voorbeeld daarvan is het volgende citaat eruit met betrekking tot de Grebbeberg: “Wanneer men zich de vraag stelt waarom dit legercorps (het elfde), en daarmee het Veldleger, de strijd verloor, dan kan er daarbij een viertal factoren worden onderscheiden: materiele en fysieke, psychologische, organisatorische en tactische”. Deze factoren worden daaropvolgend besproken. Soms is een conclusie simpeler gegeven, zoals die bij de Moerdijkbruggen: “De Nederlandse troepen die gelegerd waren aan het Zuidfront van de Vesting Holland waren op 9 mei 1940 niet in verhoogde staat van paraatheid gebracht en werden volledig verrast door de landing van Duitse parachutisten”.  

In het slothoofdstuk, met als eerste ondertitel “Onverwerkt verleden?” komen de lijnen die in vorige hoofdstukken zijn uitgezet op indrukwekkende manier samen. Niet voor niets wordt er een vraagteken gebruikt. De auteurs willen daarmee aangeven dat er nog wel degelijk ruimte voor discussie mogelijk is. Daarom in de afstand die zijn nemen tot de materie en er koel, feitelijk over berichten zo belangrijk. Er wordt de lezer niet iets ‘door de strot gedrukt’! De lezer kan deze zaken toetsen aan heersende opvattingen. Het is moeilijk te strijden tegen mythen, maar wel noodzakelijk, want feiten zijn en blijven feiten. Goed is daarom dat Amersfoort c.s. aan het einde van hun betoog het volgende opmerken: “Het beeld dat tot het toenemen van de afstand tot de strijd van 1940 oprijst, is prozaïscher en minder uitzonderlijk dan het oude. Het mist er de epische zeggingskracht van, maar het weerspiegelt beter de historische werkelijkheid van de Duitse verovering van Nederland”.

De uitgever heeft, buiten de tekst, er ook een aantrekkelijke uitgave van gemaakt. Het boek is voorzien van adequate bijlagen, uniek (verantwoord) fotomateriaal en zeer duidelijke kaarten. Een uitgebreid register op persoons- en plaatsnamen vergemakkelijkt het zoeken. De bibliografie is er één ‘om U tegen te zeggen’. Geen lijst met boeken, maar “beredeneerd”, zodat je ook enig idee krijgt wat elk genoemd item je te bieden heeft. De enige tekortkoming is de bindwijze. Een standaardwerk als dit zou toch een gebonden boek verdienen.

Een voortreffelijke bron waaruit schrijvers van schoolboeken over geschiedenis kunnen putten, opdat dit voor naoorlogse generaties een ‘levend’ verleden wordt.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Klein literair juweel

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Novelle

De zondagen van Jean Dézert – Jean de la Ville de Mirmont – Vertaling Mirjam de Veth – Uitgeverij Oevers -122 blz. De zondagen van Jean Dézert is een bijzondere novelle. Het verhaal is al…

Boek van de week archief

10-augustus-2020 | Lees verder | Reageer!