De Sixties in interviews

12-februari-2020 | Categorie: Geschiedenis, Non-fictie

Kantelaars van de Sixties – Patrick Bakkenes – In de Knipscheer – 364 blz.

Meestal worden interviews gebruikt als bronnen om de geschiedenis van een niet zo ver verleden te beschrijven. Bij dit boek is dat net even anders: de interviews zijn integraal weergegeven. De geïnterviewden zijn (of waren: twee van hen zijn voor het verschijnen van het boek helaas overleden) allemaal personen die op een of andere wijzen hun steentje hebben bijgedragen aan en representatief zijn voor het maatschappelijke, culturele of politieke leven in de jaren zestig. Het zijn: Armand †, Hedy d’Ancona, Bunk Bessels, Phil Bloom, Roel van Duijn, Marius Ernsting, Louis van Gasteren †, Marjolein Kuijsten, Iris de Leeuw, Hans Plomp, Willem de Ridder en Arie van der Zwan.

Bakkenes begint het boek met een klein overzicht van belangrijke gebeurtenissen in de Sixties. Hoewel kort, is dit hoofdstuk belangrijk om uitspraken door de geïnterviewden beter te kunnen plaatsen. Hen is eerst gevraagd zichzelf in te leiden. “Zij beschrijven hun jeugd (…) en hun activiteiten tijdens en voorafgaand aan de Sixties.” Daarna beantwoorden zij vragen over wat deze periode voor een invloed heeft gehad op henzelf en op de maatschappij. Bakkenes verantwoordt zijn keuze van geïnterviewden door op te merken dat hij “zocht naar een dwarsdoorsnede van zich in de openbaarheid manifesterende bevlogenen met uiteenlopende doelstellingen”.

Het belang van het eerste deel van elk interview is tweeledig. Ten eerste laat het zien vanuit welke achtergrond de personen handelen en hebben kunnen uitgroeien tot ‘kantelaars’. Daarnaast bevatten deze eerste delen veel ‘historische’ feiten, waardoor de lezer een goed beeld van de tijdsperiode krijgt. Natuurlijk ligt hierin ook de beperking dat die feiten steeds door de (gekleurde) bril van hen worden bezien. Bovendien zijn deze twaalf slechts een (klein) deel van het grotere aantal ‘kantelaars’. Voordat we van een wetenschappelijk verantwoorde geschiedenis van de zestiger jaren kunnen spreken zal er nog veel water door de Rijn moeten vloeien. Misschien een uitdaging voor Bakkenes?

Het grotere belang van dit boek ligt in het tweede deel van elk interview. De auteur acht de facetten die eruit naar voren komen onderbelicht. Hij wil van de betrokkenen weten wat de Sixties met henzelf en met Nederland gedaan hebben. Is er een “erfenis” en is die negatief (zoals sommigen beweren) of positief? Wat is er toen bereikt en wat niet? Wat merken we daar heden ten dage nog van? Ook bevraagt hij de overeenkomsten en verschillen tussen toen en nu. Kunnen we nog iets leren van toen, zodat er nu nieuwe ‘kantelaars’ opstaan die ons de toekomst in leiden?

Na de interviews schrijft Bakkenes zijn conclusie, waarin hij verantwoordt hoe hij tot zijn uitspraak komt: “Duidelijk is dat de invloed van het tijdperk van de Sixties onverminderd voortduurt”.

Het zou te ver voeren op deze plaats dieper op de interviews in te gaan. Toch een paar voorbeelden van bevlogen uitspraken. Hedy d’Ancona merkt over het gebruik van drugs op: “Ik heb niet mijn mond opengehouden voor ieder geestverruimend middel. Het is gek dat mensen het niet een keer proberen, maar niets moet. (…) Alles moet gelegaliseerd worden, ook de harddrugs, want daar vaart alleen de criminaliteit wel bij.”, Roel van Dijn schrijft: “Ik word nog steeds voornamelijk geïnterviewd over Provo, dat vind ik wel eens vervelend. Het is nog mijn dagelijks leven eigenlijk”. Het denken wordt door Willem de Ridder als volgt voorgesteld: “Men dacht in die tijd cyclisch, alles herhaalde zich. De zon gaat op, gaat onder, gaat weer op. De maan wordt groot, wordt klein, wordt weer groot. De bladeren vallen van de bomen, ze komen weer terug. Je wordt geboren, je sterft, je komt weer terug. Zo werd er gedacht. Er waren geen wetten, regels of ideologieën. Alleen de natuurwetten”.

Het nawoord is niet van de schrijver, maar van de socioloog/filosoof Eric van Duivenvoorden, die bekend is om publicaties over dezelfde periode als dit boek.

De drie katernen met foto’s en afbeeldingen sluiten prima op de tekst aan. Zeer goed verzorgd zijn de noten na elk hoofdstuk. Ze vormen een verantwoording van en verduidelijking c.q. aanvulling op de tekst en kunnen prima worden gebruikt voor verdere studie over dit onderwerp. Ook bronnenlijst, register e.d. ontbreken niet. Een keurig verzorgde uitgave.

Rest ons de doelgroep. Lezers uit die tijd en vlak erna zullen veel zaken herkennen en herinneringen, mooie, tedere en humoristische kunnen ophalen; misschien hernieuwde beleving ervaren, misschien nostalgisch genieten. Jongere lezers leren een periode uit de nog niet zo lang vervlogen geschiedenis kennen en zich er misschien in zoverre mee kunnen conformeren, dat ook bij hen het ‘kantelaars’bloed in de aderen gaat stromen.

Kees de Kievid

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Stadsschrijver van Haarlem

Categorie: Boek van de week, Columns & Korte verhalen, Literatuur

L.H. Wiener – De zoete inval – Pluim – 108 blz. Ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van L.H. Wiener heeft uitgeverij Pluim dit boekje uitgebracht met korte verhalen. De flaptekst vermeldt dat in dit…

Boek van de week archief

22-februari-2020 | Lees verder | Reageer!