Dwangarbeid en vitaliteit

17-september-2018 | Categorie: Literatuur

Het houten bestek – Tessa IJzermans – De Geus – 285 blz.

De roman begint in 1967 als Mathilde al vier maanden het huis uit is om te studeren aan de kunstacademie St.Joost in Breda. Ze blikt terug naar toen ze vijf jaar was en samen met haar broertje een doosje ontdekte met een houten lepel en mes. Moeder vertelt dat het een aandenken is aan zijn gevangenschap in Scheveningen in de oorlog. Verder mag er niet over gesproken worden. Terug in 1967 wordt Mathilde op school slachtoffer van ongewenst gedrag door docenten. Haar vader Mart belooft er wat aan te doen als het niet ophoudt, maar in het weekend voor Kerstmis komt Mart doorgedraaid thuis. De eerst zo vrolijke man die van alles met zijn kinderen deed, zit nu onderuitgezakt in een stoel en zwijgt. Dit heeft een geweldige impact op het gezin. Daarbij komt ook nog eens de financiële nood.

Moeder probeert het gezin zo goed en kwaad als het kan bijeen te houden. Er moet een afkeuringsprocedure worden gestart en daarbij een aanvraag om steun wegens zijn oorlogsverleden. Daarvoor zijn gesprekken met een psychiater nodig. Mart stemt ermee in en er volgen consulten waarin we kennis maken met de verschrikkingen in het Arbeitserziehungslager in Lahde. Intussen heeft Mathilde de oorlogskist van haar vader gevonden, met daarin vier bladen met aantekeningen over wat hij heeft meegemaakt in het Arbeitserziehungslager en op de vluchtroute. Mart zal weer thuiskomen en kan eindelijk Mathilde wijzen op het schrift met zijn oorlogsverhaal. Mathilde vindt nu de kracht om zelf verder te gaan.

Het houten bestek is een boek, waarin de schrijfster mooie, gruwelijke in intense zaken aan de orde stelt. Dat komt samen in het thema: “het leven is het waard om voor gevochten te worden”. (Mart: “Ik had die rotoorlog niet willen missen, die heeft mij gevormd.”) Ze laat haar protagonisten Mathilde en Mart zien als strijdbare personen, met de kanttekening dat de strijd niet altijd gewonnen wordt.
Er zijn nog andere motieven te vinden. Zowel Mart als Mathilde zoeken naar hun identiteit: Mathilde moet tijdens haar schoolloopbaan keuzes maken die de rest van haar leven zullen beïnvloeden. Voor Mart is het de vraag hoe hij door de buitenwereld gezien wordt. Is hij held, die het voor elkaar kreeg het Arbeitserziehungslager te overleven, te vluchten en weer thuis (maar wat is thuis?) te komen, of is hij een collaborateur die voor de Duitsers heeft gewerkt? Door het hele boek heen spelen de onderlinge verhoudingen, wisselend goed en slecht en wisselend bedoeld en gedwongen, een grote rol. Dat laatste houdt dan weer verband met de dwangarbeiders.

Er zijn twee tegenstellingen in het boek te vinden, waarvan ik aanneem dat IJzermans ze bewust heeft geconstrueerd. Ten eerste staan er stiltes en dialogen tegenover elkaar. De stiltes wekken grote beklemming op en geven de lezer ruimte voor interpretatie. In de stiltes spreekt de sfeer. De dialogen komen soms wat houterig over, maar benaderen de realiteit zodanig, dat eruit merkbaar is dat men elkaar niet altijd de harde waarheid wil vertellen en bezorgd is de ander niet te kwetsen. De gesprekken bij psychiater, Brakmeijer, zijn een goed voorbeeld en duiden op deskundigheid, wat gezien het beroep van Tessa IJzermans niet onlogisch is.
De tweede tegenstelling is die tussen statisch en emotioneel. De auteur gebruikt heel knap de taal van de zestiger jaren en houdt, zeker in het begin, afstand tot de personages. Daartegenover hebben de beschrijvingen over de verschrikkingen tijdens het kampleven van Mart en de grensoverschrijdende gedragingen van docenten bij Mathilde een grote emotionele intensiteit, die de lezer menigmaal zal doen huiveren.

Rest de vraag in hoeverre Tessa IJzermans een roman schrijft en wat werkelijkheid is. In een interview heeft zij gezegd: “Het geraamte van Mart is mijn vader, de rest is fictie”. Daarbij zullen we veel vraagtekens moeten zetten. Hier een paar voorbeelden. Zowel Tessa als Mathilde studeren aan de St.Joost kunstacademie in Breda. Beiden weten pas heel laat, Tessa pas na het overlijden, wat de rol van hun vader in de oorlog was. Tessa en haar man hebben in Duitsland de route proberen te reconstrueren die Mart na zijn ontsnapping heeft afgelegd om terug te komen in Nederland.

Is dwangarbeid een thema dat zwaar onderbelicht is, zoals IJzermans opmerkt? Als je de juiste wegen weet te vinden valt dat nog wel mee. Zo is bij het NIOD in Amsterdam het Documentatiecentrum Dwangarbeid Nederland – WO II ondergebracht, met de ervaringen van ex-dwangarbeiders en veel ander materiaal. De auteur noemt een aantal belangrijke boeken in haar “Verantwoording”. Daar ontbreekt mijns inziens een belangrijk werk: B.A. Sijes, De arbeidsinzet – De gedwongen arbeid van Nederlanders in Duitsland, 1940-1945 (‘s-Gravenhage, SDU Uitgeverij, 1990) van ruim 700 bladzijden. Deze opmerking geldt alleen voor non-fictie. Het is daarom bewonderenswaardig dat Tessa IJzermans het heeft aangedurfd de dwangarbeid in een roman te verwerken. Het is dus niet het zoveelste boek met oorlogsherinneringen, maar voegt een weinig gebruikt (andere romans hierover zijn mij onbekend) onderwerp toe. Door naast de oorlog ook de perikelen van Mathilde erin te vlechten, wint het boek aan diepgang. Het verhaal hoe het verder verloopt met Mathildes leven zou op zich op nieuwe roman van deze auteur kunnen opleveren.

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!