Een filosofisch, muzikale geschiedenis

8-april-2019 | Categorie: Geschiedenis, Non-fictie

Een geschiedenis van de Europese muziek tot 1900 – Francis Maes – Academia Press/Lannoo – 743 blz.

Er zijn al heel wat muziekgeschiedenissen geschreven, meestal vertaald. De laatste oorspronkelijk Nederlandse is die van W.C.M. Kloppenburg – Muziek door de eeuwen (in 4 delen, 1963-1965). Daar is nu een subliem nieuw werk bijgekomen van de hand van Francis Maes, professor musicologie aan de universiteit van Gent. Hij zal veel belangstellenden en studenten muziekgeschiedenis een geweldig plezier doen de nieuwe ontwikkelingen in de studie van de muziek in groter verband duidelijk te maken. Laten we ons niet vergissen: er is een groei te zien in zowel het concertaanbod als in concertbezoekers, zoals door het CBS is vastgesteld.

Het is ondoenlijk ruim twee millennia aan muzikale evolutie in een paar alinea’s samen te vatten. Ik beperk mij daarom voornamelijk tot de uitgangspunten van Maes, voorbeelden en tot het verduidelijken van wat de nieuwe ontwikkelingen in de muziekstudie inhouden.

De invloed van de traditionele duiding, dat de klassieke oudheid (Aristoteles) de oorsprong is van de cultuur in Europa, is nog steeds gangbaar. We moeten die volgens Maes zien als een intellectuele erfenis die bepalend is geweest voor het denken over muziek. De einddatum is natuurlijk niet exact 1900, maar rond die tijd vinden er veranderingen plaats in de manier van muziek maken. Tot die tijd was de ontwikkeling betrekkelijk coherent.

Het leidmotief (Leitmotiv), waarmee Maes zijn geschiedenis aanpakt, is de dualiteit: “…dat muziek zowel idee is als praktijk”. Met het eerste bedoelt hij dat de (Europese) muziek een vakgebied van de geest is en vragen die men zich stelt daarom beantwoord worden door filosofen en theoretici. De praktijk is die van het musiceren en het luisteren naar muziek, wetenschappelijk benoemd als ‘musicking’. Die praktijk is dan meestal verbonden met culturele zaken als ceremonie, cultus, rituelen of interactie. Daaruit blijkt dat er functie en betekenis aan gegeven wordt. Om dit goed te begrijpen wijst Maes op een afbeelding in het boek van een schilderij van Claude Lorrain. Het is één van de schilderijen die zijn opgenomen om te laten zien hoe die visueel de diepere betekenis van de muziek verduidelijken. Uit de component praktijk komt een derde motief voort: de vastgelegde muziek in bv notenschrift. Hoewel daarbinnen volgens Maes nog wel ruimte voor interpretatie overblijft. Vastlegging was slechts een “topje van de ijsberg” er moet veel meer geweest zijn dat niet is ‘beschreven’.

De drie ‘onderdelen’ kunnen los van elkaar worden bestudeerd, maar het is juist de bedoeling van de auteur ze bij het bestuderen van de muziek te integreren. Daar waar in de muziekgeschiedenis de componenten elkaar kruisten, waren de meest bepalende componisten actief. Maes bespreekt er een behoorlijk aantal, maar blijft daarbij kennelijk binnen zijn eigen belevingssfeer. Hieruit volgt dat we dit boek niet een encyclopedie kunnen noemen, waarin alle componisten en hun werken genoemd worden De auteur is duidelijk op zoek naar de raakvlakken van de eerder genoemde drie componenten en geeft daarvan voorbeelden. Het verklaren van de Mattheus Passion van Johan Sebastian kan wel een dik boekwerk opleveren als we in de diepte aan alle drie de componenten een duiding willen geven. Daarbij moet niet vergeten worden: het genieten van de emotie die muziek en de verklaring ervan overbrengen op de luisteraar.

Maes besteedt nogal wat aandacht aan de ontwikkeling van de opera. In de tweede helft van de achttiende eeuw vonden nogal wat hervormingen plaats, theoretisch onder invloed van Francesco Algarotti en Raniero de’ Calzabigi. De klassieke Griekse tragedie werd de kapstok waaraan alle onderdelen van de opera: muziek, dans, kostuums én decor gehangen werden om de poëzie te overkoepelen. De luisteraars/toeschouwers moesten dezelfde gevoelens gaan krijgen als de dichter wilde overbrengen. De componist die zich het meest met die vernieuwingen bezig hield was Christoph Gluck.

Dan komen we bij het genie Mozart. Maes geeft daar twee argumenten voor: 1. “zijn uitzonderlijke begaafdheid … om alle bestaande genres van zijn tijd in zich op te nemen”; 2. “zijn vermogen om die uitgebreide kennis in te zetten voor de weergave van een diepmenselijk verhaal”. De auteur roemt Mozarts opera buffa’s wegens het portretteren van menselijke karakters en drijfveren. De zoektocht van Maes naar raakvlakken vindt hier een hoogtepunt, zeker in de opera buffa Le nozze di Figaro. Deze opera en Don Giovanni worden door de auteur uitgebreid geanalyseerd, zodat zijn leidmotief de lezer echt duidelijk wordt. In de opera buffa komen zeer veel zaken tezamen: conservatieve en progressieve waarden, politiek, sociale vraagstukken en nog veel meer. Het is entertainment van de hoogste plank en met behoud van diepgang.
Natuurlijk is er ook in de ruim honderd jaar na Mozart veel muziek gemaakt die Maes aan zijn analyses onderwerpt. Het gaat de auteur niet om het onderzoek naar één muziekwerk doch over het hele verhaal van de muziekontwikkeling. Maar dat moet u als lezer zelf maar ontdekken.

Maes spreekt zijn grote dank uit aan de musicologe Wye Allanbrook(†), die met haar analyses van Mozarts muziek zijn denken over muziekgeschiedenis op dit spoor heeft gezet. Zelf heeft hij met dit monumentale boek iets volbracht, wat ik ongetwijfeld een standaardwerk mag noemen. Hij moet zeer gedegen onderzoek hebben gedaan, wat ook blijkt uit zijn uitgebreide (geannoteerde) bibliografie van maar liefst zesenveertig bladzijden. Het enige dat ik mis is een lijst met componisten (en hun werken) die in het boek besproken worden. Voor het doorzoeken van het hele werk, zijn er nu alleen enkele in de inhoudsopgave te vinden.

Ik wil dit boek van harte aanbevelen aan alle muziekliefhebbers en het onmisbaar noemen voor studenten muziekgeschiedenis.

Kees de Kievid

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Betoverende klassieker

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken, Klassieker

De tovenaar van Oz – L. Frank Baum – hertaling Margaretha van Andel – illustraties Marieke Nelissen – Lemniscaat – 238 blz. Voordat ik aan het boek begon, las ik eerst het nawoord van respectievelijk…

Boek van de week archief

14-oktober-2019 | Lees verder | Reageer!