Het kwam niet goed…

4-mei-2021 | Categorie: Jeugdboeken, Oorlogsboeken

De andere wereld – Rijk Arends – Den Hertog – 121 blz.

Rijk Arends begon in 2006 met het schrijven van korte verhalen voor volwassenen. In 2017 verscheen zijn eerste jeugdboek: Onder vuur, dat in de Tweede Wereldoorlog speelt. Daarna volgden nog twee jeugdboeken: Overboord (2019) en Tornado (2020). Zijn meest recente boek, gericht op de leeftijdsgroep 10-12 jaar, is getiteld De andere wereld en gaat eveneens over de Tweede Wereldoorlog.

De andere wereld is gebaseerd op het leven van Betty Frank, de oudste dochter in een Joods gezin dat in de jaren dertig/veertig in Ochten in de Betuwe woonde. Vader Sam Frank had er een goed lopende manufacturenwinkel. In 1943 kreeg het gezin een oproep om naar kamp Vught te gaan, waarna er nooit meer iets van hen is gehoord.

Het is niet de eerste keer dat over het leven van de familie Frank – geen familie van Anne Frank – wordt verteld. In 2008 werd een documentaire gemaakt, De andere familie Frank, waarin inwoners van Ochten aan het woord komen die Sam en Marianne Frank en hun twee dochters Betty en Daatje hebben gekend. Ook worden beelden getoond uit bewaard gebleven films, die Sam Frank van zijn  gezin heeft gemaakt. Een warm en liefdevol gezin met een duidelijke plaats binnen de dorpsgemeenschap.

Het verhaal begint eind maart 1943 en eindigt 8 juni 1943. De tienjarige Betty ervaart dagelijks de beperkingen die aan Joodse mensen zijn opgelegd. Zo mogen ze niet meer zwemmen en fietsen, en niet meer met de bus of de trein. Ook mogen ze geen personeel meer hebben, waardoor hun dienstmeisje Margje niet meer bij hen mag werken. En ze moet een ster dragen. Vreselijk vindt ze dat. ‘Stomme ster. Jij bent de schuld van alle ellende!’

Betty vindt het heel erg dat ze niet meer naar school mag, maar gelukkig komt haar juffrouw twee keer per week langs om schoolwerk te brengen. Zo kan ze toch blijven leren. Dat is belangrijk voor haar, want ze wil later de winkel overnemen van haar vader, Frank Manufacturen. Tenminste als haar vader na de oorlog zijn winkel terugkrijgt. Al in 1941 is hem die afgenomen door de Duitsers. Nu speelt ‘mijnheer Gijsens’ er de baas.

Soms is Betty heel opstandig over alles wat gebeurt. Dan gaat ze bijvoorbeeld met haar vriendinnetje Greta naar de winkel van haar vader om er net als vroeger te spelen. Natuurlijk mag dat niet van de ‘Verwalter’, maar ze doet het toch. Thuis praat ze over alles wat niet mag. Ze is bezorgd en vraagt haar vader wat er met hen gaat gebeuren. Haar vader probeert haar keer op keer gerust te stellen: ‘Het komt allemaal goed!’

Op een dag krijgen ze een oproep om naar het kamp in Vught te gaan. Dorpsgenoten proberen vader Frank ervan te overtuigen dat het gezin moet onderduiken, maar die voelt daar niet voor. Te gevaarlijk. En dus bereiden ze zich voor op de reis naar Vught. Op 9 april is het zover. Ze worden opgehaald met een bus. Uitgezwaaid door tal van dorpsgenoten gaan ze op weg naar Vught.

In het kamp wacht hen meteen een grote teleurstelling. Betty en Daatje mogen niet bij hun ouders blijven. Ze moeten, ingedeeld naar leeftijd, in aparte kinderbarakken. Al gauw is duidelijk dat de omstandigheden in het kamp erbarmelijk zijn. Het is er vies, er is ongedierte waardoor velen ziek worden, het eten is slecht en onvoldoende, en er heerst een streng regime. Betty krijgt steeds minder vertrouwen in een goede afloop, ook al heeft haar vader haar steeds voorgehouden dat het wel goed zal komen. Grote zorgen maakt ze zich om haar ouders die hard moeten werken in het kamp en om de zevenjarige Daatje die in een andere barak zit. Ze houdt zich staande door weg te dromen, door aan fijne dingen van vroeger te denken, aan een bezoek aan Scheveningen bijvoorbeeld en aan ijspret. Daarnaast zijn er lichtpuntjes, zoals het wekelijkse bezoek aan haar ouders, haar vriendschap met kampgenootje Zelda, de aardige juf Meier van wie ze les krijgen en het contact met een jongen die ze nog uit de synagoge in Tiel kent. Een hoogtepunt is de viering van Seideravond, het begin van Pesach. Zelfs de Duitse Aufseherin lijkt onder de indruk te zijn.

Maar ook het verblijf in Vught gaat voorbij. Op 7 juni 1943 gaan Betty, Daatje en hun moeder per goederentrein op transport naar Westerbork. Ze blijven er slechts één nacht. De volgende dag staat weer een trein klaar, om hen ‘naar het oosten’ te brengen. Nog één keer zingen ze Hatikva, het lied van de hoop. ‘Dan klinkt het bevel “Instappen!”.’   

Het boek wordt besloten met enkele foto’s van de familie Frank en een kort Nawoord van de auteur, waarin hij toelicht hoe het verhaal tot stand is gekomen en waarom hij het heeft geschreven. Zijn doel is onder meer om ‘door te geven wat Betty zelf nooit heeft kunnen vertellen, zodat we haar en haar familie niet zullen vergeten’.

In dat laatste is Rijk Arends zeker geslaagd. Alles wat Betty en haar familie overkomt, is op indringende en beeldende wijze verteld, echter wel in een voor kinderen begrijpelijke taal. Voelbaar zijn de dreiging, de onrechtvaardigheid, de mensonwaardige omstandigheden in het kamp, maar ook de drang om te overleven, de saamhorigheid en de hoop. Daarbij biedt het boek tal van aanknopingspunten om met kinderen te praten over de oorlog en wat er toen met veel Joodse mensen is gebeurd. Het is een boek dat in elke (school)bibliotheek thuishoort.

Janneke van der Veer

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Overlevingsinstinct 2.0

Categorie: Boek van de week, Levensverhaal

Ik ben een eiland – Tamsin Calidas – Uitgeverij Pluim – Vertaling Hans Kloos – 328 blz. Tamsin Calidas vertrekt samen met haar man Rab vanuit hun drukke leven in Londen naar Schotland en hoewel…

Boek van de week archief

11-mei-2021 | Lees verder | Reageer!