Iets wat mensen tot mensen maakt

30-september-2020 | Categorie: Literatuur, Roman

Het witte land – Rob Verschuren – In de Knipscheer – 150 blz.

Nederlandse schrijvers van buitenlandse herkomst (Yasmine Allas, Sana Valiulina, Abdelader Benali e.v.a.) hebben de Nederlandse literatuur met hun niet-westerse blik en oorspronkelijke stijl in hoge mate verrijkt. Het omgekeerde – Nederlandse auteurs die hun werk systematisch situeren in het (verre) buitenland – komt minder vaak voor: de scheepsarts Slauerhoff en de diplomaat Springer zijn in het oog springende voorbeelden, maar veel andere zijn er niet te noemen. Alleen al daarom verdient het werk van Rob Verschuren (1953), een auteur wiens verhalen en romans zich allemaal afspelen in Zuidoost Azië, meer aandacht dan hij tot nu toe heeft gekregen. Verschuren woont al 35 jaar in het buitenland en hij is, zoals zijn uitgever terecht opmerkt, een voorbeeld van wat Salman Rushdie ‘translated men’ heeft genoemd, expatschrijvers wier geografische, culturele en linguïstische grensoverschrijdingen leiden tot een rijke kruisbeschrijving tussen identiteiten en perspectieven.

Tyfoon, Verschurens eerste roman (2018), beschrijft de levens van twee bevriende Vietnamese jongens en een meisje, van hun laatste schoolweek tot ver in hun volwassenheid. De ene jongen kiest voor een politieke levensweg en brengt het na een burgeroorlog tot voorzitter van het Volkscomité. De ander trouwt met het meisje uit zijn jeugd maar blijft een eenzaat, en trekt zich het liefst terug in een mysterieuze grot waar hij zijn brood verdient met het plukken van kostbare vogelnestjes. De roman dringt in al zijn beknoptheid diep door in het leven en de ziel van drie Vietnamezen en leest – mede door de exotische context – als een sprankelend sprookje.

 Ook Het Karaokemeisje, Verschurens tweede roman, is  geschreven vanuit Vietnamees perspectief, in dit geval de leden van een vrolijke, licht-criminele familie, die herinneringen oproept aan de film Parasite, en weer een heel andere kant van de Vietnamese ziel laat zien.

 Vergeleken met deze twee romans, en ook met de verhalenbundel Stromen die de zee niet vinden, is Het witte land, Verschurens nieuwste, in zekere zin een stap terug. Dit keer geen Zuid-Oost Aziatisch protagonisten maar het perspectief van een witte, 55-jarige Nederlander die tot nu toe weinig gemaakt heeft van zijn leven, en naar het verre Oosten vertrekt voor verlossing.

Al als klein jongetje, met zijn ouders met vakantie in de Oostenrijkse bergen, heeft hij moeite met het leven en met zichzelf: ‘Hier liep hij, in zijn borst klopte zijn hart, hij kon het voelen kloppen, maar welke betekenis had de wetenschap dat hij bestond? Wat zei het over wie hij was? Wat hij was? Ergens moest er een antwoord zijn, of het begin van een antwoord. Hij probeerde het te grijpen, maar het gleed als water door zijn vingers, en op dat moment voelde hij dat hij voor altijd een vreemde voor zichzelf zou zijn.’

Als cynische volwassene kiest hij voor een carrière in de reclame, vrouwen komen en gaan, maar gelukkig is hij niet, en op een dag besluit hij alles achter zich te laten en te vertrekken naar een niet met name genoemd Oost-Aziatisch land, op zoek naar de zwartharige jonge vrouw op een foto uit een tijdschrift:

‘Dat hij de vrouw nooit zou vinden was niet van belang. Hij zag haar niet langer als doel, maar als vertrekpunt. Hij zou andere dingen vinden, net als Columbus. Natuurlijk was de hele onderneming krankzinnig en hijzelf stapelgek, maar alle grote daden en alle grote gedachten hebben een belachelijk begin.’

Eenmaal in Azië doet hij wat veel middelbare mannen doen die een romantische droom najagen, zeker als van hun levens romans worden gemaakt. Hij zwerft eindeloos door de stad, voert lange gesprekken met door het leven getekende lotgenoten, wordt ernstig dronken, en kijkt terug op zijn leven; tot nu toe niets nieuws onder zon. Maar wat Het witte land onderscheidt van veel vergelijkbare romans is dat er iets onverwachts gebeurt, iets wat indruist tegen de spelregels van hoe je een spannend verhaal schrijft. Juist met deze gebeurtenis, en met de aanloop daar naartoe, maakt Verschuren het verband voelbaar tussen zijn jongensgevoel van vervreemding in de Oostenrijkse bergen, en zijn ontworteldheid als middelbare man.  Verlossing begint niet met een daverende klap of een groot gebaar, maar met iets kleins, iets vanzelfsprekends. Met iets wat mensen tot mensen maakt. 

Hein-Anton van der Heijden

 

 

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Ieder voor zich en God voor ons allen

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij

Strafkind – Wieke Hart & Maria Genova – Just Publishers – 249 blz. ‘Ze drukt het pakketje een moment stevig tegen zich aan en licht de putdeksel op. ‘Dag dappere Gaby,’ fluistert ze en drukt…

Boek van de week archief

14-oktober-2020 | Lees verder | 1 reactie