Leven of dood, een keuze?

3-november-2021 | Categorie: Roman

Arab – Parham Rahimzadeh – Prometheus – 2021 – 260 blz.

Hoe is het om op te groeien als je ouders geboorteland Iran ontvlucht zijn en je na een kort verblijf in een AZC in een troosteloze buurt van Schiedam terechtkomt? Je moeder sterft, je vader gaat naar Iran terug om een nieuwe vrouw te zoeken en je oudere broer en zus hebben het huis verlaten. Je blijft achter in die galerijflat waar je voorheen omhuld door de warme deken van een gezin woonde. Bassam, de held van het verhaal, bevindt zich in deze situatie. Twaalf jaar oud. Moederziel alleen. Het leefgeld dat zijn vader heeft achtergelaten is snel op. De straat wacht met al zijn verlokkende en dreigende avonturen. Bassam gaat op pad. Hij kan niet anders. Zijn buurt is een buurt waarin het normaal is als je in het huis van bewaring of de gevangenis gezeten hebt.

Het is een veelkleurige omgeving waarin Bassam ‘Arab’ genoemd wordt vanwege zijn Arabische afkomst, terwijl zijn kornuiten, de broers Gi en Mo, Surinaams zijn. Zij zijn vrienden voor het leven, en hun moeder vangt de moederloze jongen liefdevol op. En dan is er de slimme en mooie Ayla die vanaf de basisschool een grote rol in Bassams leven speelt. Zijn liefde voor haar gaat niet over rozen. Ten eerste is zij Turks, wat een relatie onmogelijk lijkt te maken, en ten tweede zitten er ook andere vooroordelen in de weg, zoals die van mannen over vrouwen, en vice versa. ‘Vooroordelen, ik zit er vol mee,’ bekent Bassam. Het gegeven dat zo’n oordeel niet met de werkelijkheid hoeft te kloppen, zorgt voor onverwachte ontwikkelingen van de personages. Een vriend kan een vijand zijn, een vijand een vriend. Niets is wat het lijkt.

Arab is een ontwikkelingsroman die een bijzondere inkijk geeft in een wrede wereld waarin jongens ronddolen die weinig of geen kansen hebben en geen raad weten met hun leven. Ze staan op de rand van de samenleving en krijgen moeilijk toegang tot het maatschappelijk leven. Misschien kunnen ze daarom neerzien op ‘gewone’ mensen met ‘gewone’ baantjes. Zo zegt Bassam in het begin van de roman over Rick, de assistent-manager onder wie hij werkt in de supermarkt:

“Hij heeft een leren motorjas aan maar hij heeft geen motor. In plaats daarvan heeft hij zo’n tweedehands, gifgroene lowridersfiets met roestvlekken. Dat is zo triest. (…) Een veertigjarige, kalende single vent met een vies paardenstaartje die in een kutflatje in Schiedam woont, in een kutsupermarkt werkt waar hij twintig jaar geleden begon als vakkenvuller en waar hij ook nooit meer weg zal gaan” Bassam gaat verder: “Mensen als Rick zijn mijn motivatie. Ik zal nooit zo eindigen. Ik wil een generaal zijn met een leger dat mij blindelings volgt. Met mensen die van me houden en me bewonderen. Die de grond waarop ik loop kussen.”

En zo’n schitterend topleven bereik je niet door je leven geduldig steentje voor steentje op te bouwen. Om daartoe in staat te zijn moet je vertrouwen hebben in de maatschappij, er deel van uitmaken, geloven dat geduldige inspanning beloond zal worden. Dat is niets voor een jongen als Bassam. Het is alles of niets. Je bent of loser of keizer, blinkende rijkdom of de dood. Een baantje in de supermarkt? Dat is de hel. Het verschil in beloning tussen het eentonige slecht betaalde werk en het dealen op straat is te groot en de keuze voor het snelle geld is dan zo goed als onontkoombaar. Maar in hoeverre kun je van een keuze spreken? Het gaat van kwaad tot erger bij Bassam en zijn vrienden. De jongens beginnen met het stelen van een fiets, het wegbrengen van een klein pakje, om te eindigen met het bezit en gebruik van wapens. Voor velen is het een onomkeerbare ontwikkeling. Bassam en Gi worden zich steeds meer bewust van hun situatie. Tegen het eind van de roman voeren de vrienden het volgende gesprek:

“Aan alles hangt een prijskaartje. Er bestaat niet zoiets als gratis geld, dat weten we allebei. En als je gratis geld krijgt ben je vaak een uitkeringstrekker en heb je helemaal een kutleven. Toen ik begon met dealen wilde ik gewoon wat iedereen had. Dus ook wat jij had: geld in m’n zak en aan m’n lijf. En het allerbelangrijkste, als ik niet was gaan dealen had ik mijn vader niet kunnen helpen,” zeg ik licht geïrriteerd.

“Bassam, wie hou je voor de gek? Jezelf? Het ging niet om jouw vader. Je begon ermee omdat je het zelf wilde! Omdat je niet achter wilde blijven bij de rest.”

“Je praat poep maat.”

“Praat ik poep? Waar is de rest nu? Bijna al die schooiers uit de wijk zitten nu vast, hebben een psychose, zijn neergeschoten of zijn dood.”

Het verhaal wordt verteld in een zich ontvouwend vertelheden met flashbacks die in een ander lettertype weergegeven zijn. Vaak zijn die tijdsovergangen sterk, maar hier en daar vind ik ze niet optimaal. Kwestie van een haastige redactie vermoed ik. Dat geldt zeker voor een spelfout als bezorgt waar bezorgd moet staan. Dat ondergraaft de kracht van de roman overigens niet. De manier waarop de denk- en gevoelswereld van de jongens beschreven wordt is sterk. Natuurgetrouw en overtuigend. De auteur groeide onder vergelijkbare omstandigheden in Schiedam op en het is aan alles te merken dat hij weet waar hij het over heeft. En hij kan het op de lezer overbrengen, de woede, de pijn, de ijdelheid. Maar ook de vertwijfeling en de verlangens. De hoop.

Aan de ene kant is Bassam iemand die graag zijn vuisten inzet, stoer doet en pronkt met mooie kleren, aan de andere kant is hij een gevoelige en diepverdrietige jongen die voor de onmogelijke opgave staat de dood van zijn moeder te verwerken. Als Bassam terugkeert naar Iran bezoekt hij haar graf.

‘Op mijn handen en knieën zit ik voorovergebogen over jouw graf. De tranen spoelen de grafsteen schoon. (…) “Op een dag neem je me mee om samen te vliegen, toch Maman? Als een geduldige jongen wacht ik op die dag.” Ik open mijn ogen weer, ik kijk recht naar boven, in de felle zon. De zon verblindt mijn ogen, net als de haat die ik voor mijn God voel.’

Bassam leeft in een dubbele wereld. Naast het leven op school en straat is er voor hem een wereld waarin hij zijn moeder kan ontmoeten evenals zijn vriend Mo die in de loop van de roman sterft. Uiteindelijk maakt Bassam zijn vwo af en gaat hij in Amsterdam studeren. Dus toch een vrije keuze? Ja. Maar hoe komt het dan dat hij het uiteindelijk wel redt en zoveel anderen niet? De roman geeft inzicht in deze kwestie. Ten eerste is daar de belofte aan zijn moeder om goede cijfers te halen op school en naar de universiteit te gaan. Een belofte die hij niet kan en wil verbreken. Daarbij komt ook zijn aanleg, van moeder natuur heeft hij een behoorlijke dosis intelligentie meegekregen. En dan speelt ook het opleidingsniveau van het gezin een rol. Dat is hoger dan dat van veel anderen uit de buurt, zijn vader was ooit in Iran ingenieur. Tot slot draagt ook zijn meest nabije kring aan de keuze bij: zowel zijn zus, zijn geliefde Ayla en zijn vriend Gi zijn een leven van serieus studeren en werken gaan leiden.

En toch. ‘Uiteindelijk wel redt’ schreef ik. Dat is niet helemaal zeker. Net zoals de personages uit het verhaal filosoferen over een parallelle wereld, zitten er ook in het boek meer lagen. De tentakels van misdaad, daad en wraak zijn lang en geduldig, en niet alleen extern, ook intern. Het lijkt of Bassam met Gi en Ayla volledig in een veilige haven aangeland is, maar iets houdt hem verbonden met die andere, duistere wereld. Wie en wat er uiteindelijk wint? Lees het in deze spannende en aangrijpende roman.

Yolande Belghazi-Timman

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Niet verlost van eenzaamheid

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

De verlossing van Jacob Smallegange – Rinus Spruit – Cossee – 152 blz. Niet Jacob Smallegange, maar Gerard Stroband, is de hoofdpersoon van deze kleine roman van Rinus Spruit. Gerard is het jongere alter ego…

Boek van de week archief

22-november-2021 | Lees verder | Reageer!