Mooie taal, matig verhaal

10-juli-2013 | Categorie: Literatuur

De helleveeg – A.F.Th. van der Heijden – De Bezige Bij – 244 blz.

De helleveegOp dezelfde dag dat Van der Heijden de P.C.Hooft-prijs ontving, een prijs toegekend voor zijn hele oeuvre, verscheen zijn roman De helleveeg. Niet toevallig natuurlijk, maar om te laten zien dat de schrijver nog altijd bezig is zijn oeuvre uit te bouwen.
De helleveeg is het vijfde deel van de cyclus De tandeloze tijd, een van de twee cycli, de andere is Homo Duplex, waaraan Van der Heijden werkt. Even leek het erop dat door de onverwachte dood van zijn zoon Tonio beide cycli nooit afgemaakt zouden worden. Ondanks het feit dat volgens Van der Heijden zijn boeken hun glans hebben verloren in het licht van de dood van zijn zoon, heeft hij toch weer de kracht gevonden om door te gaan. Achterin De helleveeg kondigt hij zelfs aan dat er twee boeken – De ochtendgave en De vondeling – in voorbereiding zijn.

De helleveeg gaat over tante Tiny van der Serckt, de jongste tante van Van der Heijdens alter ego Albert Egberts. Ze is de zuster van Alberts moeder Hanny. De jonge Albert logeert vaak bij zijn opa en oma en observeert zijn tante met wie hij maar twaalf jaar scheelt. Hij doet dat ongemerkt vanuit een hoekje in de kamer, zogenaamd lezend in een boek.
Het boek begint met een korte introductie van tante Tiny, bijgenaamd Tientje Poets, omdat ze lijdt aan een onverzadigbare schoonmaakwoede. Tiny is getrouwd met ome Koos Kassenaar.

“Als tante Tiny ergens de woonkamer binnen kwam, al was het bij wildvreemden, trok ze meteen een helgele stofdoek uit haar jaszak om er links en rechts een terloopse veeg mee over de armleuningen van het meubilair te geven. Het ging allemaal zo snel, ook het weer opbergen van de lap, dat elke ooggetuige zich met recht kon afvragen of hij het wel goed gezien had – als niet die fel okeren vlam, kortstondig uit haar hand gelekt, op ieders netvlies was blijven nagloeien.”

De poetswoede is nog tot daaraan toe, maar de echte woede, want die heeft tante Tiny meer dan genoeg, richt ze op haar vader en moeder, op haar zus Hanny en later op haar man Koos. Tante grijpt elke gelegenheid aan om haar ouders en haar zus te overladen met verwijten. Ze voelt zich uitgebuit door haar vader en moeder, die haar behandelden als een huisslaaf en ze verwijt haar zus Hanny, dat door haar toedoen haar leven is verwoest. De lezer heeft al snel door dat het gaat om een illegale abortus die desastreuze gevolgen heeft gehad voor de vruchtbaarheid van tante. Om te voorkomen dat geen man met haar wil trouwen, moet die onvruchtbaarheid verzwegen worden, want wie wil een vrouw trouwen die een viriele man geen mooi nageslacht kan geven, vooral in het katholieke Brabant van de jaren vijftig en zestig?

Kleine Albert mag tijdens de logeerpartijen bij opa en oma vaak bij tante Tiny in bed kruipen. Daar vertelt ze hem ‘schunnige’ verhalen met cliffhangers, zoals die keer met Pasen. Albert moest stukken van zijn chocolade-ei afstaan om het hele verhaal te horen te krijgen. Albert krijgt, als hij wat ouder is, erotische gevoelens voor tante die wordt omschreven als ‘een mooie meid’. Later als Albert volwassen is, krijgt hij zulke sterke erotische fantasieën dat hij vanuit Amsterdam naar tante in Breda reist en haar zover krijgt dat ze met hem naar bed gaat. Gedurende de reis lijdt hij aan priapisme – een aanhoudende erectie – maar eenmaal in bed met tante, wordt hij impotent.

Tante Tiny is een secreet. Ze is blijven hangen in een wrok die op haar veertiende jaar is ontstaan, een slachtofferrol waar ze haar hele leven niet meer los van komt. Dat heeft ze ook nooit gewild. Ze verwijt anderen dat zij haar leven hebben verwoest, maar juist door niet te ‘groeien’ is ze de verwoester van haar eigen leven. Dat wrokkige en verwijtende van tante gaat op den duur nogal vervelen, als ze voor de zoveelste keer oprakelt wat een onrecht haar is aangedaan.
In nog geen 250 bladzijden krijgen we bijna het hele leven van helleveeg Tiny voorgeschoteld, van puberteit tot aan haar dood, maar door het gebrek aan ontwikkeling, blijft ze min of meer een karikatuur. Net als oom Koos Kassenaar, oom Koest, die altijd onderuit gezakt in een stoel het doen en laten van zijn vrouw observeert en haar zogenaamd tot kalmte maant als ze weer eens een van haar tirades tegen haar familieleden afsteekt, maar er inwendig van geniet.

Ja, er is Tiny onrecht aangedaan, maar door haar keiharde leugenachtige, manipulatieve gedrag, kun je geen sympathie voor haar opbrengen. De helleveeg is een nogal dun, soms ongeloofwaardig verhaal, maar het boek is verteerbaar door het prachtige proza dat Van der Heijden schrijft.

Pieter Feller

Pin It

1 Reactie

  • “prachtig proza”? 80% van het proza doet gekunsteld archaïsch aan. Wat te denken van deze passage op blz. 165:
    “Het gebaar waarmee de hotelportier de langwerpige envelop uit zijn binnenzak trok, had ik als communicantje van zeven zo tragisch gevonden dat het in de loop van vier decennia telkens opnieuw in mijn hand schoot als ik zelf een belangrijk papier tevoorschijn haalde. Zes keer hadden zich sindsdien al mijn lichaamscellen vernieuwd, zonder die speciale onheilstinteling uit mijn vingers te kunnen verdrijven wanneer ik iemand een brief op lichaamstemperatuur overhandigde.”

    De personages zijn ongeloofwaardig, hun tics gezocht, de schrijfstijl waarin alles wordt beschreven is gekunsteld. Ik kan de kleren van de keizer maar niet ontwaren. Ben ik echt de enige?

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!