“Nederland is te netjes, te opgeruimd, te gekaveld.”

15-juni-2013 | Categorie: Interview

Josie KneepkensJosie Kneepkens werd geboren in 1973 in het dorpje St. Michielsgestel vlakbij ’s Hertogenbosch. Toen ze vier jaar was verhuisde de familie Kneepkens naar Zeeland waar ze haar jeugd doorbracht in het monumentale stadje Zierikzee aan de Oosterschelde. Op de lagere school zei ze al dat ze later twee dingen wilde worden; schrijver en muzikant. Na de HAVO volgde echter heel wat omzwervingen van opleidingen en banen. Van het Grafisch Lyceum tot schilder in de buitendienst van haar eigen gemeente, van Culturele Maatschappelijke Vorming tot publiciteitsmedewerker bij diverse podia en theaters.

Pas op haar 28ste deed ze auditie op de Koningstheateracademie in Den Bosch waar ze aangenomen werd. Ze kreeg hier onder meer schrijflessen van Jurrian van Dongen, Bram Vermeulen en Stef Bos en kwam weer in aanraking met haar andere liefde: muziek. Na twee jaar moest ze om persoonlijke redenen stoppen met de opleiding. Ze werd aangenomen als publiciteitsmedewerker bij een stichting voor schouwburgen en begon na zeven jaar in loondienst gewerkt te hebben in 2007 voor zichzelf onder andere als freelance tekstschrijver en journalist. Inmiddels is ze beroepsmuzikant en auteur. Meer informatie over haar is te vinden op www.josiekneepkens.nl en www.musicbyjosie.com.

Hoe ben je op het idee gekomen om Ik vertrek nog niet te schrijven?

Ik had zelf ver gevorderde plannen om naar Frankrijk te emigreren. Ik voel me er vanaf mijn kindertijd al thuis en huilde altijd als we na de vakantie weggingen: “Waarom blijven we hier niet wonen?” In 2010 heb ik met mijn partner van destijds eindelijk de stap durven wagen en het huis te koop gezet. Maar dat schoot niet op. Tijdens dat wachtkamergevoel loop je tegen processen in jezelf aan die je nog niet eerder bent tegengekomen. Het zit namelijk in onze natuur om veiligheid om ons heen te bouwen. Een stad die je kent, mensen waarbij je terecht kunt als er iets is, je vrienden, familie, hobby’s, dokter, tandarts, een vaste baan. Dat moedwillig je losscheuren van je vertrouwde omgeving brengt, (ondanks dat het leuk en één groot avontuur is), enorme processen in jezelf en tussen elkaar teweeg. Er zijn veel televisieprogramma’s en boeken over mensen die al vertrokken zijn, maar ik was op zoek naar het voortraject. Hoe ga je met die processen om? Hebben anderen dat ook? Midden in de nacht werd ik wakker met de titel en het idee. Ben uit mijn bed gekropen en heb kort het idee uitgewerkt. ‘s Ochtends vroeg een andere emigrant in de wachtkamer gevraagd of hij wilde meewerken en misschien een uitgever van emigratieboeken kende. Dat was volgens hem VanDorp en ik heb mijn idee verstuurd. Binnen twee uur had ik al een zeer positieve reactie en aan het eind van de dag een modelcontract. Dolblij was ik, dat er uit deze wachtperiode ook iets leuks was gekomen!

Hoe ben je aan de mensen gekomen die in het boek voorkomen?

Vanwege mijn eigen wachtkamer zat ik al op forums als nederlanders.fr, het roer om, wereldwijzer. Op deze en andere, via, via en de sociale media heb ik oproepen geplaatst. Van de verhalen die binnenkwamen heb ik een selectie gemaakt.

Je zegt op de achterflap van Ik vertrek nog niet dat je zelf al jaren in de wachtstand staat om te vertrekken naar je droomland. Welk land is dat en waarom wil je daarheen?

Zie mijn antwoord op de eerste vraag. En let wel, ik wilde er heen. Inmiddels zijn de plannen gewijzigd, daarover later meer.
Het land: Frankrijk, dat is iets van een vorig leven denk ik. Heb het zogezegd al van kinds af. Later hebben mijn ouders wel de stap gewaagd en zijn in het Zuiden van de Ardèche neergestreken. Iedere vrije vakantieweek die ik had, ging ik erheen en al snel werd het mijn thuis. De Tour de Brison mijn berg, wist ik het beste bakkertje, geitenboertje en paddenstoelenplekken te vinden, de mooiste uitzichten en kende ik al snel veel mensen zodat ik er ook in mijn eentje veilig voelde.

Wat verwacht je dat daar beter zal zijn dan hier in Nederland?

Nog steeds ga ik er een aantal keer per jaar heen. Wat ik er vind is de stilte. Een stilte die wij zelfs op de Veluwe niet meer kennen. Het in de natuur zijn maakt dat mijn geest tot rust komt. Ik kan uren en uren in de verte staren. Tot het donker wordt. Dan luister ik naar het knorren van de wilde zwijnen al wroetend in de aarde of twee uiltjes die elkaar begroeten in de nacht. Een stromend beekje, een lichtje in de verte. Meer hoeft er niet te zijn. Dan hoef ik niemand meer te worden. Dan BEN ik. Het daar wonen en werken is natuurlijk anders dan vakantie vieren. Ik ben er eens langere tijd in mijn eentje geweest om websites te maken voor diverse Franse klanten. Maar dan nog is het tempo anders. Als je een bekende tegenkomt stop je en maak je een praatje. Is dat rond 12.00 uur dan moet je beslist blijven eten. Tegen zessen een aperootje doen. En met je autootje door de bergen rijden op weg naar een klant, met de ramen open in de warme zon, de geur van rozemarijn en tijm insnuivend is toch anders dan onze Hollandse A2, laten we wel wezen.

Ben je niet bang dat je heimwee zal krijgen?

Daar was ik destijds niet bang voor. Ik heb niet zo veel met Nederland als land. Ik houd van bergen, de warmte, droogte, bij een riviertje picknicken in plaats van in mijn dikke trui bij de kachel. Vrienden en familie die ga je wel missen, maar het contact wordt anders weet ik van mijn ouders. Als je elkaar ziet is het intenser. Je hebt veel bij te praten, gaat leuke dingen doen, de omgeving showen. Het gaat niet over koetjes en kalfjes, maar over echte dingen. Dus je krijgt er iets anders voor terug.

Je bent freelance journalist en tekstschrijver, maar je schrijft ook liedteksten en zingt. Wat doe je het liefst?

Haha, leuke vraag! Ik was freelance journalist en tekstschrijver en heb gekozen voor de muziek. Mijn man en ik hebben de wachtkamer namelijk niet overleeft. Wij zouden samen gaan werken met het stel in het hoofdstuk ‘Euforie slaat om in kater’. Alles was geregeld, ze hadden ons een mooie deal voorgelegd en het klikte enorm onderling. De dag voordat we gingen tekenen kreeg ik koudwatervrees en besefte ineens dat ik al enige tijd vastliep in mijn relatie. Ik hoopte ietwat naïef dat de emigratie daar verandering in zou brengen, maar omdat het nu zo dichtbij kwam, besefte ik ineens dat dat natuurlijk niet kan. Met lood in mijn schoenen vertelde ik het eerst mijn man, wat natuurlijk verschrikkelijk was en moest de volgende dag al Ger en Claudia bellen omdat ze ons die avond in Amsterdam verwachtten. Hoe bizar kan de kosmos zijn, want vlak voor ik bel zegt een stemmetje in mijn hoofd, check je email even. Daar las ik het verbijsterende verhaal van Ger dat ze een email hadden gehad van de eigenaar van het hotel-restaurant, dat deze het aan iemand anders verkocht had. Ger vond het verschrikkelijk om ons dat te moeten zeggen, hij wist wat voor grote droom het van ons was. Bizar, hè? Op de avond dat mijn ex man en ik ‘ons gesprek’ hadden, kregen zij dus te horen dat het niet doorging! Hoe duidelijk kan iets zijn? Doordat ik na de scheiding op mezelf teruggeworpen werd, kwam ineens het besef dat de muziek belangrijker is dan emigreren. Dat op een berg in Frankrijk zitten me in de muziek niet verder gaat helpen. Mijn doel is iets in mensen aan te raken. Iets in zichzelf dat ze kwijt zijn geraakt in de loop der tijd, net als ik als dat regelmatig doe. En of dat nu via schrijven gaat of muziek maakt me niet zoveel uit. De nadruk zal op muziek liggen, want dat is wat ik het liefste doe, maar af en toe zal ik terugkeren naar mijn berg en zal er een nieuw boek geboren worden.

Waar komt je liefde voor taal vandaan?

Ik schrijf niet zo zeer vanuit liefde voor taal als wel vanuit mijn interesse in mensen en de processen in ons wonderlijke wezens. In Ik vertrek nog niet heeft het mij intens geraakt hoeveel veerkracht mensen bijvoorbeeld hebben. Hoe ontzettend sterk we kunnen zijn als er heftige dingen gebeuren. Hoe verschillend mensen hiermee omgaan. Dat veel mensen toch in staat zijn te zeggen, dat het ze wat opgeleverd heeft. Zelfs na heftige verliezen! De moed en de kracht die ze hebben om weer op te krabbelen en helemaal opnieuw te beginnen is wat mij zeer ontroerd heeft. Bizar, want midden in het schrijfproces had ik het ook, besef ik nu ineens.

Denk je dat je in Frankrijk makkelijk aan het werk was gekomen?

Nou makkelijk weet ik niet. De Ardèche is arm. Iedereen scharrelt. Ik had er geld kunnen verdienen met websites maken. Ik had voor een makelaar kunnen gaan werken vanwege mijn talen en seizoenswerk is mogelijk. Ik had daarnaast als voordeel mijn enorme ervaring op publiciteit en sociale media gebied. Zaken waarvan de Fransen echt geen geitenkaas hebben gegeten. Als je fysiek niets mankeert en niet te kieskeurig bent, kan je je kostje wel bij elkaar verzamelen. Maar een vetpot is het waarschijnlijk niet. Hoewel, het is maar waar je in gelooft en waar je je focus op legt. En wat je spaarpotje is natuurlijk. De mijne was min tien na de scheiding, dus ik vond dat risico te groot. Ik zie mezelf niet in een busje in het bos slapen. Dat is me teveel avontuur.

Wat was je het meest gaan missen als je hier weg was gegaan? En wat had je heel graag achter je gelaten, omdat je je daar in Nederland zo aan ergert?

Het meest was ik vrienden en familie gaan missen en verder niets. Je referentiekader verandert. Hier vind ik winkelen leuk, leuke kleertjes kopen, naar het theater gaan of de bioscoop. Maar in de bergen interesseert men er zich niet of nauwelijks voor wat je aanhebt, dus ben je daar minder mee bezig. Je leeft meer buiten dan binnen, dus theater en de bios ach, misschien als je weer eens in Nederland bent.
Ik erger me niet aan iets in Nederland, ik mis wel heel veel: De stilte, wilde dieren om ons heen. Een lekker temperatuurtje zodat je hele dagen buiten kunt zijn. Naast een kabbelend beekje zitten, op een berg staan en kilometers vooruit kijken. Fossielen zoeken. Tussen de middag twee uur de tijd nemen om warm te eten. De pikdonkere nachten met het melkwegstelsel en miljarden meer sterren dan hier. De geur van kruiden. Romeinse overblijfselen. Daar baal ik wel van in Nederland, trouwens. Welstandscommissies die zeuren over de kleur van je voordeur, maar ondertussen zwart geteerde schuurtjes uit het jaar 1400 tegen de vlakte meppen omdat er zo nodig het nieuwe stadkantoor moet komen (Gemeente Zierikzee). Dat gebeurt in Frankrijk niet. Ze eren het oude. En ik vind het in Nederland te netjes, te opgeruimd, te gekaveld. In Frankrijk liggen oude Peugeots 206 in het gras. Frankrijk is ruig, stoer, ruw.

In het boek geeft emigratiecoach Saskia Zimmerman tips aan mensen die ons land willen verlaten. Wat zijn volgens jou de belangrijkste tips? Ga je je daar zelf ook aan houden?

Het mooie aan haar tips en eigenlijk het hele boek is dat het geldt voor alle dromen die mensen hebben. Haar drie beste tips in dat geval vind ik: Zorg dat je zoveel mogelijk in het hier en nu leeft, Wacht niet met gelukkig worden tot na je emigratie en de innerlijke oorzaak. Laatstgenoemde bleek bij mij de bottleneck voor het niet doorgaan van de emigratie te zijn. Ik moet eerst mijn missie vervullen. Iedereen heeft een missie, daar geloof ik in. Dat hoeft niet perse op carrièregebied te zijn, dat kan ook zijn dat je mag leren eerst jezelf op één te zetten en daarna pas aan de rest van de wereld mag denken. Of een goede moeder zijn, een oud schuldgevoel aflossen of het jezelf leren gunnen het goed te hebben. Dat kan voor sommige mensen in dat droomland zijn. Anderen moeten eerst met een professional iets uitwerken misschien. En das toch fijner als je dat doet in je veilige bekende wereldje hier. Wie weet creëer je daarmee ruimte en vliegen daarna de deuren naar je droomland ineens open. Pracht van een tip van Saskia. En ja, ik volg ze na, of althans probeer dat. Ik ben nog niet verlicht namelijk.

Je hebt nu je eerste boek geschreven. Smaakt het naar meer en heb je al weer een project op stapel staan?

Ja, de voorbereidingen voor de volgende zijn al in gang gezet tijdens het schrijfproces van dit boek. Hoe en wat is nog even een verrassing. Ondertussen ben ik ook druk bezig met mijn muziekcarrière. Ik heb geen haast. Het leven is langer dan je denkt. Je kan beter goed de tijd nemen is mijn les geweest. Dat zegt Stef ook in zijn voorwoord trouwens.

Wat vind je het leukst aan schrijven?

Het mooiste aan het schrijfproces vond ik de ontmoeting met deze mensen. Wat een bijzondere mensen allemaal! Allerlei leeftijden van 18 tot 67 jaar. Uit allerlei beroepen, gezinnen, stellen en veel mensen die alleen gaan emigreren viel me op. Doordat ze zo openhartig waren hoop ik dat andere emigranten in de wachtkamer en eigenlijk iedereen die zijn droom zo graag verwezenlijkt zou willen zien, of in de put zit of gezeten heeft, hier hoop en moed weet uit te halen. Mijn advies: Twijfel je uit angst, maar vliegen er ondertussen deuren open als je je op het pad van je droom begeeft? Ga het gewoon doen! Teruggaan kan altijd nog en je bent een ervaring rijker!

Hier vind je de recensie over Ik vertrek nog niet.

Pin It

2 Reacties

  • Met erg veel plezier gelezen. Heel helder openhartig en maakt ons nog nieuwsgierige r om het boek te gaan lezen.
    Succes jos6ie met je muziek en schrijven.

  • Mooi openhartig interview.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!