“Niemand kent de toekomst van het Fries”

22-oktober-2016 | Categorie: Interview

nyk-de-vriesNyk de Vries(Noordbergum, 1971) is schrijver en muzikant. Met zijn prozagedichten, ultrakorte absurde verhalen, treedt hij regelmatig op, veelal ondersteund door muziek. Eind 2011 verscheen zijn bundel De dingen gebeuren omdat ze rijmen bij De Arbeiderspers. Naar aanleiding hiervan stond hij veelvuldig op de planken, o.a. op Crossing Border 2011 waar de 3voor12-redactie hem van de optredende schrijvers de hoogste waardering geeft. In 2013 verscheen Glans, een prozaverhaal over zijn tijd als werknemer van Ikea Groningen. Eind 2015 kwam de roman Renger uit, een filmische roadnovel, verweven met een familiegeschiedenis in Friesland en Groningen. Andere publicaties zijn Rezineknyn(Rozijnkonijn) en Prospero, die eerst in het Fries verschenen.

Welke boeken las je als kind? Voornamelijk in het Fries of ook in het Nederlands?

Ik las als kind vooral veel Kameleon-boeken, en oude boeken die nog van mijn vader waren geweest, boeken met prachtige titels als ‘Om twee schitteroogjes’ en ‘Ouwe Bram’. Beide waren van W.G. van de Hulst als ik het me goed herinner. Het eerste jeugdboek in het Fries waar ik helemaal kapot van was, was ‘Swart op Wyt’ fan Akky van der Veer.

Had je als kind al het idee dat je later boeken wilde gaan schrijven of had je heel andere plannen?

Op de middelbare school wilde ik vooral muzikant worden. Ik speelde in een band waarmee we Engelstalige liedjes maakten, maar op een gegeven moment was dat niet meer genoeg. Tijdens mijn studie geschiedenis ging ik steeds meer schrijven, in het Fries en in het Nederlands. Grappig genoeg begint de muziek nu weer een belangrijkere rol te spelen. Onlangs heb ik voor Radio 1 een hoorspel gemaakt op basis van mijn roman ‘Renger’ waarvoor ik zelf de muziek schreef. De live-performance van het hoorspel komt dicht in de buurt van wat ik eerder deed met m’n Engelstalige band, The Amp.

Je eerste boeken verschenen eerst in het Fries. Het was kennelijk toch niet bevredigend om in het Fries te schrijven, want je kiest nu voor het Nederlands. Blijf je dat in de toekomst doen?

Mijn eerste Friestalige boeken (Rezineknyn, Prospero) zijn in een later stadium ook in het Nederlands verschenen (als Rozijnkonijn en Prospero), maar ze kregen toen minder aandacht dan ik had gehoopt, waarschijnlijk omdat ze op dat moment niet actueel meer waren, d.w.z. niet zojuist verschenen. Daarom heb ik ervoor gekozen om Renger eerst in het Nederlands te laten verschijnen, zodat het boek bij verschijning niet al oud was. Ik hoop in de toekomst zowel in het Nederlands als in het Fries te blijven publiceren.
Heeft het Fries als boekentaal nog wel een toekomst, nu steeds minder kinderen het kunnen lezen?
Er wordt al lang gezegd dat Fries als boekentaal geen toekomst meer heeft. Of dat zo is, is moeilijk in te schatten. Wat mij opvalt is dat op de zogenaamde nieuwe media als Facebook en Twitter ontzettend veel in het Fries wordt geschreven, vaak fonetisch, maar daarom niet minder fanatiek. Ikzelf leerde pas Fries lezen toen ik al iets ouder was. Niemand kent de toekomst van het Fries. Het kan kanten opgaan die je niet vermoedt.

Ik neem aan dat je van het schrijven niet kunt leven. Wat doe je daarnaast nog?

Ik leef van mijn werkzaamheden als schrijver en muzikant. Alles wat ik doe probeer ik te laten linken met schrijven of muziek maken. Ik treed regelmatig op, vaak met muziek, en de laatste tijd ook steeds vaker met beeld. Daarnaast maak ik radio, op basis van eigen teksten die ik voorzie van muziek en geluiden. Onlangs was mijn eerste hoorspel te horen in het programma Woord op Radio 1. Eerder maakte ik voor de Vpro verschillende radioverhalen in de serie 1 minuut, korte verhalen die later ook op televisie waren te zien, met toevoeging van animaties. Voor de Friese radio heb ik een lange serie van ultrakorte verhalen gemaakt, onder de noemer ‘De minút fan Nyk’. Sinds kort zijn er ook plannen om te experimenteren met film, maar dat zit nog in de pijplijn. Verder ben ik als docent creative writing verbonden aan de kunstacademie te Arnhem, Artez.

Je won dit jaar de Piter Jellespriis. Voor de niet Friezen, wat is dat voor een prijs? Helpt zo’n prijs je carrière op de een of andere manier, of is het alleen de erkenning van een deskundige jury?

De Piter Jelles Priis is de literaire prijs van de gemeente Leeuwarden, vernoemd naar Piter Jelles Troelstra, voorvechter van de arbeiders. Renger, heb boek waar ik de prijs mee won, is ook te lezen als een ode aan de arbeiders, en dan vooral aan de bouwvakker in de Friese Wouden. Dat was voor mij een opvallende overeenkomst. De prijs heeft zeker invloed gehad op de ontvangst van het boek. Niet lang daarna was de tweede druk van Renger in voorbereiding.

Naast romans schrijf je ook korte prozagedichten. Is dat prettig als afwisseling van het lange werk aan een roman.

De afwisseling is inderdaad erg prettig, en het geldt ook omgekeerd. Na een tijd waarin ik veel prozagedichten had gemaakt, had ik de behoefte om juist weer een langer werk te maken, waarin ik achtergronden kon toelichten en personages kon uitdiepen. Het prozagedicht is voor mij een korte film waarin ik een sfeer kan neerzetten, en de lezer met vragen achter kan laten. In een volwaardige roman kan ik, al dan niet expliciet, pogingen doen om tot een antwoord te komen.
Vragen over Renger:

Ik las dat je zes jaar hebt gezwoegd op Renger. Waarom zo lang en waarom was het zwoegen?

Het maken van Renger duurde zo lang, omdat een deel van wat ik wilde tonen autobiografisch is. Een gedachte uit het boek is dat niet alles gezegd kan worden, en ook niet gezegd moet worden. ‘Iedereen hoeft niet alles te weten,’ zo zegt de vader. Hij heeft gelijk, maar als er teveel in het boek wordt verzwegen, dan tast de lezer teveel in het duister en haakt af. Het in balans brengen van wat gezegd kan worden en van wat niet gezegd kan worden, heeft de meeste tijd en hersenbrekers gekost. Het was zwoegen, omdat ik het mysterie per se onderdeel van het boek wilde maken. Ik had van het boek vrij gemakkelijk een nostalgisch verhaal over het Friese platteland kunnen maken, maar in dat geval had de essentie, het mysterie van wat je wel en niet kunt weten, of wat je wel en niet te weten kunt komen, ontbroken.

Je schrijft dat de vreemdeling, Renger in dit geval, nodig is als motor van het verhaal. Had je het gevoel dat het anders niet zou lukken het boek te schrijven?

Ik wil dat de roman op verschillende niveaus werkt. Ik wil dat de lezer dezelfde verwarring en hetzelfde wantrouwen voelt als de hoofdpersoon, die op zijn beurt het wantrouwen van zijn vader voelt en overneemt. Renger is een personage, maar ook een echo van eerdere ervaringen. Ik heb het met opzet zo gemaakt dat je het op verschillende manieren kunt lezen. Ik wil daar niet teveel over zeggen. Ik heb het willen brengen als een klassiek element, de vreemdeling die de zaak in het honderd brengt. Vooral op het platteland komt dat element steeds weer terug, opgewekt door de drang om weg te gaan, of in ieder geval door de drang om meer te willen zien dan wat voorhanden is. Er is van alles voor en tegen te zeggen. Degene met nieuwe ideeën en nieuwe dromen is een held en tegelijk een manipulator die gewantrouwd moet worden. Het is een bekende slogan geworden de afgelopen dertig, veertig jaar, als een naoorlogs archetype: Droom groot. Denk groot. Dit boek speelt daarmee en is uiteindelijk vooral een statement voor het kleine gebaar, omdat de nadruk op het groot dromen is doorgeschoten, volgens mij, tot we natuurlijk over een aantal jaren allemaal weer zo conservatief zijn geworden dat er weer een tegenbeweging nodig is. Er is niks definitiefs over te zeggen. Zoals in het boek wordt gesteld: ‘Steeds opnieuw moet de werkelijkheid worden benaderd en bevochten.’

Renger heb je in het Nederlands geschreven. Is dat moeilijker dan in het Fries, dat je eerste taal is, of maakt het je niet uit? Komt er een Friese vertaling?

Op 26 november verschijnt de Friese versie van Renger. De boekpresentatie vindt plaats tijdens het festival Explore the North te Leeuwarden. Ik spreek met opzet over een Friese versie, en niet over een Friese vertaling, omdat delen van de roman ook oorspronkelijk in het Fries zijn geschreven. Er is wel degelijk een verschil tussen het schrijven in de twee verschillende talen. Het ene is niet moeilijker of makkelijker dan het andere. Je kunt andere accenten leggen. In het Fries heb ik snel de neiging om het smeuïg op te schrijven, om te spelen op het sentiment, omdat ik weet dat sommige woorden of formuleringen sentiment bij de lezer oproepen. Het Nederlands is kaler en werkt vaak goed in haar directheid, zoals cabaret in het Nederlands goed en hard aan kan komen.

Kostte het je moeite zo openhartig en eerlijk over uzelf en je familie in een klein dorp te schrijven?

Tijdens het proces heb ik er geen moeite mee gehad. Pas achteraf werd ik me meer bewust van de mogelijke effecten. Een vroege versie van het boek heb ik aan mijn broer en twee zussen laten lezen. Zij hebben vooral nog aanwijzingen gegeven, om het beter en compacter te maken. Mijn oudste zus beschouwde het als een cadeau. Dat was voor mij een teken dat ik de goede balans had gevonden.

Vragen: Dick Huitema en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!