Nooit vergeten en nooit vergeven

19-oktober-2016 | Categorie: Biografie & Autobiografie, Non-fictie, Oorlogsboeken

Betty. Een joodse kinderverzorgster in verzet – Esther Göbel & Henk Meulenbeld – Gibbon – 320 blz.

betty-een-joodse-kinderverzorgster-in-verzetBetty. Een joodse kinderverzorgster in verzet is op 29 september 2016 gepresenteerd, de dag dat in 1943 Amsterdam Judenrein werd verklaard. De nacht ervoor vond de laatste razzia plaats en werden de laatste kinderen uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg op transport gesteld. Samen met o.a. Walter Süskind heeft Betty Oudkerk, aan wie dit boek gewijd is, ervoor gezorgd dat honderden kinderen konden ontsnappen, onderduiken en de oorlog overleven. Toen de crèche sloot, was het ook voor haar tijd om onder te duiken. Veel van haar familieleden waren toen al weggevoerd naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. In dit boek wordt weer eens duidelijk beschreven wat de weerslag is op een mensenleven van zulke vreselijke gebeurtenissen.

Lang heeft Betty Oudkerk, zoals zovelen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, niet over haar belevenissen in de crèche en haar onderduiktijd willen praten. Voor haar kinderen en kleinkinderen heeft ze zich over haar weerzin heen gezet en haar verhaal verteld, dat door Göbel en Meulenbeld is opgeschreven. Natuurlijk is het een persoonlijk verhaal, maar toch ook een universeel verhaal over het lot van de joden in de Tweede Wereldoorlog. Het boek begint nog redelijk opgewekt als het over de jeugd van Betty gaat en de winkel(s) van haar vader die het voor de oorlog voor de wind gaat. Vader heeft een zaak in textielwaren in de Van Woustraat te Amsterdam. De handel groeit gestaag en er worden steeds meer panden aangekocht en bij de zaak gevoegd. Betty heeft een redelijk onbezorgde jeugd met vader moeder, haar broers Gerrit en Nol, haar zus Leni en haar jongere broer Jaap. De lagere school doorloopt ze vlot, maar op de MULO komen er wat problemen. Betty heeft een hekel aan een aantal vakken en gaat tenslotte naar de huishoudschool en volgt de cursus kinderverzorging. Dan breekt de oorlog uit en moet ze van school. Hoewel ze de opleiding niet heeft afgerond krijgt ze toch een diploma zuigelingen- en kinderverzorging. Verzorgen zit in Betty’s bloed. Als kind verzorgde ze haar poppen, later de kinderen in de crèche, haar eigen kinderen en tenslotte haar dementerende man Bram.

Vader Oudkerk is vlak voor de oorlog aan een hersenbloeding gestorven en moeder neemt de manufacturenwinkel over. In de oorlog wordt de zaak onteigend en krijgt een bewindvoerder, de weduwe Koot, de vrouw van de vermoorde NSB’er Hendrik Koot. De familie woont nog boven de zaak, maar mag er niet meer komen. Koot ruïneert de zaak en besteelt de familie Oudkerk. Intussen heeft Betty een baantje gekregen bij de kindercrèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. De crèche was oorspronkelijk opgezet om kinderen van Joodse handelslui en diamantslijpers op te vangen en die zitten er aanvankelijk ook nog. Als de Hollandsche Schouwburg als opvangcentrum voor opgepakte joden gaat dienen, komen de kinderen van hen aan de overkant in de crèche terecht, omdat de Duitsers geen gejank en geschreeuw in de schouwburg wilden.
Moeders mogen soms oversteken om hun baby’s te zogen. Soms lukt het om de schouwburg op die manier te ontsnappen. Betty en haar collega’s proberen ouders die op transport gaan ervan te overtuigen om hun kinderen achter te laten en te laten onderduiken. Velen doen dat, maar lang niet iedereen. Vooral het feit dat er toch veel kinderen zijn afgevoerd naar Duitsland knaagt nog altijd aan Betty, die vindt dat ze misschien meer had moeten of kunnen doen om ze te redden.

Toen de crèche sloot, dook Betty Oudkerk zelf onder. Ze kwam bij de eigenaar van een houthandel en zijn gezin in Bloemendaal terecht, waar ze gedurende de oorlog werd gebruikt als goedkope huishoudster. De man des huizes, de heer Rot, probeerde ook nog om Betty te misbruiken, wat hem overigens niet lukte. Een lot dat waarschijnlijk vele joodse vrouwelijke onderduikers zal hebben getroffen.
Na de oorlog trouwt ze met Bram Goudsmit. Ze beginnen uiteindelijk een makelaarskantoor en verdienen daar zeer goed hun brood mee. Betty noemt zichzelf een toneelspeelster die in zware omstandigheden toch maar bleef lachen. Over de oorlog wilde ze heel lang niet praten. De herinneringen waren te heftig. Ook uit dit boek komt weer naar voren dat veel Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog met gemak joden verraadden en hun huizen en huisraad inpikten. Het verzet bestond uit een relatief kleine groep mensen en natuurlijk waren er ook de gezinnen die onderduikers huisvestten, maar ook dat was geen grote groep. Niet voor niets zijn er in Nederland percentueel gezien de meeste joden van alle Europese landen weggevoerd en in de kampen van de Nazi’s vermoord.

Betty Oudkerk heeft nooit kunnen vergeten en vergeven en dat is begrijpelijk. Ze is altijd scherp geweest op jodenhaat en wil niets te maken hebben met NSB’ers en ook niet met hun kinderen. Haar leven lang wilde ze niet met de trein reizen en onder de douche. Ze heeft moeite om zich aan anderen, zoals haar kinderen en kleinkinderen te hechten, omdat ze nog altijd vreest dat ze zomaar zouden kunnen verdwijnen. Betty. Een joodse kinderverzorgster in verzet is een indrukwekkend verslag van de gevolgen van een waanzinnige oorlog.

Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Genieten met een hoofdletter G

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken, Klassieker

Oliver Twist – Charles Dickens – Hertaling Tiny Fisscher – Illustraties Annette Fienieg – Uitgeverij Volt – 293 blz. Oliver Twist had de pech om rond 1830 geboren te worden in een armenhuis. Zijn moeder…

Boek van de week archief

29-juni-2020 | Lees verder | Reageer!