Tussen stad en vaderland

25-januari-2020 | Categorie: Geschiedenis, Non-fictie

De stad als vaderland – Tymen Peverelli – Uitgeverij Vantilt – 422 blz.

De negentiende eeuw wordt dikwijls beschreven als een nationalistische eeuw. Maar nationalisme beperkt zich niet tot de landsgrenzen. Steden hadden in de Nederlanden veel oude culturele instellingen en een grote mate van politieke zelfstandigheid gekend in hun geschiedenis. De hoofdsteden (‘eerste steden’) en de grote steden die hen politiek en economisch beconcurreerden (‘tweede steden’) vormen dan ook logischerwijze een belangrijk item in de bestudering van het nationalisme. Hoe keken de geleerde inwoners van deze steden naar de nieuw gevormde nationale staten België en Nederland? Werkten ze mee aan de verheerlijking van de nationale staat of rebelleerden ze juist tegen het hogere gezag ten voordele van hun eigen stad?

In zijn promotieonderzoek richt onderzoeker Tymen Peverelli de focus op de zogenaamde ‘derde steden’, provinciesteden die in de negentiende eeuw in de nationale eenheidsstaat genoegen moesten nemen met de rol van regionaal middelpunt. Deze tussenpositie resulteerde in een sterk zelfbesef: vanwege de vaak beperkte politieke macht grepen ze terug op een groots verleden.

Voor zijn onderzoek maakte Peverelli een weloverwogen keuze van drie ‘derde steden’ gelegen in heel verschillende gebieden: Brugge, Leeuwarden en Maastricht. De verschillende manieren waarop die steden binnen het nationale geheel werden verbeeld speelde een belangrijke rol bij de selectie. Brugge werd gezien als een kroonjuweel van zowel het Belgische en Vlaamse nationalisme als het West-Vlaamse regionalisme. Leeuwarden nam een middelaarspositie in tussen het geïdealiseerde plattelandse Friesland en het verstedelijkte Holland. Maastricht ten slotte werd de belangrijkste katholieke stad van een marginale provincie in het overwegend protestantse Nederland.

Om de visies van de erudiete bewoners (geleerden, literatoren, kunstenaars, architecten, geestelijken, toerismepromotoren die de stedelijke cultuur vormgaven en propageerden) betreffende de relatie tussen stad en natiestaat onder te brengen ontwikkelde de auteur een kwadrant. Langs de horizontale as staat aan de ene kant het gelokaliseerd nationalisme en aan de andere kant het stadsparticularisme. De verticale as is onderverdeeld tussen een culturele en politieke thematiek. Vervolgens plaatste de auteur verschillende activiteiten (zoals gedenktekens, optochten, oprichten van verenigingen) in deze kwadrantengrafiek. Zoals de auteur ook toegeeft blijkt uit het onderzoek dat de meeste activiteiten niet eenduidig aan een kant van het spectrum onder te brengen zijn.

Het eerste hoofdstuk richt zich op een aantal geleerde en literaire activiteiten zoals oudheidkunde, geschiedschrijving, poëzie, romankunst en toneel in de genoemde steden tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw. Het daaropvolgende hoofdstuk concentreert zich vervolgens op publieke herdenkingen (meer specifiek op gedenktekens, optochten, stoeten, processies, koninklijke intochten). Voor de stad Brugge bijvoorbeeld wordt hier de Heilig-Bloedprocessie en het standbeeld van Jan Van Eyck bestudeerd. Het derde hoofdstuk gaat verder waar het eerste hoofdstuk ophield: het verloop van de lokale geleerdheid en literatuur staat terug centraal maar dan vanaf de jaren 1860 tot 1914. Het volgende hoofdstuk is dan weer een vervolg op het tweede hoofdstuk en bestudeert de stoeten en de standbeelden vanaf de jaren 1860. In Leeuwarden werden in die periode talrijke herdenkingen van het Nassauverleden georganiseerd. In Maastricht stonden dan weer de heiligdomsvaarten en het Minckelersbeeld centraal. Het voorlaatste hoofdstuk behandelt de geschiedenis van de lokale monumentenzorg. Het boek eindigt met een beschrijving van hoe de vooral intellectuele ideeën over het stedelijk karakter vermarkt werden door het opkomende toerisme. Gidsenschrijvers en VVV’s beriepen zich hierbij op typische elementen uit het lokale verleden of de folkore om hun steden voor bezoekers aantrekkelijk te maken.

De stad als vaderland is de publieksversie van het promotieproefschrift dat historicus Tymen Peverelli verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam. Het is dan ook bedoeld voor een gespecialiseerd of toch minstens sterk geïnteresseerd publiek. Het werk bevat een uitgebreid notenapparaat en een indrukwekkende bronnen- en literatuurlijst. De auteur heeft ook de nodige moeite gedaan om talrijke afbeeldingen in zwart-wit en kleur op te nemen in zijn werk (met bronvermelding!). Achter in is nog een register met namen aanwezig.

De bestudeerde steden Brugge, Leeuwarden en Maastricht kunnen alle drie buigen op een groots verleden. Op een bepaald ogenblik in de geschiedenis is de leidende rol van deze steden op de achtergrond geraakt. De interesse van historici gaat dan ook vaak minder uit naar dit recentere verleden. Deze studie heeft onder meer de verdienste dat wordt aangetoond dat de op het eerste gezicht minder spectaculaire negentiende eeuw wel een grote invloed heeft uitgeoefend op deze steden. Veel van wat nu bewaard is gebleven op historisch vlak (gebouwen, standbeelden, historische evenementen) hebben we te danken aan de inspanningen van een aantal trekkers in die periode.

Kris Muylle

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Genieten met een hoofdletter G

Categorie: Boek van de week, Kinderboeken, Klassieker

Oliver Twist – Charles Dickens – Hertaling Tiny Fisscher – Illustraties Annette Fienieg – Uitgeverij Volt – 293 blz. Oliver Twist had de pech om rond 1830 geboren te worden in een armenhuis. Zijn moeder…

Boek van de week archief

29-juni-2020 | Lees verder | Reageer!