Van peuterverhalen naar fantasy

15-november-2014 | Categorie: Interview

Jasper PolaneJasper Polane is regisseur, animator, illustrator en scenarioschrijver. Zijn bedrijf Polanimation is vooral bekend van de kinderserie Dip & Dap. Dip & Dap is een tekenfilmserie over twee jonge giraffen. De verhaaltjes over het duo zijn zeer eenvoudig. Dip en Dap komen elke keer in een nieuwe omgeving en situatie terecht. Ze zijn net als de doelgroep zeer nieuwsgierig. Zo willen ze van alles weten, aanraken en nieuwe dingen uitproberen. Op deze manier leren ze van en met elkaar. De figuurtjes en vriendjes van Dip en Dap zijn gebaseerd op tekeningen van de tekenares Jet Middag. De afleveringen van de serie zijn geschreven en getekend door Jasper Polane.
Daarnaast maakt hij bedrijfs- en instructiefilms en is hij zich de laatste tijd steeds meer toe gaan leggen op het schrijven van fictie en het ontwikkelen van games. Zijn eerste boek voor volwassenen is Lege steden het eerste deel van de Fantasy thrillerserie De onzichtbare maalstroom.

Je eerste boeken waren de kinderboeken over Dip en Dap. Is de overstap naar een roman voor volwassenen makkelijk gegaan?

Eigenlijk ging dat wel gemakkelijk. Toen ik Dip & Dap schreef concentreerde ik me op thema’s die voor kinderen herkenbaar en belangrijk zijn: buiten spelen, naar de dierentuin, vervelen als het regent, dat soort dingen. Voor Lege steden heb ik gewoon volwassen thema’s gekozen: een nieuwe baan beginnen, iemand verliezen, moeten kiezen tussen wat iedereen van je verwacht en wat je zelf denkt dat het beste is.

Een roman vergt toch veel voorbereiding. Hoe ben je te werk gegaan?

Ik ben begonnen met een uitgebreide synopsis te schrijven. Daarna heb ik die samenvatting in hoofdstukken onderverdeeld en puntsgewijs opgeschreven wat er in elk hoofdstuk ging gebeuren.
Tijdens het schrijven heb ik me vervolgens nauwelijks aan deze outline gehouden, omdat ik veel betere ideeën kreeg. Ik denk dat uiteindelijk slechts 20% van de synopsis ook daadwerkelijk in het verhaal terecht is gekomen.

Heb je vaste schrijftijden of schrijf je als het zo uitkomt?

Ik schrijf eigenlijk wanneer ik maar tijd heb, maar ik probeer wel iedere dag te schrijven. Dat lukt helaas niet altijd.

Welke boeken/schrijvers hebben Lege steden beïnvloed?

De boeken van Amber, door Roger Zelazny, en De Donkere Toren van Stephen King hebben beiden grote invloed gehad op Lege steden. Allebei spelen ze zich af in verschillende werelden en zijn ze geen standaard Tolkieneske fantasy. Verder heeft Jane Austens Pride and Prejudice de verhaallijn van Heike duidelijk beïnvloed.

De nanowrimo (national novel writing month) is weer van start gegaan, klopt het dat de basis van Lege Steden daar ook is gelegd?

Klopt! In 2008 deed ik aan nanowrimo mee en schreef ik 50000 woorden aan Lege steden. Ik heb er daarna natuurlijk veel aan gesleuteld en herschreven, maar er is ook veel hetzelfde gebleven. De hoofdstukindeling is bijvoorbeeld nog steeds die van de eerste versie.

Toen je aan Lege Steden begon, had je toen meteen voor ogen dat het om een serie zou gaan of is dat gaandeweg ontstaan?

Ik heb Lege steden oorspronkelijk als een op zichzelf staand verhaal geschreven. Pas toen ik het manuscript ging reviseren, bijna 3 jaar nadat ik het had geschreven, kreeg ik het idee om er een serie van te maken. Ik denk trouwens dat het nog steeds goed afzonderlijk te lezen is.

Het verhaal leest vlot en de gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Denk je dat je dit tempo goed vast kunt houden in een volgend deel?

De eerste versie van het tweede deel is af en ik denk dat het tempo daarin zelfs iets te hoog ligt!

Er is bewust gekozen voor verschillende lettertypen in het boek. Elke wereld zijn eigen lettertype. Dit is niet voor iedereen in eerste instantie meteen duidelijk. Soms werd er gedacht dat het aan de drukker lag. Neem je dit soort kritiek voor lief of zet je het voort in de volgende delen?

Het grootste deel van de lezers had het wel door en vond het juist heel gaaf. Diegenen die de link niet legden vonden het niet héél erg vervelend en nog steeds een goed idee toen ik ze erop wees. Dus ik ga het in het volgende boek weer toepassen, vooral omdat ik het zelf mooi vind.

Het verhaal kent vele thema’s; spanning, eenzaamheid, liefde, verdriet, vertrouwen, en achterdocht en speelt zich af in een steampunkachtige setting met thrillerachtige elementen. Kortom het verhaal laat zich niet snel in een hokje stoppen. In welk genre valt het volgens jou?

Ik noem het boek zelf een fantasy thriller. Het is fantasy, omdat het zich duidelijk afspeelt in niet-bestaande werelden die zijn gebaseerd op het verleden. Maar het verhaal zoekt de grenzen van het genre op en gaat met alle spanning richting thriller. En uiteindelijk misschien richting horror.

Wat is voor jezelf het hoofdthema van het boek?

De personages zijn gevangen in levens van angst, achterdocht en eenzaamheid, maar proberen dat ook te ontsnappen en een zekere vrijheid te veroveren. Werner zit aan het begin van het boek aan de grond en vlucht naar de Alixwereld om die vrijheid te krijgen. Heike voelt zich opgesloten door de sociale regels van de samenleving en probeert zich vrij te vechten. Edison heeft zich al lang geleden vrijgevochten: zij is eigenlijk wat Heike zou kunnen worden.
Vrijheid, en streven naar vrijheid, is denk ik het hoofdthema van het boek, omdat het alle personages raakt.

De hoofdfiguur in het boek, Werner Boren, wordt ontvoerd naar de parallelle wereld om daar de Werner Boren op te volgen die er niet meer is. Omdat hij een dubbelganger heeft gaat hij op zoek naar de dubbelganger van zijn verloren liefde. Want waarom zou hij de enige zijn die een dubbelganger heeft. Heb je zelf met de gedachte gespeeld om alle karakters te voorzien van dubbelgangers die naast elkaar in verschillende werelden leven?

Nee, nooit. Het idee van parallelle werelden die hetzelfde zijn maar net even anders komt vaker voor in sciencefiction, maar ik wilde juist werelden die van elkaar verschilden. Het komt in Lege steden nog niet zo naar voren, omdat het zich volledig in de stad afspeelt, maar de werelden zijn totaal anders. Ze hebben slechts twee dingen gemeen: de stad Otrostaadt en De Onzichtbare Maalstroom.

Heike Krim, lid van de inquisitie, is voor de tijd/wereld waar in zij leeft een sterke geëmancipeerde vrouw, toch speelt bij haar het gevoel van angst en wantrouwen, net als bij de andere karakters, een grote rol in haar doen en laten. Kan je zeggen dat angst de rode draad door het boek is?

Ja, het is in ieder geval een belangrijk terugkerend element in het boek. In veel situaties is het de grootste drijfveer van de personages. Het mooie van angst en wantrouwen dat ze mensen dingen laat doen die ze anders niet zouden doen, of waar ze later spijt van krijgen. Daar kun je als schrijver goed gebruik van maken.

Wil je hier je vijf favoriete boeken noemen, met een korte omschrijving?

Vijf maar? Dat is moeilijk! Maar vooruit:

Embassytown van China Miéville – Mijn favoriete sciencefictionroman. Het speelt zich af op een andere planeet waar wezens wonen waarvoor taal alles is. De hoofdpersoon is een vergelijking in hun taal. Geen makkelijk boek, maar een verhaal dat je alleen bij Miéville krijgt.

Het Transgalactisch liftershandboek (Hitchhiker’s Guide to the Galaxy) van Douglas Adams – Eigenlijk de hele trilogie (van vijf delen), want ik weet nooit welk stuk in welk boek zit. Ik herlees boeken bijna nooit, maar deze serie heb ik zo vaak gelezen dat ik hele stukken kan dromen.

Zwaarden tegen de dood (Swords Against Death) van Fritz Leiber – De Zwaardenserie is de reden dat veel van mijn eigen fantasyverhalen zich in steden afspelen. De reeks bestaat uit bundelingen van korte verhalen die aan elkaar zijn geschreven tot een roman. Dit tweede deel bevat de oudste verhalen, die een prachtige, gothische sfeer ademen.

De stervende aarde (The Dying Earth) van Jack Vance – Ik vind het eerste boek uit deze reeks het mooist, met zijn vreemde combinatie van fantasy en technologie. De stervende aarde bevat een aantal van de creepiest monsters in fantasy: Deodands en Chun, de Onvermijdelijke.

The Year of Our War van Steph Swainston – Onsterfelijken vechten tegen een invasie insecten. Hoofdpersoon is Jant, de onsterfelijke boodschapper, de enige op de wereld die kan vliegen (ook al heeft iedereen vleugels). Jant is drugsverslaafd en zijn trips brengen hem naar een parallelle wereld. Erg cool.

Vragen: Conny Schelvis en Pieter Feller

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!