‘Ze noemden me duivelskind’ wereldwijde bestseller

13-december-2014 | Categorie: Interview

Elaine and MichaelaElaine DePrince is schrijfster, en moeder van zowel eigen als adoptiekinderen. Haar adoptiedochter Michaela is ballerina en maakt momenteel furore bij Het Nationale Ballet te Amsterdam. Samen schreven ze Michaela’s verbijsterende en ontroerende levensverhaal Ze noemden me duivelskind. Een interview over schrijven, lezen en lievelingsboeken.

Vraag aan Elaine: Vanaf de dag dat je Michaela adopteerde heb je aantekeningen gemaakt. Had je toen al het plan om ooit een boek over haar te schrijven, of ontstond dat gaandeweg?

Ik was niet van plan een boek over haar te schrijven. Toen ik haar adopteerde, was ze nog maar vier, maar ze zat wel al vol verhalen over haar leven in Sierra Leone. Kinderen vergeten hun vroege jeugdherinneringen gauw en ik wilde dat Michaela er de beschikking over zou hebben als ze wat ouder was. Als ze dus een verhaal vertelde, schreef ik dat meteen op. Ik heb haar ook vaak ‘geïnterviewd’, terwijl zij aan de warme chocolamelk en een koekje zat. Dat groeide uit tot een ritueel. Het materiaal dat ik op die manier bij elkaar schreef, was bedoeld voor persoonlijke doeleinden, maar toen we werden gevraagd om haar memoires op te schrijven, hebben we er natuurlijk gebruik van gemaakt.

Vraag aan Elaine: Was je al schrijver voordat je dit boek schreef?

Hiervoor schreef ik artikelen en verhalen voor een kindertijdschrift. Verder heb ik als ghost writer wetenschapsartikelen geschreven voor mensen die niet over voldoende schrijfkwaliteiten beschikten om dat zelf te doen. Ik heb ook veel nieuwsbrieven en artikelen geschreven voor gezondheidsorganisaties. In 1997 verscheen mijn eerste boek, ‘Cry Bloody Murder’, ook bij Random House, een non-fictieboek voor Amerikaanse hemofiliepatiënten waarin ik HIV-besmette bloedtransfusies aan de kaak stel.
Tijdens het opgroeien en opvoeden van Michaela en haar vijf zusters, begon ik fictie te schrijven voor kinderen en jongvolwassenen. Toen ik die bij een agent inleverde, vroeg die of ik niet samen met Michaela haar memoires wilde opschrijven.

Schrijven over en met Michaela was een stuk makkelijker dan het schrijven van ‘Cry Bloody Murder’, omdat ik geen mogelijke rechtszaken van multinationals boven mijn hoofd had hangen. Aan de andere kant was het moeilijker dan fictie omdat ik mijn fantasie niet de vrije loop kon laten. Ook kon ik niet zomaar karakterontwikkelingen verzinnen. Dit was Michaela’s verhaal, gebaseerd op de aantekeningen die ik jarenlang had bijgehouden. Het was belangrijk om haar herinneringen zo accuraat mogelijk op te schrijven, in haar eigen stem. Het moeilijkste was het om ons te herinneren wanneer alles precies had plaatsgevonden. Michaela wist ook vaak niet meer hoe oud ze ook alweer was op het moment dat er iets belangrijks in haar leven gebeurde. We raakten nog wel eens verstrikt in gebeurtenissen, vooral toen we bij het stuk waren van de ‘Youth America Grand Prix’. De leeftijd die door die hele competitie heen gold, was je leeftijd op 1 januari van dat jaar, ook al was je vóór de finale jarig geweest.

Vraag aan Elaine: Jullie zijn beide auteur van Ze noemden me duivelskind. Hoe zijn jullie te werk gegaan?

Ik had een fictief prentenboek geschreven over Michaela’s tutu die ik zelf had gemaakt en dat ingeleverd bij literair agent Adriana Dominguez van Full Circle Literary. Zij kwam met het idee op Michaela’s memoires op te schrijven voor jongvolwassenen. Het manuscript dat ik had geschreven ging op die manier van een verhaaltje van zevenhonderd woorden naar een boek van tweehonderdvijftig pagina’s. Eerst moest Michaela niet dénken aan het schrijven van een boek. Ze was pas zeventien en net van de middelbare school. Ze hield enorm van wiskunde, maar gruwde van de beruchte opstellen die bij andere vakken verplicht waren. Ik moest haar beloven om het schrijven voor haar zo gemakkelijk mogelijk te maken. Ik zou gebruik maken van de dagboeken die ik had bijgehouden en zij zou me herinneringen die haar te binnen schoten toesturen. Vervolgens schaafde ik die bij en gaf ze een plek in het boek.

Vraag aan Michaela: Hielp het schrijven van dit boek je om je jeugdherinneringen (deels) te verwerken of had het juist het tegenovergestelde effect?

Ik denk wel dat het me geholpen heeft in het verwerkingsproces. Tijdens het schrijven van het boek kwam ik er weer oog en oog mee te staan, maar daardoor kon ik ook zien hoe ver ik was gekomen in het leven en me gelukkig te prijzen met de goede afloop.

Vraag aan Michaela: Je wortels liggen in een cultuur van verhalen vertellen. Vertelden je biologische ouders je verhalen, of werd je voorgelezen, of beide? Zo ja, herinner je je die verhalen nog?

Mijn ouders vertelden me verhalen in ‘Mende’ – een van de dialecten in Sierra Leone – en ze lazen me in het Arabisch voor. De meeste verhalen gingen over dieren, vooral slangen, luipaarden en ongehoorzame meisjes die ronddwaalden in de jungle. Ik kan me geen specifieke details herinneren. Mijn zus Mia vertelde me later namelijk verhalen over een luipaardprinses en mijn Amerikaanse vader vertelde me kampvuurverhalen over ‘Sneaky Snake’. Zoveel jaren later is dat in mijn geheugen allemaal een beetje door elkaar geraakt.

Vraag aan Michaela: Welk kinderboek heeft vroeger het meeste indruk op je gemaakt en waarom?

Ik was dol op ‘Green Eggs and Ham’ van Dr. Seuss, omdat het een makkelijk te lezen boek was en het altijd leidde tot gezellige kookmomenten met mijn moeder – we maakten dan groene eieren. Maar ik was pas écht dol op ‘Charlotte’s Web’ van E.B. White. Het gaat over liefde en vriendschap en over bereid zijn offers te brengen voor de mensen van wie je houdt. Ik vind het bijzonder dat E.B. White een spin als heldin heeft gekozen, een dier dat we vaak als lelijk en afstotend ervaren, terwijl Charlotte juist een mooi en lief personage is.

Vraag aan Michaela: Heb je nog boeken uit de tijd dat je klein was?

Ja, maar die zijn bij mijn moeder thuis. Sommige heb ik weggegeven aan neefjes en nichtjes, maar natuurlijk niet mijn originele uitgave van ‘Charlotte’s Web’.

Vraag aan Michaela: Vind je naast je drukke leven als balletdanseres tijd om te lezen? En zo ja, wat lees je dan het liefst?

Ik maak graag tijd vrij om te lezen om soms even uit de dagelijkse realiteit te ontsnappen, al bestaat die realiteit uit hetgeen ik het liefste doe: dansen. Op dit moment is ‘The Giver’ van Lois Lowry een van mijn favoriete boeken, samen met ‘Shanghai Girls’ van Lisa See, ‘The Happiness Project’ van Gretchen Rubin, and ‘The Fault in our Stars’ van John Green. Ik lees vooral graag boeken over de relatie tussen zussen en tussen goeie vrienden. Dat komt natuurlijk omdat mijn vijf zusjes een heel belangrijk deel van mijn leven uitmaken.

Vraag aan Michaela: Hou je een dagboek bij?

Ja, hoewel ik niet iedere dag schrijf. Ik vind het heerlijk om terug te bladeren en eerdere stukjes te lezen. Soms moet ik dan wel om mezelf lachen.

Vraag aan Elaine: Welke boeken las jij het liefst voor aan je kinderen, toen ze nog klein waren? Tot welke leeftijd heb je ze voorgelezen?

Toen ze nog heel klein waren, las ik ze prentenboeken voor, maar naarmate ze ouder werden, verschoof dat naar bijvoorbeeld de ‘Little House’ serie van Laura Ingalls Wilder omdat ze over dingen gingen waarover we dan konden praten. Toen ze een jaar of vijf waren heb ik ‘Charlotte’s Web’ aan ze voorgelezen. Maar ook ‘The Homecoming’ van Earl Hamner Jr., ‘The Light in the Forest’ van Conrad Richter, ‘Roll of Thunder Hear My Cry’ van Mildred D. Taylor, ‘Anne of Green Gables’ van Lucy Maud Montgomery, en ‘To Kill a Mockingbird’ van Harper Lee.
Soms lees ik de kinderen nog steeds voor, vooral in vakanties. Vorig jaar las ik ‘To Kill a Mockingbird’ voor aan de toen veertienjarige Jestina.

Vraag aan beiden: Aan welke landen is Ze noemden me duivelskind intussen verkocht?

Het is op dit moment in tien landen uitgegeven: Amerika, Engeland, Nederland, Duitsland, Italië, Japan, Korea, Portugal, Brazilië en Spanje. Vertalingen in andere landen zijn in de maak. We zijn hier ongelofelijk blij mee!

Vragen en vertaling: Tiny Fisscher

Pin It

Comments are closed.

Boek van de Week

Nederlands grootste vissersdorp gefileerd

Categorie: Boek van de week, Mens & Maatschappij, Non-fictie, Religie

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq – Podium – 326 blz. Bij de naam “Urk” zal iedere Nederlander wel denken aan vis, kotters, gelovig, kerken en een aantal zal wellicht ook denken aan…

Boek van de week archief

25-november-2020 | Lees verder | Reageer!