Hoe zit dat met de kerntitels?

29-augustus-2020 | Categorie: Interview

Rian Visser (1966) studeerde grafische vormgeving aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch. Ze heeft een eigen ontwerpbureau, waarin ze zich voornamelijk bezighoudt met boekvormgeving. In 1999 schreef ze haar eerste kinderboek. Inmiddels zijn er al meer dan honderd verschenen. Ze verstaat de kunst om spannende boeken te schrijven voor zwakkere lezers. De series Blitz!, Robotoorlog en Zar zijn daar goede voorbeelden zijn. Haar prentenboeken Nippertje en De wedstrijd van Schildpad en Haas zijn al jaren populair in het onderwijs.

Je hebt het prentenboek De steen en de tijd zelf uitgegeven, en het boek is kerntitel voor de Kinderboekenweek 2020. Hoe gaat de procedure voor aanvraag en toekenning van kerntitels in z’n werk?

De CPNB geeft bij haar campagnes uitgevers vooraf de kans om titels aan te dragen. Voor de Kinderjury, Prentenboek Top 10 en kerntitels Kinderboekenweek is aanmelden gratis. Je betaalt pas als je gekozen wordt. Een titel aanmelden voor beoordeling door de Griffel- of Penseeljury kost wel geld. Als je iets wint, betaal je daar ook voor. Als je een titel aanmeldt, moet je een paar boeken opsturen. De steen en de tijd moest nog worden gemaakt, dus stuurde ik een pdf met de opgemaakte tekst en twee pagina’s met illustraties. Toen er meer tekeningen klaar waren, heb ik uit eigen beweging nog eens een pdf gestuurd. Ik wilde de organisatie niet lastigvallen, maar wel het boek zo goed mogelijk presenteren. Ik sprong een gat in de lucht toen de CPNB mij eind januari belde om te vertellen dat De steen en de tijd uitgekozen was. Ik mocht het nog niet bekendmaken. Dat zou in maart gebeuren. Ik was blij, maar ook bang dat het toch niet door zou gaan. Zelfs een ondertekend contract stelde me niet gerust. Stel dat ze zich zouden bedenken? Stel dat grote uitgevers zich zouden beklagen en dat ze dan plotseling een reglement zouden vinden, waarin stond dat een boek dat in eigen beheer uitgegeven is, helemaal geen CPNB-promotie mag krijgen?

In België is dat zo. De stichting Iedereen Leest is verantwoordelijk voor de Jeugdboekenmaand. In 2017 vroeg ik of ze mij als uitgever op de hoogte wilden houden van hun campagnes. Mijn serie Robotoorlog paste namelijk heel goed bij het thema techniek en ik wilde graag dat de boeken kans maakten om geselecteerd te worden voor promotie. Ik kreeg als antwoord dat ze zich moeten houden aan een reglement van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Daarin staat: ‘Titels waarvoor de auteur zelf in de productie-, promotie- of distributiekosten participeert of waarvan de auteur een bepaald aantal exemplaren afneemt tegen betaling, komen niet in aanmerking.’ Ze mochten dus niet met mijn uitgeverij samenwerken. Ik heb laatst nog eens met ze gemaild en het reglement is nog steeds van kracht.

Een paar dagen voor de bekendmaking van de kerntitels stond er een bericht van de CPNB op het antwoordapparaat. Mijn man luisterde het af en zei: ‘Het gaat niet door.’ De grond zakte onder mijn voeten weg. Ik stond letterlijk te trillen. ‘Grapje,’ zei mijn man, toen hij zag hoe ik schrok. ‘De bekendmaking wordt alleen uitgesteld.’ Ik sliep de nachten erna slecht. Maar de aankondiging kwam en het was echt waar. De CPNB koos voor de inhoud en kwaliteit van het boek. Wie het uitgaf speelde niet mee.

Een deel van je boeken geef je zelf uit. Hoe zorg je voor zichtbaarheid bij de boekhandel en hoe bepaal jij de boekhandelskortingen?

Zichtbaarheid in de boekhandel is heel moeilijk. Er is veel aanbod en boekhandelaren kopen vooral in bij de drie aanbiedingsbeurzen in het voorjaar, zomer en najaar, waar uitgevers hun nieuwe boeken presenteren. Uitgevers drukken daarvoor mooie aanbiedingsbrochures, ze maken promotiemateriaal en sommigen geven feestjes waarbij de boekhandels schrijvers en illustratoren kunnen ontmoeten. Vertegenwoordigers hebben een dagtaak aan het verkopen aan de boekhandel.

Het is mij gelukt om met een aantal boekverkopers een band op te bouwen. Zij kennen de boeken die ik uitgeef, kopen ze in en prijzen ze bij hun klanten aan. Daarnaast zijn er veel leesconsulenten die mijn boeken kennen en inkopen voor hun bibliotheek en de bij hen aangesloten scholen.

Ik merk nu het effect van een kerntitel! Juli vorig jaar kwam mijn versjesbundel De boekenbus uit. Het sloot aan bij het thema van de Kinderboekenweek en ik maakte er lessen bij. De verkoop begon pas in september te lopen en vlak na de Kinderboekenweek raakte het uitverkocht. Er zijn er ruim 2000 verkocht.

De steen en de tijd kwam eind april uit en meteen werden er al honderden ingekocht. Een eerste bestelling van de bibliotheek duurt normaal drie maanden, nu drie dagen. Veel kinderboekwinkels bestelden ongezien dertig tot vijftig boeken. Ik werd veel gebeld om te vragen welke korting ik gaf. Normaal krijgt een boekhandel 42% op de verkoopprijs. Dat is hun marge. Hoe hoger de korting, hoe meer ze op een boek verdienen. Ik heb een staffel gemaakt. Bij tien boeken gaf ik 43% korting, twintig boeken 44% en daarboven 45%.

Die bestellingen moet je dan zelf bij CB-online invullen. De uitgever betaalt bij CB inslagkosten, opslagkosten, uitslagkosten, verzendkosten, enzovoort. Ook de boekverkoper betaalt allerlei kosten aan CB. Door een order DIO (distributie in opdracht) in te vullen, kun je extra korting geven en betaal je als uitgever de uitslagkosten voor de boekverkoper. Er zijn allerlei codes die je moet kennen. Dat is nog best ingewikkeld. Ik heb een keer bijna onbedoeld de hele voorraad van een nieuw boek naar mijn huis laten verplaatsen, terwijl ik er maar tien voor mezelf wilde. Gelukkig vroeg CB het even na en kon ik op tijd de fout rechtzetten. Soms willen boekhandels bestellen met RVR (recht van retour). Dan mogen ze alles wat ze niet verkopen terugsturen en betaal je als uitgever de kosten. Daar ben ik niet echt fan van.  

In het medium Kinderboekenpodium staat achterin dat de selectie van 500 titels zorgvuldig is samengesteld uit het volledige aanbod Nederlandse kinderboeken. Gaat dat echt zo in z’n werk, of betalen uitgevers ervoor? 

Vroeger maakten uitgevers brochures met daarin hun hele boekenfonds en deze verspreidden ze via de boekhandel en bibliotheek om uit te delen aan klanten. Kinderboekenpodium is ook zo’n papieren brochure. Alleen is deze niet van één uitgever, maar meerdere uitgevers zetten hun boeken erin. Daar betaal je voor. Dat is niet erg, maar het zou voor de klant best duidelijker mogen zijn. Als je dat tekstje in de colofon leest, denk je dat een redactie of jury de mooiste boeken uitkiest. Dat is niet zo. Uitgevers bepalen zelf hoeveel ruimte ze kopen, welke boeken ze een podium geven en met welke tekst ze die aanprijzen.

Ik ben heel blij dat ik als kleine uitgever mee mag doen met Kinderboekenpodium. Ik heb dus net zoveel kans om mijn boeken onder de aandacht te brengen als een grote uitgeverij.

Dat geldt ook voor de Kinderboekenkrant en de Voorleesgids van de CPNB. Een gedeelte van de uitgave wordt gevuld met artikelen van een redactie. Voor de rest kunnen uitgevers erin adverteren. Kleine uitgevers mogen meedoen, maar ze betalen wel twee keer zoveel voor een plaatsing als een grote uitgever. Dat komt omdat de grote uitgevers lid zijn van de GAU (Groep Algemene Uitgevers). De GAU betaalt mee aan de campagnes van de CPNB en zodoende krijgen GAU-leden korting. Ik wilde met mijn uitgeverij ook lid worden van de GAU, maar ik werd geweigerd, omdat ik niet aan de grens van 160.000 euro boekenomzet per jaar kom.

Ik ben samen met veel andere kleine uitgevers aangesloten bij De Vrije Uitgevers en samen redden we die grens van 160.000 euro makkelijk, maar ook De Vrije Uitgevers worden geweigerd.

Hoe ga jij om met uitsturen van recensie-exemplaren?

Wanneer ik als schrijver rechtstreeks een bekende recensent benader om te vragen of er interesse in voor mijn nieuwe boek, merk ik ongemak. Pjotr van Lenteren liet eens weten: ‘Vraag aan je uitgever om mij te benaderen.’ Na kort intern beraad antwoordde ik dat ik hem als uitgever benaderde. Het bleef een paar dagen stil en daarna kreeg ik bericht dat ik het mocht opsturen, omdat hij niet bij voorbaat een zelf uitgegeven boek wilde uitsluiten. Daarna hoorde ik niets meer. Ik krijg wel regelmatig aanvragen van journalisten die voor educatieve uitgaven schrijven. Zo komt er een stukje over De steen en de tijd in JSW en in HJK. Daarnaast zijn er leerkrachten die bloggen. Die beoordeel ik kritisch. Als een leerkracht het schooladres opgeeft om het boek naartoe te sturen en in haar blog aangeeft eigenlijk nog niet zo veel van kinderboeken te weten, denk ik: Je wilt het boek gewoon voor jezelf en de recensie is een excuus. Daar heb ik weinig aan.

Je werkt met de boeken die je zelf uitgeeft soms ook samen met illustratoren. Hoe verloopt die samenwerking en bedenken jullie ook samen het verhaal?

In november werd bekend dat het thema van de Kinderboekenweek 2020 Geschiedenis was. Er zijn voor kleuters volop boeken over dino’s, ridders en grootouders, maar een helder boek dat een overzicht van de geschiedenis geeft, was er niet. Ik bedacht een verhaal over een zwerfkei die meemaakt hoe het landschap en de mensen telkens veranderen. Ik mailde de tekst naar illustrator Tineke Meirink met de vraag: ‘Vind je dit wat? Zie jij het zitten dit te illustreren?’. Wij werken al ruim twintig jaar samen en kunnen heel eerlijk tegen elkaar zijn. Ik had mijn twijfels of een verhaal met een steen als hoofdpersoon kon werken. Ik gaf haar dus geen opdracht, maar vroeg haar mening over de haalbaarheid van het project. Tineke was meteen enthousiast en wilde graag een boek over een steen maken. En dus gingen we het samen doen. Tineke koos zelf de stijl waarin ze zou werken. Ze deed ongeveer een week over elke tekening. Ik denk dat je die aandacht ook terugziet in de prenten. Ik zette de tekening meteen in de opmaak en liet haar een proef zien. Soms overlegden we over aanpassingen in tekst of beeld. Het was een fijne manier van samenwerken. Uitgevers hebben vaak strakke deadlines, omdat de cover, promotietekst en verschijning van een boek al in de aanbiedingsbrochure staan, voordat het boek gemaakt is. Door zelf uit te geven, kan ik in alle rust een boek maken. Het verschijnt als het klaar is om te verschijnen.

Investeren illustratoren mee en delen jullie de inkomsten, of doe jij de investering en krijgt de illustrator een royaltypercentage?

Normaal bied ik als uitgever de illustrator 6% royalty. Dat is 1% meer dan grote uitgevers doorgaans doen, maar ik heb ook minder overheadkosten. Bij Robotoorlog koop ik de coverillustratie eenmalig af. Vorig jaar bij De boekenbus en dit jaar bij De steen en de tijd hebben Tineke Meirink en ik op een andere manier financieel samengewerkt. Er zijn bij het maken van een boek drie partijen: uitgever, schrijver en illustrator. We delen de drukwerkkosten in drieën en delen ook de opbrengst in drieën. Als uitgever betaal ik daarnaast de kosten van CB, zorg ik voor de vormgeving, redactie, promotie en administratie. Ik hou als uitgever maar een kleine winst over. Het grootste deel gaat naar de schrijver en de illustrator. De inkomsten van een boek worden weleens weergegeven in een piramide. De boekhandel en uitgever staan onderaan. Zij verdienen het meest. De auteur krijgt het topje. Ik maak van de piramide een taart met drie gelijke punten. Omdat de uitgever uit zijn opbrengst de meeste kosten betaalt, krijg je eigenlijk een omgekeerde piramide. De schrijver en illustrator staan aan de basis en verdienen het meest. Dat werkt natuurlijk alleen als een boek goed verkoopt. Als het een flop wordt, zijn schrijver en illustrator geld kwijt aan drukkosten en ze verdienen niets. In dat geval is royalty veel veiliger voor de makers. Je moet wel risico durven nemen en geloven in het boek dat je wilt gaan maken. De betrokkenheid van alle partijen is groot. Om die reden vind ik het een fijne manier van samenwerken.

De steen en de tijd is een heel geschikt boek voor sommige museumwinkels. Hoe pak jij het aan om zo’n boek daar verkocht te krijgen? 

Ik heb alle grote natuurmusea een mail gestuurd. Daarin staat dat ze een pdf van het boek kunnen opvragen. Die had ik ook meteen mee kunnen sturen, maar het leek me beter om dat als lokkertje te gebruiken. Het Hunebedmuseum in Borger heeft al een keer bijbesteld. Het zijn moeilijke tijden voor musea, maar bij hen loopt het heel goed. Museum Flehite in Amersfoort gaat in de Kinderboekenweek een project voor scholen rondom De steen en de tijd doen. Zij benaderden me zelf. Andere musea, zoals Naturalis en Teylers hebben helaas nog niet gereageerd. Misschien moet ik daar gewoon een keer langsgaan met het boek! Ik vind het leuk om ondernemer te zijn en steeds na te denken hoe ik mijn product aan de man/vrouw breng. Als je dat niet leuk vindt, moet je niet zelf gaan uitgeven. Ik doe het ook niet omdat andere uitgevers mijn boek hebben afgewezen. Ik vind het leuk om alles rondom mijn boek zelf te regelen.

Wil je nog iets kwijt wat niet in deze vragen aan de orde is gekomen?

Iets over de toekomst: ik denk dat er komende jaren een hoop gaat verschuiven in boekenland. Vroeger waren de media in handen van enkelen en hadden de meeste mensen de rol van lezer of publiek. Op social media kunnen we allemaal onze mening geven en onze producten promoten. Recensies in dagbladen en prijzen zijn leuk, maar niet meer essentieel. Ik heb bewezen ook zonder die aandacht veel lezers te kunnen bereiken. Ik heb een nieuwsbrief met 10.000 leden, een goedlopende website, een groot netwerk en veel bereik op social media.

De rol van uitgevers is veranderd. Zij vragen nu aan auteurs om zelf meer aan promotie te doen. Deze inspanningen worden nauwelijks financieel beloond. Dat is vreemd. Uitgevers zouden meer inkomsten aan de makers moeten afdragen voor hun rol in de promotie.

Veel boekhandels hebben het moeilijk. Zij moeten een pand en personeel betalen. Ze maken boeken zichtbaar in de winkelstraat en geven klanten advies. Ik gun hun daarom graag hun 42%. De webwinkel Bol.com vraagt echter 45%! Zij verdienen meer op een boek dan de uitgevers en de makers en zijn in feite niet meer dan een doorgeefluik. Zij hebben bij CB hun eigen hal, zoveel boeken ‘verkopen’ ze. Ze snoepen ongelooflijk veel winst af van de boekwinkel en de uitgever. Ik zou willen dat het Bol verboden werd boeken te verkopen. Dat kan helaas niet. Toch vind ik dat daar iets moet veranderen. Mensen, koop geen boeken bij Bol, maar steun een echte boekwinkel met een pand in een winkelstraat. Aan mensen met een blog zou ik willen vragen: plaats geen boekenwidgets naar de webwinkel van Bol. Je kunt ook een partnershipprogramma beginnen met een Libriswinkel. Ook dan krijg je 10% van de verkoop en steun je een echte boekwinkel.

Vragen: Tiny Fisscher

Lees hier de recensie van De steen en de tijd

Website van Rian Visser

Pin It

Laat een reactie achter

Voordat je een reactie kunt plaatsen dien je de volgende vraag te beantwoorden: *

Boek van de Week

Meesterlijk verhaal

Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman

Het smartlappenkwartier – Philip Snijder – Atlas Contact – 223 blz. Bij het lezen van Het smartlappenkwartier duik je terug naar het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schrijver Philip Snijder is…

Boek van de week archief

21-september-2020 | Lees verder | Reageer!